At Eternity’s Gate

alt

Julian Schnabel is de eerste schilder- regisseur die een film maakt over die andere schilder, Vincent van Gogh. Van Gogh is al lang de poulain van vele generaties filmmakers. Het sterk geromantiseerde beeld dat de man gruwelijk miskend werd tijdens zijn korte leven en als gevolg daarvan zijn verstand verloor, grijpt telkens opnieuw naar de keel. Schnabel gaat resoluut voor eerherstel, maar verslikt zich net als bij zijn filmbiografie over de Amerikaanse schilder Basquiat in het ambigue karakter van zijn historische hoofdpersonage.

Het begint nog enigszins interessant. Vincent en zijn broer Theo kijken in een café met een blik die tegelijkertijd verbazing en afkeer verraadt, naar een groepje kunstenaars die luid kwetterend een commune willen oprichten. Een man uit het publiek staat op en protesteert luidkeels tegen zoveel onzin. Vincent volgt de man naar buiten en maakt kennis met niemand minder dan Paul Gauguin. ‘Ga naar het zuiden en zoek het licht op’, zegt Gauguin. Vincent gehoorzaamt en een legende wordt geboren. Het halfuur dat volgt, is het meest interessante van de film. Vincent kijkt met wijd opengesperde ogen naar de natuur die hij ook voelt, proeft en ruikt. De camera is gulzig, wervelt rond Vincent en richt zijn blik soms rechtstreeks naar de zon. Dronken van de indrukken verstilt de camera plots als de kunstenaar zich achter zijn schildersezel aan het werk zet. Weg van het artistieke gekakel in de grootstad komt de kunstenaar tot volle wasdom wanneer hij alleen en zonder afleiding zijn omgeving in prachtige kleuren kan herscheppen op het doek.

De film maakt een drastische omslag wanneer de waanzin de kop op steekt. Schnabel is duidelijk geobsedeerd door die waanzin en hoe die mogelijks een invloed had op Van Gogh’s kunst. Hij gebruikt de personages Felix Ray en later de priester in het krankzinnigeninstituut, om Vincent hierover uitgebreid te ondervragen. Wat een kritische bespiegeling op het kunstenaarschap had kunnen zijn, mondt echter al gauw uit in pathetische en gezwollen observaties die kant nog wal raken. ‘Heeft God jou je talent gegeven’? , klinkt het nogal dramatisch uit de mond van de priester. ‘Misschien schilder ik wel voor mensen die nog niet geboren zijn’, antwoordt Van Gogh arrogant. De ultieme uitsmijter is wellicht de uitspraak dat ‘Jezus ook pas dertig jaar na zijn dood bekend is geworden’. Dergelijke onnozele hyperbolen zorgen ervoor dat je de film niet meer ernstig neemt. In plaats van te proberen om een eerlijk portret te schetsen van de beroemde Nederlander, krijgt de man een goddelijke status aangemeten en sijpelt de poging om tot een oprechte benadering te komen van de schilder, waar het eerste halfuur van de film naar hint, weg als water in een gootsteen.

Het enige lichtpunt in de film is ongetwijfeld acteur Willem Dafoe die Van Gogh vertolkt. Net als in The Last Temptation of Christ probeert Dafoe waarheidsgetrouw en oprecht een historisch personage neer te zetten. Het materiaal dat hij tot zijn beschikking heeft is echter jammer genoeg niet van hetzelfde niveau als voornoemde film. Je blijft met een gevoel van onbehagen achter, want hier zat duidelijk veel meer in.

Wat wil Schnabel eigenlijk bereiken met zijn kunstenaarsverfilmingen? In Basquiat schildert hij de gelijknamige kunstenaar af als een wietrokende en in een badjas geklede nozem die de straten van New York vol kliedert met graffiti. In At Eternity’s Gate gaat hij voor de overtreffende trap en portretteert hij van Gogh als Messias die zich openbaart aan de kunstwereld aan het eind van de negentiende eeuw. Gebruikt hij beide figuren als springplank om zichzelf op de voorgrond te katapulteren of is hij zo arrogant om te denken dat hij als schilder een andere schilder beter begrijpt? We vermoeden een combinatie van beiden. Schnabel beweert dat hij niet geïnteresseerd is in de mythes rond van Gogh. Dat klopt, want met deze film wil hij vooral zijn eigen mythische versie van Van Gogh aan het publiek laten zien. In 2000 toonde acteur Ed Harris hoe het wel moet met zijn filmbiografie over Jackson Pollock. Dit werkstuk is in alle opzichten beter omdat Harris niet de pretentie had om van Pollock een goddelijke figuur te maken.

4
Met:
Willem Dafoe, Rupert Friend, Oscar Isaac
Regie:
Julian Schnabel
Duur:
111 minuten
2018
Uk, Ierland, Zwitserland, Frankrijk, Usa

verwant

The Birthday Party

Het op het filmfestival van Locarno bijzonder slecht onthaalde...

Kinds of Kindness

Van wegbereider van de ‘Greek Weird Wave’ met Dogtooth...

Poor Things

De carrière van de uit Griekenland afkomstige regisseur Yorgos...

Inside

Er zijn weinig filmproducties die een voltijdse curator inzetten...

Moon Knight

De Marvelverhalen voor televisie zijn tot nu toe niet...

aanraders

Rose

“Er zijn onder de kruisvaarders vrouwelijke ridders die mannenharnassen...

Kokuhô

Kokuhô (Nationaal Erfgoed), de ambitieuze adaptatie van een gevierde...

Un Anno di Scuola

Met Un Anno di Scuola sluit Laura Samani zich...

L’Inconnue

De in 2024 gepubliceerde graphic novel Le Cas David...

Peter Hujar’s Day

Peter Hujar’s Day is niet enkel een intiem portret...

recent

Kristin Hersh :: Sugar On Blackstone

Van indieband Throwing Muses over punkgroep 50 Foot Wave...

Westside Cowboy :: It Goes On

Stel je je meest zorgeloze zomer voor, zo eentje...

Carissa’s Wierd :: No One Lives Here Anymore

Bijna 25 jaar na hun laatste plaat brengt Carissa's...

La Biennale Arte di Venezia:: Venetië (Deel II)

Omdat de Biënnale van Venetië een gigantisch evenement is...
Vorig artikel
Volgend artikel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in