Grails :: Chalice Hymnal

We betwijfelen dat hedendaagse porno veel interessante muziek bevat, maar in de jaren zeventig was dat wel anders. Platen gevuld met lijpe grooves en geile saxofoons uit die periode worden tegenwoordig zelfs voor fikse bedragen verhandeld onder verzamelaars. De heren van Grails weten er alles van en laten er zich op hun zevende volwaardige langspeler zelfs uitgebreid door inspireren.

Chalice Hymnal ontstond gespreid over de zes jaar sinds vorige langspeler en voorlopig carrièrehoogtepunt Deep Politics terwijl de verschillende bandleden andere oorden opzochten. Emil Amos, Alex Hall en Zak Riles verhuisden niet alleen naar respectievelijk Brooklyn, Berlijn en Kentucky, maar hielden zich ook zoet met allerhande andere muzikale projecten. Deze nieuwe plaat is daarvan een logisch gevolg, met elf tracks die een breed spectrum aan klanken voorleggen, zij het dus met een opvallend groter aandeel aan porno grooves. Sommige dingen klinken bekend van eerdere Grails platen, andere zijn eerder thuis te brengen in de sonische vijver waar vooral Lilacs & Champagne (het instrumentaal hiphopproject van Amos en Hall) geregeld vissen.

Grails is daardoor hoe langer hoe minder een rockband te noemen, en doet al zeker niet meer aan postrock. Gitaren en drums blijven weliswaar van centraal belang, maar toetsen en samples trekken bijna evenzeer het muzikaal luik naar zich toe. De drums zijn ook potiger geworden en verlenen bijvoorbeeld de titeltrack van een hoofdknikkende hiphopschwung. “New Prague” is wellicht het meest traditionele nummer hier, met zijn psychedelische stonergitaren die doen denken aan de waas van distortion en reverb die de groep uitwalmde op Doomsdayer’s Holiday.

Elders overheersen de vettige grooves, stevig tegen de kitsch aanschurkende toetsen, en die typische ijle gitaarlijnen waar de band een patent op heeft. De klanken op Chalice Hymnal roepen niet alleen beelden van stoffige softcore films op, maar ook van wazige pulpdetectives, zoals in het door een snel pulserend bas aangedreven “Pelham” dat verder een glansrol voor de drums van Amos heeft. De meest ambitieuze track is wellicht afsluiter “After The Funeral” die zeven minuten lang ijle melodieën en dramatische strijkers begraaft onder een wolk van reverb.

Het fijne aan Chalice Hymnal is dat, ondanks die rijkelijke inspiratie uit obscure platen, het geluid van Grails toch weer uit de duizend herkenbaar is. Het feit dat veel van wat hier te horen valt wel ergens een precedent heeft in het eerdere oeuvre van de groep is daarbij bepalend. Dat is soms zelfs erg expliciet zo, met “Deep Snow II” dat een meditatief vervolg breit aan de akoestische intro van “Deep Snow” uit Deep Politics. De titel van die plaat krijgt ook een hoofdknikje mee in de vorm van “Deeper Politics”.

Dat soort dingen kan soms de indruk van creatieve bloedarmoede geven, maar dat gaat gelukkig niet echt op voor Chalice Hymnal. Toegegeven, het torenhoge niveau van Deep Politics of van Burning Off Impurities wordt hier niet gehaald, maar de plaat weet wel elf tracks lang zonder meer te boeien en het soort hoge kwaliteit af te leveren waarmee de band doorheen de jaren synoniem is geworden.

Grails speelt op 12 maart in Het Bos.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + vijftien =