Katie Gately :: Color

Ze is een sounddesigner en producer met diploma’s in de filosofie en filmstudies op zak, maar ze zorgde ook al voor een remix van Björk en laat na een handvol releases op haar debuutalbum horen hoe ze moderne pop kannibaliseert vanuit de avant-garde. Katie Gately maakt gefragmenteerde popbricolages die de gekte van de tijd helemaal weerspiegelen.

Opener “Lift” is meteen het visitekaartje. Talloze effecten worden meteen op elkaar gestapeld: voorwaarts ontmoet achterwaarts, stemmen worden bedolven onder effecten en laag voor laag opgebouwd. Sputterende, knetterende en springende beats wisselen elkaar af. Er steekt een kronkelende bas de kop op. Nog meer beats, samples, stemmetjes en wendingen. “Lift” is een labyrintisch bouwwerk waar talloze uren arbeid in gestoken zijn. Het is de triomf van digitalisering die geen spaander heel laat van conventionele dosering of analoge ingrediënten. Het is de creatie van een artieste die geobsedeerd is door geluid en die songs vermoedelijk niet beschouwt als muzikale verhalen met een transparante structuur, maar als een voortdurend muterende constructie van klank.

Het meest intrigerende is dat Color ondanks (of net door) die gladde bombast soms heel dicht aanschuifelt tegen de mainstreampop van nu. Weliswaar met een avant-garde randje, want Lady Gaga, Madonna (“Tuck”!) en klinisch gladde r&b worden hier op een lijn geplaatst met minder verdachte namen als Grimes, Julia Holter en Björk. Gately’s songs zijn knutselwerkjes die soms met zo’n vloed aan ideeën jongleren dat ze een industrial pop-versie lijken van John Oswalds plunderphonics-methodes. Alles wordt op losse schroeven gezet. Je krijgt geen houvast, maar een duizelingwekkende, hypergeconcentreerde collage die je naar een familieverpakking Dafalgan Forte doet grijpen (“Sift”).

Een enkele keer wordt een versnelling lager geschakeld, zoals in het wat onheilspellend startende “Rive”. Maar zelfs daar wordt een semispookachtig pianoakkoordje meteen verwrongen en beland je op het terrein tussen gehavende barok en schimmenpop. Het is ook het geluid van schizofrenie die steeds opnieuw de kop opsteekt. Lijkt “Frisk” het even te houden bij een traag en atmosferisch slepend stuk met spaarzaam rondgestrooide beats, dan wordt plots omgeslagen naar een dikke, extatische geluidspap die je pompeus om de oren slaat. De rust die Gately en Color gunnen is niet meer dan tijdelijke respijt.

Al moet het gezegd: het afsluitende titelnummer kent pas na twee derde een sluimerende uitbarsting, maar die plooit weer terug in zichzelf. Niettemin is de indruk die nazindert er eentje van overdaad. Color is een niet mis te verstaan statement als debuutplaat, maar zal vermoedelijk verdoemd zijn om in de schemerzone te blijven rondhangen: te excentriek voor de hitlijst, te gepolijst voor hardcore experimentliefhebbers, en daardoor vooral op maat van gulzige, hedendaagse klankverslaafden die zich graag laten overspoelen door digitale desoriëntatie die niet achterom kijkt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − een =