Saltland :: A Common Truth

Global warming: iedereen weet het, maar de stap naar met die wetenschap iets te doen, lijkt onoverbrugbaar. En wie is er beter gepast om een elegie voor het langzaam zinkende schip genaamd de aarde te schrijven, dan een telg van Constellation?

Toen Godspeedd You Black Emperor! In 1997 verklaarde dat ” The car’s on fire and there’s no driver at the wheel/ and the sewers are all muddied with a thousand lonely suicides/ and a dark wind blows” was al duidelijk dat de troep muzikanten die zich rond deze groep en het label Constellation verzamelde, weinig vrolijke fransen telden. Bij dat legendarische vlaggenschip heeft Rebecca Foon, de celliste die achter Saltland schuilgaat, nooit gediend, maar wel bij zowat alle mogelijk afgeleiden daarvan. Ze verdiende haar sporen bij Set Fire To Flames, Esmerine en A Silver Mt. Zion, tot ze vier jaar geleden eindelijk met een eigen project de touwtjes echt in handen nam.

Dat deed de Canadese met het mooie I Thought It Was Us But It Was All Of Us. Dat album leunde nog sterk op percussie en ritme, in combinatie met sobere celloklanken. Deze A Common Truth heeft dat ritmische veel minder en biedt daardoor weinig ankerpunten. De plaat zweeft zo nog meer in het ijle dan het debuut van Saltland. A Common Truth klinkt als een planeet op drift, vertaalt in drones en langzaam voorbijtrekkende cello-en vioolpartijen. Toch wil Foon, die al jaren actief is in allerlei milieu gerelateerde organisaties, ook hoop bieden, zelfs intimiteit. Als je naar een song als “Magnolia” luistert, lijkt het moeilijk te geloven, maar blijkbaar ziet de celliste het licht nog niet helemaal uitgaan. De krassende viool die u op dat nummer hoort, is trouwens van niemand minder dan Warren Ellis (met wie Foon in het verleden al samenwerkte). Hier is de man echter niet te vinden in de rol van de extraverte showman die hij bij de Bad Seeds speelt, wel als bedachtzame toeschouwer. Op de vier nummers die hij mee in goede banen leidt, speelt hij geen noot te veel.

A Common Truth is trouwens opnieuw een plaat geworden die je in één ruk moet beluisteren. Alleen zo kunnen de sfeer die Saltland hoopt op te roepen en het verhaal dat ze wil vertellen, echt tot zijn recht komen. “To Allow Us All To Breathe” trekt traag rollend de plaat op gang, legato-strijkers rekken het nummer uit. In “Under My Skin” gaat de stem van Foon dan weer met de aandacht lopen. Niet dat de lyrics heel verstaanbaar zijn, maar de vocalen voegen wel een extra dimensie toe. In dit nummer werkt het echter nog niet helemaal. Daarvoor botst de expliciteit van Foons stem te veel met de intimistische muziek. “In I Only Wish This For You”, “Light Of Mercy” en het titelnummer versmelten stem, die hier beter ingebed is in de rest van de muziek, en drones echter wél tot een pakkend geheel. Deze laatste schuren spookachtig tegen Foons stemgeluid aan tot een helse climax, waarin ze toch staande blijft. Je kan je er de orkaan zo bij voorstellen.

De instrumentale stukken counteren deze zwarte apocalyptische klanken ietwat. “Forward Eyes I” en “Forward Eyes II” vormen telkens een contrapunt van hoop tegen het onheilspellend geraas van bijvoorbeeld “A Common Truth” en “Light Of Mercy”, zonder daarbij melig te worden. Een diepe basdrone roept het tederste van Sigur Rós ten tijde van Valtari op, waarna nauwelijks evoluerende strijkers zich er om heen zwachtelen. De afsluiter is zo van een delicaatheid die je niet anders dan diep ontroerd kan achterlaten. Een delicaatheid die mooi onze eigen leefwereld weerspiegelt. Telkens opnieuw drukt Saltland je met minimalistische maar meeslepende celloklanken, die soms blijven zweven maar altijd traag vooruitgolven, met de neus op de feiten. Foon beheerst de kunst om een voor sommige ongemakkelijke waarheid zonder luid gepreek over te brengen, maar enkel met het broodnodige. Want de mens is ook maar een dier, één met de natuur, hoezeer we dat soms misschien willen vergeten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + drie =