Natalie Merchant :: Natalie Merchant

Na lange tijd leent Natalie Merchant haar volle timbre, overlopend van emotie, nog eens aan zelfgeschreven materiaal. Daarmee tekent ze opnieuw voor de soulvolle folk die sinds jaar en dag door sommigen als zielsverwarming wordt geprezen en door anderen als geluidsbehang wordt afgedaan. Voor de eerstgenoemde categorie breken met dit titelloze album alweer gouden dagen aan.

Bij de openingstrack dreigen we ons voor het eerst nochtans even bij de tweede groep aan te sluiten. Zelfs naar Merchants doen is “Ladybird” veel te middle-of-the-road om goed te zijn. Een moraliserende ode aan een lieveheersbeestje lijdt sowieso aan een tergend lagereschoolniveau, maar ook muzikaal heeft het nummer, hoe mooi aangekleed ook, niets nieuws te bieden. De zanglijn gaat qua stijl even naar de succesformule van “Kind And Generous”, maar she doesn’t go nana like she used to en begint er op den duur zwaar mee te enerveren. De tempowissel middenin maakt het nummer interessanter, maar uiteindelijk blijft het toch een eerder kleurloze, nodeloos instrumentaal uitgesponnen opener.

Doorheen de jaren zijn we veel meer van haar gewoon, en dat krijgen we gelukkig ook. “Maggie Said” sluit qua stijl aan bij de literaire bewerkingen die ze op Leave Your Sleep bood; een meeslepende gitaarsong die zacht in het oor ligt, maar waarvan de lyrics per luisterbeurt zwaarder aankomen. Muzikaal bloeit het nummer in al zijn subtiliteit prachtig open – de extra percussie en backings vanaf de tweede strofe smoren enige vorm van eenzijdigheid, waaraan dergelijke nummers zich na verloop van tijd weleens durven te beschuldigen, in de kiem. Merchant blijft een begenadigde songwriter en zo schittert ze ook met haar eerste zelfgeschreven lyrics sinds Motherland. Een tekst als die van de starlet-saga “Lulu” of de biecht “Seven Deadly Sins” zet je aan om old school met het boekje in de hand voor de boxen te kruipen. Eigenlijk is het een wonder dat haar pen ondertussen niet de status van een Joni Mitchell geniet. Bovendien verliest ze de melodie er niet bij uit het oog, waardoor deze nummers keer op keer blijven groeien.

Merchants stem blijft ook een indrukwekkend instrument waarin een rijk palet aan emoties schuilt. Je hoort een oceaan aan levenswijsheid, misschien nog het meest rakend op de vioolcompositie “The End”, waarmee ze de plaat na een rijke gevoelsstrijd laat eindigen met een wapenstilstand. Anderzijds zingt ze op de kampvuurfolksong ‘Texas’ bijna kinderlijk enthousiast “Papa says I’m a golden child and the whole world’s gonna fall at my feet”; een interessant contrast van een jonge blik en een doorleefde klank.

Dit album durft radicaler dan voorgaand werk in een ander genre te stappen. De bluesrock van “It’s A-Coming” laat Merchants sensuele stem balanceren op stevigere noten en toont dat de leren broek haar even goed zou staan als een enkelrok. Minder succesvol is het gospelnummer “Go Down, Moses”, dat aardig start maar de vocals van Corliss Stafford te zwaar laat overheersen zodat het op het einde eerder doet denken aan de geforceerde soulmash-injecties op de soundtrack van Ally MacBeal, dan aan een doorbloede belijdenis. De saxofoon geeft er bovendien een Michael Bolton-kantje aan waaraan we liever niet herinnerd werden.

Uiteindelijk schittert Natalie Merchant nog steeds het meest wanneer ze 100 % Natalie Merchant is. De ballade “Giving Up Everything” grijpt je recht bij de keel en is misschien wel haar meest zielsroerende nummer sinds “I May Know The Word”. Mits het negeren van de twee dieptepunten is deze titelloze plaat alweer een muzikaal rijk ingekleurde tour de force van een zangeres die te vaak aan de herinnering van 10.000 Maniacs gekoppeld wordt, in plaats van aan haar consistent sterke bijdrages aan onze recente muziekgeschiedenis.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + 5 =