Six Organs Of Admittance :: Companion Rises – Sleep Tones

Ooit stond Ben Chasny bekend als de man met de vele projecten maar de laatste tien jaar lijkt hij zich vooral toegelegd te hebben op zijn eigen band, Six Organs Of Admittance waarmee hij sinds 1998 niet minder dan 35 albums heeft uitgebracht. Eerder dit jaar bracht hij Companion Rises uit, nu volgt in coronatijden en de bijbehorende malaise Sleep Tones, een album dat hij schreef om met zijn eigen slapeloosheid om te kunnen gaan.

Wie Chasny de voorbije jaren min of meer gevolgd heeft, weet dat hij zichzelf en de luisteraar graag de nodige verrassingen voorlegt waardoor albums vam hard rockend tot intiem gitaargetokkel konden variëren met als zowat enige constante het vakmanschap en de beheersing van Chasny. Om het ook voor zichzelf boeiend te houden, ontwikkelde hij circa 2015 een kaartensysteem dat hem dwong nummers volgens bepaalde patronen op te nemen, wat resulteerde in de Hexadic-reeks, waarvan twee albums in 2015 en eentje in 2018 verscheen. Voor Companion Rises, waarop hij alles zelf inspeelt, maakte hij zowaar gebruik van zelfgeschreven computerprogramma`s voor het ontwikkelen van melodielijnen.

Het is een aparte aanpak die gelukkig niet tot onnodige moeilijkdoenerij of kille wiskundige constructies leidt maar mede dankzij de aanpak en inventiviteit van Chasny voor een boeiend album zorgt. De korte opener “Pacific” trapt het album af met een intrigerend klanktapijt dat gitaren allerlei horizonten laat opzoeken zonder meteen een afgesproken melodie of ritme te incorporeren. Een kleine twee minuten tast Chasny de contouren van het nummer af zonder een beslissing te nemen (die volgt pas in het daar op volgende “Two Forms Moving”). Ook het afsluitende “Worn Down The Light” mag vier minuten lang een uitgesponnen minimaal geluidstapijt weven dat meanderend verder kabbelt zonder duidelijke richting maar net daarin zijn rust vindt.

Dat Companian Rises geen louter album tjokvol experimentele gitaarklanken wordt, volgt uit het vermelde “Two Forms Moving” dat zich kenbaar maakt als een reguliere song, niet in het minst dankzij een pulserende rimte van bas en drum dat samen met klassieke gitaarlijn de basis legt. Ertussen en erboven wordt weliswaar wat experiment toegevoegd maar dat lijkt vooral als ornament te dienen en neemt nergens het nummer over. Ook in “The Scout Is Here” wordt met een basispatroon op gitaar gewerkt waarbij het leidmotief voor Chasny de gedroomde kans vormt om niet alleen de zang prominenter te laten klinken maar nu en dan ook een schurende en scheurende gitaar er tussen te gooien die de song meer `body` geeft.

Het is een techniek die duidelijk werkt, zoals ook het rockende “The 101” bewijst, dat aansluiting zoekt bij de hardere albums van Six Organs Of Admittance en vooral voor wie aandachtig luistert duidelijk maakt dat Chasny zich ditmaal niet tot de reguliere songschrijfaanpak beperkt heeft. Hoewel de structuur van de song enigszins generiek aanvoelt dankzij de pompende percussie, vormen de gitaren hier de grote showman die de song laten leven. Bovenop het ritmisch herhalende gitaarpatroon durft Chasny immers ongenegeerd te soleren en scheuren waardoor het geheel een intrigerende gejaagdheid krijgt. Samen met slepende “Mark Yourself” vormt het een van de weinige hardere songs, waarbij dit laatste akoestische gitaren laat botsen met hun elektrische broertjes. Alle gitaren mogen hierbij hun plek opeisen zoals niet alleen de eerder verwrongen solo`s aantonen maar ook de akoestische gitaren die meer zijn dan een pure aanjager en zelf ook enige complexiteit in hun opbouw niet schuwen.

Dat Chansy meer dan uit de voeten kan met louter een akoestische gitaar heeft hij in het verleden al meermaals bewezen, wat eens te meer onderstreept wordt door de titeltrack, die zonder twijfel het beste nummer van de plaat mag heten. De naar folk en American Primitivism refererende song laat het inventieve, dromerige gitaarspel primeren, samen met zang, en voegt slechts af en toe wat percussie of andere klanken toe waarbij deze vooral ter subtiele ondersteuning op de achtergrond figureren. Aanvankelijk lijkt het er naar dat “Haunted And Known” eenzelfde pad op zal gaan, zij het met iets meer percussie, tot Chasny het roer halverwege de song omgooit en de elektrische gitaar inplugt voor een storm die het nummer steed meer over neemt een een sonisch tapijt langzaam maar zeker de akoestische gitaar overstemt. Het is een aparte aanpak waarbij beide partijen elkaar lijken te negeren en daardoor net tot een mooie en nieuwe symbiose komen.

Is Companion Rises met zijn 40 minuten een eerder reguliere plaat, dan is Sleep Tones met net geen 88 minuten meer dan de anthithese. Op het album zijn overigens ook geen gitaren of percussie te horen maar louter lang uitgesponnen drones die alle vier meer dan flirten met de twintig minuten grens. Volgens Chasny zelf creëerde hij de songs om met zijn eigen slapeloosheid om te kunnen gaan nadat hij merkte dat andere albums die tot doel hadden iemand in slaap te wiegen te vaak kampten met de ego`s van de muzikanten en het feit dat ze liever dan een uitgesponnen repetitieve track te brengen, nog steeds hun eigen kunnen wensten te tonen.

Van dat laatste is op Sleep Tones duidelijk geen sprake, want hoewel er wel degelijk een structuur en opbouw in de songs zit, heeft Chasny ze zo geconstrueerd dat alleen een echt aandachtige luisteraar ze opmerken zal, alle anderen zullen zich langzaam maar zeker laten meewiegen door een of meerdere van de songs en zo ver van alle zorgen verwijderd zijn. De titels van de songs verwijzen overigens naar sterren in de Orionnevel wat de wijdsheid en dromerigheid van de songs, en hun doel verder onderstreept. Een vergelijking tussen de reguliere studioplaatCompanion Rises en dit (dubbel)album heeft op zich weinig zin vanwege de aanpak en het doel maar beiden tonen wel opnieuw aan hoe Chasny een getalenteerde en interessante artiest blijft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 3 =