The Black Keys :: Turn Blue

Twee jaar en een half zijn voorbij gegaan sinds El Camino, het vorige album van The Black Keys, verscheen. Een eeuwigheid is dat, volgens de normen van de band. Het wachten loont echter: Turn Blue bevat enkele instant classics, maar ook heel veel hartzeer.

Het wachten was niet zonder reden, zo blijkt uit enkele van de schaarse interviews die de band gegeven heeft. Hoewel het met hun carrière langzaam maar zeker bergop ging, tot astronomische hoogten na Brothers en vervolgens El Camino, viel The Black Keys op privévlak minder geluk te beurt. Zowel Patrick Carney als Dan Auerbach kregen de voorbije jaren flink wat tegenslagen te verwerken, niet zelden op het amoureuze front. Wat doe je bovendien wanneer je uit de goot geploeterd komt en plots tot de grootste bands op aarde blijkt te behoren?
“Ons van niks een zak aantrekken”, luidt het even doordachte als doeltreffende antwoord van de band, die het liefdesverdriet in enkele songs goot, Danger Mouse opnieuw onder de arm nam en Turn Blue inblikte.

Die aanpak maakt dat Turn Blue een plaat is waarmee je niet bepaald snel klaar bent. Alles kan en mag hier zo’n beetje, lijkt het wel. Er is het hartverscheurende, akoestisch vertrekkende, maar onderweg in sneltreinvaart richting ellende scheurende “Bullet in the Brain”, het weinig aan de verbeelding overlatende “It’s Up to You Now”, maar evengoed een song als het afsluitende “Gotta Get Away”. Dat laatste werd her en der met CCR-referenties overladen, maar zoiets is te veel eer. Eerder dan met Fogerty en Co lijkt het nummer verwant met goedkope doorslagjes zoals ze in talloze kroegen in het westelijk halfrond te vinden zijn, het soort etablissementen waar bierbuikige midlifers twijfelen tussen opgeven en doorploeteren en dan maar een volgende, laatste drankje bestellen. Waarom het nummer, waarvan de band al toegegeven heeft dat het in nauwelijks een kwartier in elkaar geflanst is, de plaat moest halen, is een raadsel.

Dan liever de opener “Weight of Love”, een over zeven minuten uitgespreid indrukwekkend tapijt liefdesverdriet, dat zich langzaam opbouwt van een semi-akoestische, aan Pink Floyd verwante intro tot “Like a Hurricane”-proporties. Single “Fever” blijft ook na ontelbare luisterbeurten een zwoele danse macabre en wanneer “In Time” weerklinkt, schieten fragmenten uit True Detective voor de geest.

Het is echter het onweerstaanbare titelnummer — de platenhoes begint spontaan te tollen wanneer de intro weerklinkt — waarmee The Black Keys hun meesterschap bewijzen. ‘In the dead of the night I start to lose control’ vertrouwt Dan Auerbach de luisteraar toe, terwijl Patrick Carney een zinderende groove uitspreidt. Zelden klonk creepiness zo verleidelijk en als de zomeravonden dit jaar niet zwoel blijken, dan mogen ze gerust sinister zijn, zolang “Turn Blue” maar weerklinkt.

Ondanks die toppers is Turn Blue niet het grote meesterwerk waarop gehoopt werd. Daarvoor weegt het gewicht van een gebroken hart te zwaar door. “Waiting in Words” is bijvoorbeeld een dijk van een song, maar tegen dat hij weerklinkt, is al een overdaad aan donkerte langsgekomen. Gelukkig is er “10 Lovers” om, met een funky groove en melodie waar een ander een moord voor zou begaan, het meesterschap van The Black Keys — op een dansbare manier! — in de verf te zetten.

Geen onverdeeld meesterwerk, deze Turn Blue, maar wel een meer dan fascinerend werkstuk waar, naargelang de stemming, altijd wel enkele toepasselijke songs op te vinden zijn. Of ook: een verfrissende soundtrack bij een avond uit, waarin zowel de players op de dansvloer, als de verlegen muurbloempjes met liefdesverdriet hun gading kunnen vinden.

The Black Keys spelen op zaterdag 5 juli op de Main Stage tijdens Rock Werchter 2014.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 + zestien =