Freddie Gibbs & Madlib :: Piñata

Het mag een wonder heten dat Freddie Gibbs en Madlib elkaar gevonden hebben. De MC en de producer bevinden zich op tegenovergestelde uiteinden van het hiphopspectrum en geen van de twee is zinnens een stap achteruit te zetten.

Menig bakkes sleepte dan ook over de grond toen in 2011 het nieuws binnen sijpelde over een “MadGibbs”-plaat, die toen nog Cocaine Piñata zou heten. Freddie Gibbs en Madlib zijn beiden hiphoppers met standing, maar dan wel van twee radicaal verschillende uitlopers.

Gibbs komt van de straten van Gary, Indiana en laat weten met z’n broek tot op z’n knieën te zullen strompelen tot z’n veertigste. In het getto van Gary, in de negentiger jaren bekend als de Amerikaanse hoofdstad van de moord, is dat zoveel als zeggen: tot je dood bent. Gibbs groeide op in een buurt waar er evenveel drive-by’s als drive-ins zijn en waar twee Scarfaces (die van de film en die van de Geto Boys-hiphoppers) de maatstaven van succes zijn. Gibbs is een geharde gangstarapper, gewapend met een microfoon en een pak kwaaie verzen.

Helemaal anders is Madlib, geboren Otis Jackson Jr.. Als jongen leefde deze introverte, individualistische Californiër in de platenbakken van z’n pa. Jaren later dealt hij in diepe, dromerige beats en obscure samples en slaat hij kraters van donkere leegtes in die uithoeken waar hiphop, jazz en elektronica samenhokken. Vooral dankzij collaboraties met rappoëet MF DOOM is de dj/producer verworden tot een legende in de undergroundscene. Toch blijft zijn persoon ook voor ingewijden gehuld in mysterie: interviews zijn zeldzaam en veelal weinig ontmaskerend. Volgens Gibbs is-ie een weirdo, maar dan wel een geniale. De twee vonden elkaar en begonnen aan een album.

Vier jaar na hun eerste ontmoeting in L.A. houden Gibbs en Madlib hun Piñata boven de doopvont. Kort gezegd: Piñata is een urgente, visceraal échte plaat. Een plaat waarin geleefd werd.

“Scarface”, bijvoorbeeld, is evenzeer een manifest als een dreigement: “Life’s a bitch, I was a virgin, hope she let me fuck/Pray I miss before a nigga bust his last nut”. Op een loeiharde beat — Gibbs vond deze de moeilijkste om naar zijn hand te zetten — laat de kerel onmiskenbaar verstaan dat niemand kan zijn zoals hij: de koning van de straat én van de microfoon.

Zoals nagenoeg elke rapper illustreert Gibbs graag omstandig dat hij voor geen kleintje vervaard is. Laat u daar niet door vangen: de man is géén rapper van het gouden tanden- en dito banden-type. “Family cried some tears, I got some years, it ain’t no issue/Mama with the tissue/Saw her breaking down, she just might cry a river” (“Piñata”): Gibbs’ verzen blijven realistisch, no-nonsense, feitelijk.

Piñata is dus meer dan een ode aan het eigen ego. Het album is een seismograaf die Gibbs’ uit- en inwendige schokken nauwkeurig registreert en vertaalt naar een medium dat iedereen kan interpreteren. In “Deeper”, een hoogtepunt met hoge, krassende hooks, hoor je Gibbs opgroeien. Deze liefdesballade-in-baggypants cirkelt rond een hups jeugdliefje dat hem verlaat voor een welgemanierde square-ass motherfucker. Gibbs neemt afstand van zijn emoties, maar gaat nooit op een metaniveau zweven: “Maybe you’s a stank ho, maybe that’s a bit mean/Maybe you grew up and I’m still livin’ like I’m sixteen”. Voor een keer houden bitches en hos ons bij de les.

Zo is de hele plaat dooraderd met scherpe reflecties over authenticiteit (“Thuggin’”), schuld en boete (“Broken”) en boude trots (“Harold’s”, “Piñata”). Gibbs heeft ook zijn dankwoord verzorgd: zowat elk ander nummer bevat subtiele of expliciete shout-outs naar Helden uit de Hiphop.

Hulde ook aan beatvirtuoos Madlib, die de songs lardeert met beats die onvoorspelbaar manoeuvreren tussen frenetieke breaks, spacey synths, contemplatieve r&b en hier en daar een absurde sample, gewoon omdat het kan.

Weinig tot geen klachten aan het adres van die laatste, dus. Wel zit er wat weinig rek op Gibbs’ vocabulaire. Zijn woorden mag hij wat zorgvuldiger wikken, en over rijmschema’s en originele metaforen kan hij nog het een en ander opsteken van MF DOOM, Kendrick Lamar of Earl Sweatshirt — die voorts een steengoede passage heeft in “Robes”. Maar wie durft hem dat te vertellen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vijf =