Wild Beasts :: Boy King

Met hun vijfde plaat maken de artpoppers van Wild Beasts voor het eerst ook hun groepsnaam meer dan waar. Weg is de gelaagde, langoureuze synthpop, enter botergeile funk, vunzige electro en glimmende glamrock. Directer, onstuimiger en, u raadt het nooit, wilder hoorden we deze Britten nog niet. Eros en Thanatos in een bacchanaal van een kleine 40 minuten!

Niet dat die van Wild Beasts op hun vorige platen als doetjes klonken. “Don’t confuse me with someone who gives a fuck”, zong Hayden Thorpe op hun vorige plaat Present Tense. Op Smother hield de man met de mooiste vrouwelijke falsetto sinds Anohni dan weer een pleidooi voor de horizontale tango op een nagelbed. Om maar te zeggen, onder het zachte deken van de muziek verstopte Wild Beasts altijd wel een paar vlijmscherpe tekstuele naalden. Neervlijen op eigen risico. Met Boy King klinkt ook die muziek echter voor het eerst een pak scherper en steviger. De synthpop-texturen van de vroege Talk Talk en Depeche Mode zijn nog intact, maar ze zijn in de maximalistische fluokleuren van Hudson Mohawke en Flume gedrenkt. En een fikse dosis hete funk zorgt voor nog meer peper in de poep.

Prince is dood en op zijn manier probeert Wild Beasts dus de immense leegte een beetje op te vullen. Net als zijne purperen geiligheid hebben de Britten een dirty mind en we zullen het geweten hebben. Eerste single “Get My Bang” spreekt alvast b(r)oekdelen. “Why would you hold it back from me? Yeah / If not now then when? / If not you then who? / If not here then where?”, kreunt Thorpe veelzeggend. Ook “Tough Guy” en “Big Cat” klinken sleazy en vet, met Thorpe als bronstig roofdier. Als een Ziggy Stardust-achtig alfamannetje paradeert hij rond op het ritme van strakke, funky percussie, gezwollen synths en gitaarsolo’s als kronkelende boa constrictors.

Die lust is een rode draad doorheen de discografie van Wild Beasts (“We Still Got The Taste Dancin’ On Our Tongues”, iemand?), maar nooit was dat thema zo prominent aanwezig. Gelukkig knipoogt de band ook af en toe naar het vroegere werk om het evenwicht te bewaren. “Celestial Creatures” begint fel, maar is gezegend met een bloedmooie outro à la Radiohead ten tijde van Amnesiac. En wanneer bassist Tom Fleming het vocale voortouw neemt, worden de songs van Wild Beasts automatisch slepender. “I’m the type of man who wants to watch the world burn”, zingt hij met z’n zachte bariton in “2BU”, een track die ook op doorbraakplaat Two Dancers had gekund.

En toch, in “Ponytail” ontsnapt ook Fleming niet aan de lokroep van Aphrodite en bezingt hij de liefde tussen krols miauwende katten. Waarna Thorpe er nog een schepje bovenop doet met het smachtende “Eat Your Heart Out Adonis”. Het soort nocturnale, theatrale synthpop waarin ook Twin Shadow grossierde op Confess. Eindigen doet Wild Beasts dan weer met de lang uitgesponnen, elegische ballad “Dreamliner”. Het muzikale equivalent van een rookpluim uit de mondhoek na de seks.

En zo schippert Wild Beasts een plaat lang succesvol tussen oud en nieuw. Boy King is een verrassend en gedurfd album, maar bevat ook nog voldoende vertrouwde ingrediënten om de fans niet te veel voor het hoofd te stoten. En ondertussen knikt Prince goedkeurend vanuit zijn purperen sofa in het hiernamaals!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vier =