Safi & Spreej :: Trots

Hiphop in Vlaanderen lijkt springlevend. Een voorbeeld om die boutade wat kracht bij te zetten? Trots, het derde album van woordkunstenaars Safi & Spreej.

Nu Tourist LeMC ongekend hoge toppen scheert met een van de beste Nederlandstalige platen van het jaar, zou je haast vergeten dat Vlaanderen nog ander jong talent in huis heeft. Net zoals het gros van de jonge hiphopwolven die onze bakermat rijk is, komen ook Safi & Spreej uit de stal van Eigen Makelij; een Antwerps label met een wel erg goede neus voor alles en iedereen dat ook maar enigszins ruikt naar hiphop. Beweren dat je broodje gebakken is wanneer je als Vlaamse rapper of hiphopartiest een platendeal met Eigen Makelij in de wacht weet te slepen, gaat wat kort door de bocht, maar feit is dat het label over de mogelijkheden beschikt om je in Vlaanderen op de goede weg te helpen. Bovendien werkt het label nauw samen met Top Notch, een Nederlandse concullega, waardoor de afzetmarkt zo in één klap heel wat groter wordt. Dat idee lijkt — kort samengevat — een van de belangrijkste drijfveren achter het succes van Safi & Spreej.

Laten we meteen duidelijk zijn: Trots is geen hoogvlieger. Niets wat het duo doet is bijster spannend, sterker nog: zowat alles wat Sevi Geerts en Christophe Caboche afleveren, doet een belletje rinkelen. De vergelijking met The Opposites ligt dan ook erg voor de hand. Die Nederlanders laten zich gretig inspireren door grote Amerikaanse artiesten en hebben er bovendien weinig moeite mee om leentjebuur te spelen bij bands die de canon van het Nederlandstalige lied mee hebben vormgegeven. Het verschil bestaat er echter in dat het hen wél lukt om een volledig album te blijven boeien. Safi & Spreej beschikken over het talent om je in een handomdraai in te pakken, maar kiezen al te vaak voor de makkelijke weg. Trots heeft in dat opzicht — op een erg beperkt aantal nummers na — veel weg van een wegwerpmaaltijd: een snelle hap waar je even schuldbewust van geniet, om een aantal uur later toch over te stappen naar het echte werk.

Nochtans toont een nummer zoals “Naast mij” aan dat het duo wel het belang van veelzijdigheid inziet. Muzikaal steunt het nummer op een nietszeggend pompend niemendalletje dat perfect past in de clubgeest van de jaren tachtig, tekstueel krijg je het relaas van een banale versierpoging, maar de geslepen combinatie van beide factoren maakt het resultaat bijzonder genietbaar. Met “Equilibrium” zit je ongeveer in dezelfde hoek: het dansbare aspect wordt grotendeels behouden, maar je merkt al snel dat het nummer geen ander doel heeft dan de verheerlijking van de eigen persoon. Dat idee sluimert als een rode draad doorheen Trots — het album is nadrukkelijk gestoeld op zelfverheerlijking en materialisme. Uiteraard niets mis mee, maar keer op keer wordt die boodschap zo ostentatief uitgebraakt dat je er al snel genoeg van krijgt. ‘Adem in/Haal tot de laatste adem uit/Ge kunt ertegen ingaan/Maar ik verlies niet’ wordt er op “Verlies Niet” gespuugd: woorden die zo dwingend overkomen dat het hele album ondergedompeld wordt in een puberale dwang naar competitie.

Waar loopt het fout? Op Trots kiezen Safi & Spreej een duidelijke richting zonder rekening te houden met de wensen van de meerwaardezoeker. De beperkte kijk die het duo aanbiedt, komt al snel als louter plaatvullend over en doet vermoeden dat het succes van eerdere EP’s deed beslissen het ijzer te smeden wanneer het heet is. Geen twijfel mogelijk dat de heren tot grootse dingen in staat zijn, maar de titel van hun derde album werd toch wat ongelukkig gekozen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − 11 =