Matana Roberts :: Coin Coin Chapter Three: river run thee

Als Roberts deze frequentie, elke twee jaar een nieuw hoofdstuk, aanhoudt, dan zal de cyclus erop zitten rond 2033. Zolang zal het echter niet duren voor dit totaalwerk een status zal bereiken waarmee het een unieke plaats inneemt binnen de moderne muziek, en ver, ver daarbuiten. Dat is eigenlijk nu al zo. river run thee getuigt van een artistieke visie met een schier eindeloze inspiratie.

Na de delen met een vijftienkoppige bende uit Montréal op Gens de Couleur Libres en de zeskopige New Yorkse formatie op Mississippi Moonchile achtte Roberts de tijd rijp om er een solohoofdstuk tussen te wringen. Opnieuw een ingrijpende verandering, maar volstrekt op één lijn met de logica van Roberts’ intussen befaamde ‘panoramic sound quilting’. Uit diverse bronnen en met een roterende cast van collega’s wil de artieste een werk creëren dat door en door persoonlijk is (en een experiment omwille van het experiment), maar drukt ze ook de wens uit dat ze ermee wil inspireren en werken aan een breder, universeler verhaal.

Het hoorspel van hoofdstuk één en de lappendeken van hoofdstuk twee, waar dé verrassing de komst van klassiek zanger Jeremiah Abiah was, putten uit diverse invloeden en disciplines. De werelden van jazz, klassiek, gospel en blues kwamen (soms hardhandig) met elkaar in aanraking, maar het ging net zozeer om theater, therapie, geschiedschrijving en Bijbellezingen. Net zoals de bezetting vernauwt, zo gebeurt dat deze keer ook met het geluidsbereik. De focus is op deze ononderbroken lap van vijftig minuten nauwer. De dynamiek en de uitschieters zijn niet meer zo extreem als voorheen, maar nu wordt een nog grotere investering van de luisteraar verwacht. “Best heard in a dark room, loud, in one sitting, completely undisturbed, with someone you love, who also perhaps loves you too?” is het advies.

Ter voorbereiding van dit volume trok Roberts vijfentwintig dagen door het zuiden van de VS, meer bepaald Mississippi, Tennessee en Louisiana. De streek waar zij, en bij uitbreiding heel wat Afro-Amerikanen, haar roots heeft en waar een historisch gewicht aan kleeft dat onuitwisbaar is. Het was een ervaring die een enorme indruk naliet. Zo groot dat ze zelfs meegeeft dat het een stukje van de wereld is dat vreemder aanvoelde dan heel wat uithoeken van de aardbol. De field recordings die ze maakte tijdens die reis fungeren als bouwstenen voor river run thee en werden gecombineerd met improvisaties in de studio. Daarbij werd niet gekozen voor knip- en plakwerk, maar werden ononderbroken livelagen op elkaar gestapeld.

Roberts combineert haar stem (soms verschillende keren) met haar altsax en een aantal Korg synths. De ene keer wordt de stem gebruikt voor woordeloze zang, vaak met een hypnotiserend effect — een koortsdroom, niets minder –, maar net zo vaak wordt er spelend, zingend en gesproken geciteerd uit een aantal bronnen, waaronder “The Pledge Of Allegiance”, “The Star-Spangled Banner”, songs van Stephen Foster en James Weldon Johnson (een bron die recent ook nog werd aangeboord door het duo Joe McPhee en Chris Corsano), of de dagboeken van de 19de-eeuwse Britse zeekapitein George Lydiard Sullivan, die illegale slavenschepen terug naar Afrika stuurde. Meer nog dan de vorige volumes, is river run thee een hoofdstuk van en voor de stem, al zijn het dikwijls slechts flarden die door je hoofd spoken (“Why do we try so hard?”, “I like to tell stories”, “Come away with me…”), je blijven achtervolgen, verpakt in brommende, zinderende, knisperende of uit hun voegen barstende klankgolven, vrijelijk wentelende sax en omgevingsgeluiden. Vogels, klokken, verkeer, geritsel.

Was de variatie op eerdere delen al enorm, dan houdt het geen steek meer om dit album song per song te ontleden. Alles staat in rechtstreekse verhouding tot elkaar, behoort tot één luistersessie waarin woorden even plots opduiken als ze verdwijnen, stemmen fantoomconversaties voeren of naar een uithoek gedrumd worden door (tijdelijke) dominantie van synths en samples. Soms staan pulserende golven op de voorgrond en dan weer de sirenezang of gecraqueleerde monologen van Roberts. Een enkele keer komt het in de buurt van borrelende noise. Het is echter allemaal zo inventief met elkaar vervlochten dat het de logica van een doorgecomponeerd totaalwerk krijgt.

Een makkelijke luisterervaring is dit niet, en die zal er waarschijnlijk ook niet van komen in de cyclus, maar met dit persoonlijke hoofdstuk (het meest persoonlijke tot nog toe) is Roberts al toe aan een derde prachtdeel. Er is werkelijk niemand die op dit moment klinkt als Roberts, wiens stem en autoriteit enkel nog aan gezag lijken te winnen. Muziek, moderne kunst, sociale commentaar, volkscreatie. Al die dingen tegelijk. Een laatste conclusie? Dezelfde als vorige keer. “Volg het verhaal mee, het is de creatie van een monument terwijl je erop staat te kijken.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − 15 =