Damon Albarn :: Everyday Robots

Damon Albarn solo. Voor het eerst. Technisch gesproken een debuut, maar de man heeft al meer dan 20 albums geproduceerd. Everyday Robots bevat een beetje van al die eerdere albums, maar is vooral Albarn op zijn puurst, eerlijkst en meest beheerst. Op zijn best zelfs.

Everyday Robots is natuurlijk even solo als Mali Music, The Good, The Bad and The Queen of zijn werk met Gorillaz. Het hele postmoderne multimediagebeuren rond Gorillaz kwam uit de koker van Jamie Hewlett en liet toe om een stoet aan gastmuzikanten en zangers te laten passeren, maar de songs en muzikale ideeën waren onmiskenbaar die van Albarn.

Albarn is ook nooit de grootste teamplayer geweest, getuige zijn zeer ambigue houding ten aanzien van de Blur-reünie. Ongeveer alles wat de band sinds de triomfantelijke concerten in 2009 deed, was volgens Albarn het einde van de band. Om dan toch een single uit te brengen, een ultiem concert te spelen naar aanleiding van de Olympische Spelen of een tour langs Europese festivals (waarvoor dank overigens, Werchter zal nooit meer hetzelfde zijn), maar Albarn had Blur niet meer nodig en was de band eigenlijk al lang ontgroeid.

Hij is altijd – net als Graham Coxon – hongerig muziek blijven maken, maar het keurslijf en de groepsleden passen hem niet meer zo goed als in de jaren negentig, ondanks de fenomenale concerten en de indrukwekkende songcatalogus. Maar Albarn bleef ongrijpbaar verborgen, achter tekenfilmfiguurtjes, grootse concepten of opera’s. Ook de songs van Blur gingen meer over typetjes en Britishness dan over Albarn zelf, behalve misschien op het onderschatte 13, waarop zijn moeilijke relatie met Justine Frischmann en heroïne vrij duidelijk aan bod komen, al mocht dat toen niet al te expliciet gezegd worden.

Nu laat Damon Albarn een heel album in zijn ziel kijken en daar schuilt een mijmerende, melancholische romanticus. In de titelsongs, “Photographs (You Are Taking Now)” en “Lonely Press Play” staan onze moeilijke relatie met technologie en de eenzaamheid die erachter schuilt centraal. Het zijn ook de songs waarin de elektronica het prominentst aanwezig is: de geloopte strijkers en het tegendraadse ritme in “ Everyday Robots”, de stapels geluidjes die van “Lonely Press Play” bijna Musique Concrète maken en de doffe, statische beats en de sample van Timothy Leary die een mooi tegengewicht vormen voor de galmende piano en het van nostalgie barstende refrein.

De sleutelsongs staan mooi in het midden. In “The Selfish Giant”, “You and Me” en “Hollow Ponds” neemt Albarn ons mee op een trip doorheen zijn leven. Van zijn vroege jeugd bij de Hollow Ponds in Leytonstone, via het appartement waar hij met Justine Frischmann eind jaren negentig in de hoogdagen van Britpop achter de draak (of de kever, zoals hij het in “Beetlebum” noemde) joeg tot de angsten, twijfels en spijt van “The Selfish Giant”: Albarn maakt de balans op van zijn leven.

Met het vrolijke kinderlied “Mr. Tembo” en de euforische afsluiter “Heavy Seas of Love” (met backing vocals van Brian Eno), is er ook ruimte voor zon en humor. Slechts twee songs die niet even grijsbruin als de hoes kleuren, maar ze zorgen ervoor dat alle melancholie, twijfels en donkerte draaglijk blijven.

Everyday Robots is een trage groeier. De echo’s van Blur, Gorillaz, The Good, The Bad and the Queen en Mali Music, maken dat het album op het eerste gehoor niet verrast. Al die projecten blijken echter vingeroefeningen om zijn stem te vinden. Everyday Robots biedt de meest ongefilterde en vooral consistente versie van Damon Albarn die we al hoorden. Geen grapjes, trucjes of illusies om zichzelf te beschermen, maar zijn unieke stem en unieke mix van muzikale invloeden op hun best en puurst. Het evenwicht tussen melancholie, levensvreugde en muzikale pracht dat hij in songs als This Is A Low, The Universal, Tomorrow Comes Today, Sunset Coming On en History Song als wist te vinden, nu ook in albumvorm. En dat zonder één zwakke of matige song. Dat heet meesterwerk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − 14 =