Pet Shop Boys :: Hotspot

Het te verkopen citaat van de interviewronde is “Akoestische gitaren zijn slecht”. Als Pet Shop Boys zich tot dat soort goedkope uitlatingen moeten verlagen dan is het duidelijk: ze weten zelf wel dat het deze keer geen imperial phase is. Hotspot – ook alweer nummer veertien – is op zijn best een onnodige, middelmatige plaat.

Het mag niet verbazen dat Pet Shop Boys, gezellig onder hun tweetjes, een appartementje  in Berlijn delen. Zo kunnen ze af en toe eens in de beroemde club Berghain uitgaan, al doen ze dat naar eigen zeggen vooral rond de middag op zondag: ‘glaasje prosecco, de feesters van de vorige nacht volledig lam zien, en een verse lading die binnenkomt; heel interessante sfeer’. Het is een leuke anekdote, maar dat ze in die flat de keuken tot studio hebben verbouwd is misschien een significanter detail: dit is een groep die nog altijd vooral zelf wil creëren, en de middelen daarvoor meteen in de buurt wil hebben. Of die niet graag kookt. Dat kan ook.

Het was in elk geval in de Duitse hoofdstad dat Hotspot, het sluitstuk van de trilogie die Pet Shop Boys met producer Stuart Price zou maken, werd opgenomen. In de Hansastudio’s van David Bowie en U2, onder andere. Want zo zijn Neil Tennant en Chris Lowe ook wel; muziekliefhebbers die hun geschiedenis kennen, en die naar hun hand zetten als ze de gelegenheid zien. En dus mag Hotspot – de titel is even flauw als de plaat – ook wat stinken naar Berlijn. In opener “Will-o-the-Wisp” is de plaats van actie de U-Bahn, in “You Are The One” worden Mitte en Zehlendorf achteloos vermeld.

Het is veel moeite voor een onderneming die zijn doel voorbij schiet. Wist Price het Britse duo na de flop Elysium (2012) opnieuw bij de les te brengen, dan lijkt zijn magic touch op Hotspot – wat betekent dat zelfs ook maar? – grotendeels verloren, zélfs op zondag, met een glaasje prosecco in onze hand. Maar goed; zo hebben we onze Pet Shop Boys nooit willen savoureren. Geef ons een pint, en een dolle polonaise; zo pas komt de wink-wink-nudge-nudge van Tennant pas echt aan.

Het valt helaas wel mee met de ironische observaties en de satire. Daarvoor moest u bij Agenda zijn, het vier tracks tellende statement van bijna een jaar geleden, waarop Pet Shop Boys een protestsong met de titel “What Are We Gonna Do About The Rich?” als een Brechtiaanse carnavalskraker liet klinken. Vandaag moeten we het stellen met een quip als het parlando gebrachte “But maybe you’ve gone respectable? / With a wife and job and all that / Working in local government and living in a rented flat”.

De vraag is wat overblijft als Tennant en Lowe hun observationeel talent parkeren. Een samenwerking met Years And Years had het meest exuberant gayfest moeten opleveren sinds die keer dat Freddy Mercury, The Village People en Bronski Beat elkaar in een darkroom ontmoetten, het resultaat heet “Dreamland”. Die titel zou genoeg moeten zeggen, maar we hebben geleerd te argumenteren. Vooruit dan maar, de tekst gaat ongeveer van “Dreamland, I Iove you / I dream of you all night and day / Dreamland, I need you / I close my eyes and you lead the way”. Die andere single heet “Monkey Business”. Juiste titel.

Die singlekeuzes zijn gek, want daarrond valt ondanks alles toch beter te rapen. “Will-o-the-Wisp” vliegt vierklauwens de werkzaamheden in over een geweldige synth, “Happy People” is ravepop uit de late jaren tachtig,  het genre waarin Pet Shop Boys nooit was te verslaan. Verder zijn het vooral de trage nummers die het  moeten doen. In “Hoping For A Miracle” stelt Tennant zich voor hoe hij in een dakloze voormalig premier Tony Blair herkent, het belangrijkste is de schone melodie die zijn verhaal onderlijnt, het elegische “You Are The One” toont de frontman opnieuw als de goeie crooner die hij is. In “Burning The Heather” speelt Bernard Butler mee. Je hoort hem naar goeie gewoonte nauwelijks, maar niets dat de voormalige Suedegitarist aanraakt gaat naast doel.

Daarrond is het sukkelen. “I Don’t Wanna” en “Only The Dark” zijn van het meest generische dat we Pet Shop Boys al hoorden maken, maar het ergste bewaart het duo voor het laatst. “Wedding In Berlin” verbouwt – jawel – Mendelssohns befaamde trouwmars tot een banger waarover Tennant eindeloos herhaalt “We’re getting married / Because we love each other / We’re getting married today. Het homohuwelijk verdient beter, wij verdienen beter. Hotspot – een schouderophalen van een plaat – is niet rampzalig slecht, maar komt vooral over als een lukraak opgeraapt handje songs dat vermoeid op een schijfje is gebrand. We vermoeden dat Tennant en Lowe zelf wel weten dat dat onder hun niveau is.

Pet Shop Boys treden op 5 mei op in Vorst. Het concert is vreemd genoeg zittend.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − 1 =