Adele :: 25

Ja hallo. Meer fenomeen dan zangeres, Adele. Een onwaarschijnlijk verhaal: van lelijk eendje tot diva. En dat heeft ze puur en alleen aan haar songs te danken, een zeldzaamheid vandaag. Maar zo onvoorspelbaar het megalomane succes van 21, zo voorspelbaar de impact (en de kwaliteit) van 25.

En dan nog te bedenken dat ze in de generatie popmeisjes van 2008 het buitenbeentje was. Duffy (een steeds moeilijkere vraag in een muziekquiz) werd op basis van hun beider debuten zelfs een grotere toekomst toegedicht. Adeles bekendste nummer was aanvankelijk een (tenenkrullende) cover van Dylan, “To Make You Feel My Love”. En dan keerde het, begin 2011. “Rolling In The Deep” bracht een successtorm op gang die zijn gelijke deze eeuw niet kent. De (te) talrijke ballads op het al bij al niet laaiend onthaalde 21 deden de rest. “Turning Tables” – “Set Fire To The Rain” – “Don’t You Remember” – “Someone Like You”. Ga er maar aan staan.

De juiste songs is één ding, het juiste moment een ander. In een tijd waar gevoelens de vluchtigheid of diepgang van een muisklik of een swipebeweging hebben, moet muziek niet al te diep gaan om diep te raken. Tomorrow is een steeds dichtbevolkter land waar je maar één keer in leeft. Dan is er geen tijd voor teveel diepgang. Leuk is al diepgaand genoeg, ook voor wie net door een sms of swipebeweging uit iemands leven gegooid is – dan is een song als “Someone Like You” of “Hello” perfect om even aan dat jeukend litteken te krabben tussen twee selfies door. De songschrijvers die Adele rond zich vergaard heeft voor 25 weten dat als geen ander: Greg Kurstin (Beyoncé, Ellie Goulding), Max Martin (Taylor Swift), Paul Epworth (Florence + The Machine), Bruno Mars, Tobias Jesso Jr. Ja hallo.

Maar er is bovenal Adele zelf. In een tijd waarin de afstandelijke diva’s (Whitney, Mariah, zelfs Céline) relikwieën uit de jaren 90 zijn, lag er een gat voor songs met diva-allures. Maar dat is het ’m net: Adele zelf heeft die diva-allures niet. Tijdens haar 21-tour zong ze haar songs nog tussen een boer hier en een vloek daar op het podium, een schaterlach eindigde al eens in geknord gegrinnik. Adele blijft ergens, ongeforceerd, een girl next door die het ook allemaal maar overkomt. Mét de nodige dosis zelfrelativering en goeie humor: de manier waarop ze zich in de Graham Norton-show rond haar belachelijk durfde te maken tussen haar fans die aan een zogezegde Adele-imitatiewedstrijd deelnamen, was verfrissend. Voor haar ook geen gedoe rond de eerste babyfoto’s en naam van haar kleine. Ze creëert ook geen afstand door grote merkendeals af te (laten) sluiten die gebakken lucht in haar muziek dreigen te blazen. Tegelijk is het heel vernuftig om in “Hello” met een ouderwetse klap-gsm op te draven – in deze tijden is “authenticiteit” even makkelijk te behalen als een compliment van de juf in de kleuterklas.

En als je dan nog de media hebt die alles achterna hijgen wat een klik meer haalt, is het plaatje compleet. Aandoenlijk hoe haar concerten volgend jaar als het grootste evenement sinds de maanlanding werden onthaald. En hoe men zich in bochten wrong om 25 toch maar niet te moeten afbranden. Want dat is het ’m net: dat laatste is nergens voor nodig. Adeles derde is wederom een goede plaat met enkele uitstekende uitschieters en een ballad of drie teveel. Even goed als 21, niet meer, niet minder – al is het toch een prestatie met haar nieuwe status niet in een valkuil of twee getrapt te zijn. Vandaar: 25 is voorspelbaar, omdat risico’s geschuwd worden. Maar daar moet je Adele niet op afrekenen, net als zeven jaar geleden toen ze de BBC Sound of the year was. Wie dat toch wil doen, zou zich beter een andere strijd zoeken waarin het minder makkelijk scoren is.

Want “Hello” is bovendien een dijk van een song, waar iedereen met bovengemiddelde stembanden een ledemaat of twee voor over heeft. Heel straffe zanglijnen in de strofes, een refrein dat door haar vocale uithalen geen nood heeft aan orkestrale aandikking en dat gelukkig ook (net) niet krijgt. Dat we het rond de feestdagen woordelijk kunnen braken is een overkill waaraan zij geen schuld treft. Een poppareltje is de fm-gospel van “Water Under The Bridge”, gezegend met een paar dotten van melodieën. “I Miss You” wuift in het voorbijsteken naar “Florence + The Machine” (Paul Epworth, jawel). En dan is er hét nummer van deze plaat: de zwoele, onderkoelde gospel van “River Lea” (dank u, Brian Danger Mouse Burton), dat een perfecte pirouette danst op spontane schoonheid en productionele perfectie. Misschien wel het beste nummer van Adele tot dusver.

Staat daar tegenover: de inflatie aan pianoballads, met “When We Were Young”, “Love In The Dark” en vooral “All I Ask” (dank u, Bruno Mars) waarin Adeles stem ook al eens te schel doorslaat. Zeggen dat ze geen goede stem heeft is als zeggen dat Spielberg geen films kan maken, maar in te dreinerige songs kan het al snel klinisch aanvoelen. Atkins’ stem is het aangenaamst als ze zich in lagere tonen rond zwoele zanglijnen kan kronkelen. Dan voel je dat er iets staat te gebeuren – zoals in “River Lea”, ja. Een stem kan ontroeren, maar geen stem is sterk genoeg om alle tochtgaten in songs te dichten.

Maar goed. In zowat elk land staat Adele op 1, en als ze begin juni te opvallend haar neus snuit, openen alle nieuwssites hier met het bericht dat haar concerten in gevaar komen. Dat het allemaal wat overdreven is, is geen open deur intrappen maar door een blinde muur vallen. Terwijl het eigenlijk simpel is: Adele heeft met 25 gewoon haar derde goede plaat gemaakt. “Adele kan een van de artiesten van dit decennium worden”, schreven we naar aanleiding van 21 vier jaar geleden. Met nog een album of twee van dit allooi wordt ze de artieste van de eerste eeuwhelft. Er zijn heus wel ergere vooruitzichten, zolang ze het meisje blijft dat eerder thema’s van Bondfilms in plaats van Disney prinsessenfilms zingt. Maar veel dunner mag die grens niet meer worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + negen =