Foals :: What Went Down

Intensiteit staat nog altijd in het woordenboek van Foals. Dat hoor je duidelijk op What Went Down. Maar toch mocht het wat meer zijn op de vierde plaat van het energieke vijftal uit Oxford.

We zullen beginnen met het goede nieuws. “What Went Down”, de eerste single van de plaat die al in juni werd vrijgegeven, is en blijft een bom van een nummer. “I buried my heart in a hole in the ground”, zingt Yannis Philippakis, wiens teksten meteen door merg en been gaan. Het openingsnummer eindigt met de meest verschroeiende brok muziek die Foals ooit gemaakt heeft. Wild en beestig zijn de perfecte adjectieven om “What Went Down” te beschrijven. In die termen werd de nieuwe plaat ook aangekondigd door Philippakis. “Our loudest and heaviest record to date”, vertrouwde hij toe aan NME. Onze verwachtingen waren alvast hooggespannen. What Went Down zal ons omver blazen. Dachten we.

Philippakis en de zijnen hebben veel in hun mars als je hun discografie afloopt. Vooral Antidotes (2008) was een heerlijk eigenzinnige plaat van een stel jonge honden. Met Total Life Forever (2010) werd meteen een eerste knieval voor de mainstream gemaakt, maar het is tot op vandaag een puike plaat. Zo blijft “Spanish Sahara” nog altijd een dijk van een nummer. Het in 2013 verschenen Holy Fire was echter -op een paar uitzonderingen na- maar een matige plaat.

Ondanks het feit dat Foals van een intieme clubband naar een hoogst populaire headliner geëvolueerd is, blijft het een pseudo-intellectueel gezelschap. Onder meer met nummers die meer dan vier minuten duren, onderscheiden ze zich van de doorsnee popbands. Maar of dat genoeg is om ons te overtuigen?

Ook het tweede nummer van de plaat, het meer radiovriendelijke “Mountain At My Gates”, kan alvast bekoren. Zelfs met de luchtige toetsen, het speels gitaarwerk en de funky baslijnen komt het kwaad, onstuimig en intens over. Om nog maar te zwijgen van die heerlijke tempoversnelling. Tot zover de krachtige Foals die we wilden horen. Want afgaande op de rest van de plaat had de vijfkoppige band beter een iets langere pauze ingelast.

Het opgefokte tempo van de twee eerste nummers zakt namelijk volledig in elkaar. Foals probeert er hier en daar wel wat dynamiek in te verstoppen, maar vooral de meer rustige nummers klinken te langdradig. Het begint al met “Birch Tree” en de intieme ballade “Give It All”; beiden klinken enorm introspectief voor wat we van de band gewend zijn. Het atmosferische “Albatross” — zeker geen misbaksel — heeft een funky tint meegekregen, maar had een ijzersterk nummer kunnen zijn als het wat meer gebald had geklonken. Het ene mediocre brouwsel volgt het andere op en dat is een beetje teleurstellend.

Met “Snake Oil” wordt eindelijk nog eens het vuur aan de lont gestoken. We horen een soort stoner-riff, die doet denken aan de gitaarlijn van “Inhaler” op de vorige plaat, waarmee we eindelijk nog eens wakker schieten. Maar nadien volgt alweer een ballade (“London Thunder”) en toch nog de epische, bloedmooie afsluiter “A Knife In The Ocean”, waarin de breekbare stem van Philippakis helemaal tot zijn recht komt. Een nummer dat we niet snel zullen vergeten, in tegenstelling tot het merendeel van de plaat.

Met What Went Down heeft Foals een plaat gemaakt die bij momenten te evident klinkt. Over de hele lijn is de plaat te middelmatig, maar vooral: bijna onopvallend. We missen met andere woorden de gedurfde contrasten van weleer. Zou het aan de vele flessen wijn liggen die ze tijdens de opnames in Zuid-Frankrijk soldaat hebben gemaakt? Wij hopen alvast dat de Oxford five ons live nog altijd op het verkeerde spoor kunnen zetten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × drie =