Kamasi Washington :: The Epic

Hype, zegt u? Onze kritische voelsprieten staan meteen op scherp, ons analytisch fingerspitzengefühl in de aanslag terwijl we de plaat in kwestie op de weegschaal leggen. Vaak wordt het snoepje van de dag te zwaar bevonden en valt de inhoud te licht uit om tegen de lofprijzingen op te kunnen. Maar soms, heel soms, moeten we de hype toch gelijk geven.

Kamasi Washington kan ervan mee spreken: de Californische saxofonist werd her en der tot een herboren John Coltrane gebombardeerd. Zijn mastodontische debuutplaat The Epic (met 170 minuten speeltijd niet bepaald een van de pot gerukte titel) werd de beste jazzplaat genoemd sinds Miles Davis de jazzwereld op zijn kop zette met zijn fusionexperimenten, en zijn band werd alom geprezen als de groep die jazz van de irrelevantie zou gaan redden. Tja, hyperbolen zijn niet vreemd aan veel recensenten, terwijl de recentere ontwikkelingen binnen de jazzwereld net vaak compleet ongemerkt voorbij gaan aan diezelfde zelfverklaarde fijnproevers.

Een beetje nuance dus: Washington is niet Coltrane herboren en hoeft dat ook helemaal niet te zijn. The Epic is een behoorlijk fantastische plaat, maar is niet zo vernieuwend als sommigen u willen doen geloven. De band die hier aantreedt, heeft duidelijk goed geluisterd naar wat Sun Ra, Pharoah Sanders, John en Alice Coltrane en Miles Davis uitspookten aan het eind van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig. Washington heeft dat aangelengd met invloeden uit funk, soul, R&B en een scheut hiphop, maar komt uiteindelijk uit bij een geluid dat eerder vertrouwd dan revolutionair klinkt. Ook hier weer, dat hoeft het ook helemaal niet te zijn, want deze tripel-CD heeft op zichzelf merites te over die niet hoeven overgoten te worden met misplaatste lofbetuigingen en fanfares over een vermeende jazzmessias. Laten we het liever hebben over waarom deze plaat zo goed is.

Die band bijvoorbeeld. Het absolute sterktepunt van The Epic is wellicht de onwaarschijnlijk strak samen musicerende kerngroep The Next Step (ook bekend als The West Coast Get Down), waarvan sommige leden al samenspelen sinds hun prille jeugd. Hoor die drums het samenspel opjutten tot ultieme extase in het openingsduo “Change Of The Guard” en “Askim”, en u weet wat we bedoelen, luister nog een aantal nummers verder en u bent overtuigd van het haast telepathische niveau van samenspel dat deze jongeheren bereikt hebben. Alhoewel de hele band ruim de spotlight gegund wordt, neemt Washington toch een bescheiden leiderspositie in en levert hij ook steevast ijzersterke solo’s. Dat gaat van lieflijk tot vervaarlijk ronkend, van contemplatieve bedenkingen tot scheurende orgasmes vol muzikale vreugde. Luister bijvoorbeeld hoe hij na het zanggedeelte in “Malcolm’s Theme” (opgedragen aan Malcolm X, waarvan we ook een speech uit zijn latere gematigde periode te horen krijgen) met een jubelende solo de compositie openbreekt.

Overdaad schaadt stelt een bekende zegswijze, en het is aanlokkelijk om het te hanteren bij een bespreking van deze plaat, ware het niet dat het simpelweg niet op gaat. The Epic is groots, absoluut, niet enkel in lengte, maar ook in ambitie: er wordt geregeld een twintigkoppig koor en een voltallig strijkersensemble bij gehaald en het bombast loert steeds om de hoek. Washington weet die elementen echter meesterlijk te verweven doorheen de eclectische jazzuitwerkingen waarvan deze plaat bol staat. Natuurlijk is drie platen veel, zeker als ze zo tjokvol muziek staan, maar de composities kunnen gemakkelijk geïsoleerd worden of per CD beluisterd worden zonder dat ze veel aan kracht verliezen. Toch ergens een ambitieuze overstretch? Nu ja, Washington heeft een nogal etherisch concept over een Kung-Fu meester aan de plaat verbonden, maar dat ligt er gelukkig nergens dik op en is in feite zelfs volledig negeerbaar. En ja, natuurlijk is niet elke track even essentiëel en had er wel degelijk wat getrimd kunnen worden, maar in feite wordt het nergens minder dan gewoon goed.

In meer genuanceerde recensies werd al opgemerkt dat de grote verdienste van Washington en zijn kornuiten niet zozeer is dat ze jazz nieuw leven inblazen (nogal sneu om een springlevend genre te gaan reanimeren natuurlijk). Wel dat ze het benaderen vanuit een achtergrond die een jonger publiek massaal over de schreef kan trekken om toch eens in die rijke jazzerfenis te gaan graven: Kendrick Lamar, Flying Lotus, Nas, Erykah Badu, het zijn slechts enkele namen uit de waslijst artiesten waarbij leden van Washington’s band hun sporen verdienden. Dat deze plaat op FlyLo’s hippe label Brainfeeder wordt uitgebracht garandeert bovendien een potentiëel publiek waar veel traditionelere jazzmuzikanten alleen maar van kunnen dromen.

Jazz voor het grote publiek dus, maar in tegenstelling tot sommige andere jazz-hipsters (Robert Glasper en BBNG bijvoorbeeld) wel van een niveau dat nauwelijks moet onderdoen voor de koplopers in het genre. Elders is men misschien vernieuwender en gedurfder, springt men creatiever om met de jazzerfenis, maar de ambitie, de smaakvolle aanpak en vooral de levendige schwung waarmee Washington hier aan de slag is gegaan is zonder meer lovenswaardig. Daarvoor mag dan ook gerust nog eens wat hype van stal gehaald worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 8 =