Tindersticks :: The Waiting Room

Plaat tien in het oeuvre van Tindersticks, plaat vier in hun tweede leven sinds The Hungry Saw. In dat tweede leven probeerden ze vooral niet te hard als zichzelf te klinken, de jas van zware weemoed in de kast te laten. Het maakte van de laatste platen een soms wankele avondwandeling, struinend tussen vorm en gevoel. Op The Waiting Room is de tred iets vaster.

Met Waiting For The Moon was duidelijk geworden dat er geen eindeloze rek zat op het door strijkers versmachte geluid. Een geluid dat ze steeds meer als een te strak keurslijf zagen. Vandaar een vijf jaar durende hiaat, die alleen onderbroken zou worden als ze echt nog iets te vertellen en muzikaal te vernieuwen hadden. Het nog steeds bloedstollende The Hungry Saw maakte duidelijk van wel. Falling Down A Mountain en The Something Rain daarna iets minder.

Tindersticks is een groep geworden die van het zoeken niet langer een middel, maar een doel maakt. Ook op The Waiting Room hoor je dan ook een band die zoekt, en dat gebeurt met vallen en opstaan. Het maakt ook van deze plaat weer meer een geslaagde generale repetitie dan een volwaardige première van een nieuw hoofdstuk. Alsof het niet te perfect mag klinken. Je hoort uitstekende aanzetten en dito volwaardige songs, maar toch lijk je tussen de lijnen te horen dat er meer had ingezeten. Al is het wel hun meest consistente album sinds The Hungry Saw, waardoor het zich mooi in de periode …Can Our LoveSimple Pleasures kan nestelen.

Want als het raak is, is uw hart een dartsbord. “Were We Once Lovers” is een klassiekertje in wording, met een strijkersarrangement dat zo uit Curtains geplukt lijkt op een onrustige groove die de afgelopen jaren deel is gaan uitmaken van hun DNA. Staples ijlt het mantra “How can I care if it’s the caring that’s killing me” steeds koortsiger, wat het tot een pareltje van gejaagde schoonheid maakt. Alsof de rest van het album de zoektocht is om hierin uit te monden. Het alleen door een mistroostig orgel opgeluisterde titelnummer “The Waiting Room” is van zo’n tristesse die we in jaren niet van de band hebben gehoord.

De duetten zijn ook deze keer geen herhalingsoefening: “Hey Lucinda” bevat nog ingezongen fragmenten van de in 2010 aan kanker gestorven Lhasa De Sala, die “Sometimes It Hurts” mee de eregalerij van Tindersticks in zong. Geen zwierige melancholie of in rouw gedompeld terugkijken, maar een verrassend speels nummer dat de mondhoeken in een glimlach plooit zoals alleen mooie herinneringen dat kunnen. Knap eerbetoon van Staples, die destijds zwaar aangedaan was door Lhasa’s overlijden. Ook in het andere duet “We Are Dreamers”, met Jehnny Beth van Savages, wordt er in de verste verte niet geknipoogd naar de barok van pakweg “Travelling Light”. Er wordt een koortsdroom uitgezweet.

Voorts hoor je een band die met vrucht probeert, waarbij de trial het meestal haalt van de error. Zo wordt de plaat bijwijlen opgeluisterd door uitstekende blazersarrangementen, die vooral in “Second Chance Man” en vooral in de funk van “Help Yourself” naar meer doen verlangen. Geen band kan zo uitgelaten klinken met het hoofd naar de grond gebogen. “How He Entered” is dan weer een staaltje spoken word, waar de band nooit vies van is geweest, al kunnen de strijkers niet voorkomen dat dit een skippertje wordt.

Net als de drie instrumentaaltjes trouwens, waar vooral “This Fear Of Emptiness” de opgebouwde sfeer van het album doorprikt. The Waiting Room is immers ook een filmproject, met een aantal bevriende regisseurs (waaronder Claire Denis en Suzanne Osborne) die kortfilms hebben gemaakt bij de songs. Tindersticks is altijd een filmische band geweest, zowel qua sound als qua werk voor soundtracks — “Trouble Every Day”, iemand? Het maakt The Waiting Room ook op dat gebied een meer dan waardevolle aanvulling in hun oeuvre.

25 jaar bestaat de band ondertussen, en nog steeds zoekt ze met meer opstaan dan vallen naar nieuwe wegen om zich niet vast te rijden in de modder van het eigen geluid. Bovendien maken ze boeiende en verkillend mooie uitstapjes als de soundtrack Ypres twee jaar geleden, als om hun blijvende relevantie kracht bij te zetten voor de slechte verstaander. Weemoed is bij hen een schilderij waarin steeds nieuwe kleuren en penseelstreken te ontdekken vallen. Faut le faire.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + 18 =