Jefre Cantu-Ledesma :: A Year With 13 Moons

Kleffe pianopartijen of teksten vol smart zijn niet essentieel voor een break-up plaat. Dat bewijst geluidsacrobaat Jefre Cantu-Ledesma met zijn nieuwe album A Year With 13 Moons. Met gure ruisstromen en verdoken melodieën probeert hij zijn emoties weer in balans te krijgen.

Bij liefhebbers van de meer experimentele postrock zal de naam Jefre Cantu-Ledesma wellicht een belletje doen rinkelen. De Amerikaan richtte midden jaren negentig de cultband Tarentel op, waarmee hij baanbrekend werk afleverde in de postrockscene. Toen eeuwig repeterende gitaarpingelaars als Mogwai het genre naar het grote publiek brachten, besloot Cantu-Ledesma solo verder te gaan en de noise- en dronezijde van het genre te verkennen. Met Root Strata stampte hij zijn eigen label uit de grond, waarmee hij gelijkgestemde zielen zoals Christina Carter, Machinefabriek en Barn Owl de kans geeft hun werk uit te brengen.

Op A Year With 13 Moons verwerkt Cantu-Ledesma de breuk met de vrouw waarmee hij jarenlang getrouwd was. Hij zonderde zich drie maanden lang af met zijn gitaar, een (tegenwoordig onvermijdelijke) modulaire synthesizer en een koffer vol vreemde geluiden. Jefre nam zoveel mogelijk live op, wilde veel aan de verbeelding van de luisteraar overlaten en had naar eigen zeggen niet de intentie om een afgewerkt resultaat af te leveren. Hij had geen bepaald einddoel voor ogen en had meer interesse in het proces dan in het resultaat. Aan Factmag vertelde Cantu-Ledesma onlangs dat hij urenlang opnam en op het einde de songs zocht tussen de opnames in.

Songs is inderdaad een groot woord voor de vluchtige, vaak korte impressies die samen A Year With 13 Moons vormen. Opener “The Last Time I Saw Your Face” is een van de weinige nummers die de drieminutengrens overschrijdt en dan pas voel je de schoonheid van zo’n nummer volledig tot uiting komen. De ruis en de melodieën moeten immers de tijd krijgen om elkaar te te besnuffelen, uit te dagen en in te halen. Voor die melodieën keerde Cantu-Ledesma terug naar zijn eerste liefde, naar de wollige droompopklanken van Cocteau Twins en Slowdive. Maar door ze geen kans te bieden om zich ten volle te ontplooien, krijgen de nummers nooit het verhalende karakter van pakweg het recente werk van Fennesz of Fuck Buttons.

Nieuw in het werk van Cantu-Ledesma is de vrij prominente plaats van de drummachine, die zorgt voor een extra nostalgische toets. De schoonheid van “Love After Love” openbaart zich bijvoorbeeld pas volledig wanneer het ritme na anderhalve minuut vanuit de verte opduikt. Ook in “At the End of Spring” wordt het ontredderde gevoel versterkt door de desolate drums. Al blijft ook dit nummer te veel steken in een toestand van volle ontwikkeling, ergens tussen idee en resultaat in. En dat is verbazend. Als je bijvoorbeeld The Garden of Forking Paths (2007) erbij neemt, dan hoor je dat Jefre het wel kan met uitgesponnen klanktapijten: traag evoluerend, modulerend, mistig en hypnotiserend.

Wellicht was het Cantu-Ledesma zijn doel om een dromerige wandeling door zijn herinneringen te maken, maar net als de herinnering zijn de nummers vluchtig en zo weer voorbij. Aan de hand van die korte vingeroefeningen moet je als luisteraar een verhaal kunnen maken, en dat is moeilijk. A Year With 13 Moons is hoogstens een afgeschilferd emotioneel fresco waar het zoeken is naar kleur en textuur in de veel te korte fragmenten die resteren.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + 8 =