Matana Roberts :: 8 april 2016, Nova Cinema, Brussel

Hooggespannen verwachtingen voor het concert van Matana Roberts, die voor het eerst in België was om muziek te brengen uit haar COIN COIN-cyclus, een ambitieus project dat uiteindelijk twaalf volumes zal opleveren. Ze was er om River Run Thee (2015) voor te stellen, het meest recent verschenen hoofdstuk, waarvoor ze de grotere bezettingen even liet voor wat ze zijn en solo aan de slag ging. En de verwachtingen? Die werden niet helemaal ingelost.

Wel mooi om te zien hoe de Brusselse cultcinema helemaal volgelopen was voor deze imponerende artieste en haar eigenzinnige, ambitieuze muziek. Al is die uitspraak eigenlijk al een reductie, want Roberts’ cyclus is nu al goed op weg om een totaalwerk te worden waarbij muziek, tekstmateriaal, performance, beeld en artwork allemaal een cruciale bijdrage leveren. Via ‘panoramic sound quilting’ (een proces waarbij met zoveel mogelijk input een alomvattende lappendeken wordt gecreëerd) wil Roberts een verhaal vertellen dat zo dicht mogelijk de menselijke ervaring kan benaderen, tastbaar maakt. Het is een hutsepot van vrij verkeer en traditionele liederen, van feiten en geruchten, van Bijbel en bijgeloof, van verwarring en herkenning. Roberts gaf over haar project ook herhaaldelijk mee dat het haar om de kunst te doen is. Het experiment omwille van het experiment. Niet zozeer (maar wel onvermijdelijk) met een boodschap, maar met een creatieve daad die op zijn beurt als inspiratie kan dienen. En dat kan een struikelblok zijn. Iedereen komt immers met andere ervaringen en verwachtingen aan de meet. Anderzijds kan elk er ook zijn/haar verhaal van maken. Of lessen uit trekken.

Startpunt van de cyclus was Marie Thérèse Metoyer (Coin Coin) een verre voorouder van Roberts, die zelf overleefde in tijden van slavernij, maar het werk groeide intussen uit tot een aanvaring met een cruciaal hoofdstuk uit de Amerikaanse geschiedenis. Dat leidde op River Run Thee tot stilistisch het meest ‘nauwe’ deel van de cyclus. Deze keer geen uitgebreide band, geen botsing van jazz, gospel en theater, en evenmin een emotionele aanranding zoals op het eerste deel, maar een hyperpersoonlijke solo-exploratie die vooral in elkaar gestoken werd met altsax, analoge synths, elektronica en zang. Een golf van geluid, een hypnotiserende, ononderbroken collage van ruis, stem, tekst en die herkenbare, soms fladderende saxklank. Een amalgaam met een kleurrijke, multi-perspectieve complexiteit die meer dan eens herinnerde aan de Afro-Amerikaanse ervaring zoals die, vaak al even experimenteel, te boek gesteld werd door o.m. auteurs Ralph Ellison en Toni Morrison.

Wie een exacte kopie verwachte van het album, was er natuurlijk aan voor de moeite. Een dergelijk werk is niet bedoeld om klakkeloos gerepliceerd te worden. Het zou bovendien indruisen tegen de associatieve en vrije gedachtestroom die het werk fundamenteel bepaalt. Maar grofweg kon je er wel een aantal grote lijnen in terugvinden. Zo stond “All Is Written”, het startluik van het album, hier duidelijk centraal, bepaalde het in sterke mate de teneur en de evolutie van het stuk, al werd dat vooral uitgewerkt door een onophoudelijk recycleren van een paar kernfrasen en melodieën. Tegelijkertijd verwees Roberts ook naar Gens de couleur libres, het eerste deel van de trilogie, door de eerste tekstflard die daar opdook, de introductie “I was born… a child of the moon” voortdurend te laten terugkeren.

Met die leidmotieven was Robert vertrokken voor een tocht die uiteindelijk een uurtje zou duren en waarbij de muziek ondersteund werden door beeld, vooral een reeks van foto’s die verbonden waren aan de Amerikaanse- en Roberts’ eigen geschiedenis. De combinatie van field recordings, bewerkte stemmen, drone-achtige golven, zang en de eerder zuinig gebruikte sax was meteen goed voor een bedwelmende trip. Wat het ene moment iets had van een kinderrijmpje dat steeds opnieuw ingeoefend moest worden, klonk even later als een aanwijzing in een labyrint waar je niet wijzer van werd. Er werd even getoetst aan andere elementen uit het album – “The God Book Says”, “Come Away”, etc. – maar er doken ook flarden op uit het eerste deel.

Tegelijkertijd maakte Roberts ook weer gebruik van het intussen aardig beduimelde tekstboek dat ze bij zich draagt, en waar ze schijnbaar willekeurig flarden uitpikt om voor te dragen. Dat kan gaan om dagboekpassages die ingaan op praktijken die eigen waren aan de slavernij (zo baseerde ze zich voor River Run Thee o.m. op geschriften van George Lydiard Sullivian, een zeekapitein die in de negentiende eeuw slaven onderschepte en ze terugstuurde naar Afrika), maar ook om Bijbelpassages, preken, poëzie en andere ooggetuigenverslagen. Samen met de muziek en het beeld zorgde het bij momenten voor een indrukwekkend totaalbeeld. Maar dat was niet altijd het geval. Je kan natuurlijk niet verwachten dat een artiest er live in slaagt om de mogelijkheden die de studio-omgeving biedt te recreëren op een podium, maar toch was er soms het besef dat deze uitvoering het reliëf, de scherpe kantjes en diepgang miste die het album wel in de aanbieding had.

River Run Thee leek van op een afstand, en zeker voor een nieuwe luisteraar, een homogeen of monotoon blok, maar verraadde wel een opmerkelijke gelaagdheid en associatieve stuwing. Dat kan gaan van tegen de noise aanschurkende drones, tot opvallende ingezette field recordings, samples, saxriedels en dan vooral de combinatie van meerdere elementen. Nu leek alles een beetje afgevlakt of vereenvoudigd, zodat de extremen weggevijld waren en de ideeënvloed ingeperkt. Daardoor voelde het soms aan alsof ze een kwartier geplukt had uit het origineel, maar het wist uit te rekken tot een uur. Doe daar nog eens het steeds opnieuw terugkeren bij van de “I was born”-zinsnede en “All Is Written” met dat simpele, herkenbare melodietje, en je kreeg het gevoel dat Roberts stuitte op een aantal beperkingen, minder expansief te werk kon gaan.

Voor wie vertrouwd was met de missie en de verwezenlijkingen die de artieste de laatste jaren introduceerde, en zich daar grondig in heeft ondergedompeld, volstond dat misschien, maar je zou het de anderen moeilijk kwalijk kunnen nemen dat ze (eventueel) voortijdig afhaakten. Heeft de live ervaring soms een lillende intensiteit en elektriciteit-van-het-moment die een album vaak ontbeert, dan was nu soms het omgekeerde het geval. Het was een intrigerende performance van een van de boeiende artiesten van deze tijd, maar het onderstreepte misschien ook hoe hoog de lat gelegd werd door de albums die tot nu toe verschenen zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 13 =