Het gebaar met de sologitaar (2) :: Richard Comte, Luís Lopes & Alan Licht

Instrumentale gitaarmuziek blijft zowel binnen als buiten de rootsgenres een vaste waarde. Met deze korte reeks willen we een paar outlaws belichten, artiesten die zich eerder ophouden in de marge van de gitaarmuziek en van daaruit andere geluiden laten horen. Deel 1 ging in op ‘bekendere’ figuren als Bill Orcutt en Gary Lucas. Met dit vervolg duiken we iets meer de obscuriteit in, met eigenzinnige artiesten die al net zulke dwarse documenten achterlaten.

Richard Comte – Innermap (RAT Records / Coax Records)

Comte is een Franse gitarist en een bekend gezicht in de Brusselse underground dat al met redelijk wat volk uit de improvisatiescene speelde. Het is dus helemaal niet zo verwonderlijk dat Teun Verbruggen er ook voor iets tussenzit met z’n label, ook al is dit muziek die je in eerste instantie niet met hem associeert. Immers: “InnerMap is a project dealing with the perception and representation of physical space. The memory of towns and cities – and the quasi-organic nature of their networks with their ebb and flow – are central to the work, acting as a metaphor for an internal, mental, cartography.”

Muzikale topografie dus, die zich hier uit in tien stukken die als titel geografische locaties dragen (bvb. “N 45°49’33,27” E 1°17’21,744””) en stuk voor stuk instrumentale schetsen zijn die zich ophouden in de zones van gitaarminimalisme en drones. Hier gebeurt dat aanvankelijk via vanuit de stilte opduikende gitaargolven, waarin wordt gespeeld met feedback en een knappe controle over sound, die varieert van iele schetsen en plotse overgangen over een zwaardere impact naar haast folkachtige skeletten wanneer Comte de effecten en hulpstukken laat voor wat ze zijn. Ook dan bewaart de muziek die tranceachtige kwaliteit, met hier en daar zelfs een knipoog naar Jozef Van Wissems stijl.

Innermap is een sobere, soms zelf kale plaat, maar zeker geen lichtvoetige. De texturen kiezen resoluut voor grovere grijstinten, en meer dan eens ontstaat er een loodzware doemsfeer die verwijst naar de al even tegendraadse werelden van figuren als Oren Ambarchi en Stephen O’Malley. Soms leidt dit zelfs tot een bijna industriële ondoordringbaarheid. Behoorlijk uitdagende stuff dus, maar toch is dit ook een album dat er vrij goed ingaat, zodra je je Comtes stijl eigen gemaakt hebt. Het is bovendien muziek die rustig kan ontwikkelen en ademen, door de controle over het geluid en de manier waarop klanken steeds opnieuw opduiken en uitdoven. Geen idee of de concrete locaties uit de titels van hulp kunnen zijn, maar met gedempt licht en een koptelefoon in de aanslag is Innermap goed voor een bezwerende trip door een desolaat mentaal gitaarlandschap. Knap.

Het album kan besteld worden via Rat Records en beluisterd en gekocht (digitale versie) worden via Bandcamp.

Luís Lopes – Noise Solo At ZDB Lisbon (LPZ)

Een curieuze plaat is het in beperkte oplage uitgebrachte Noise Solo At ZB Lisbon van de Portugees Luís Lopes. Die is vooral bekend als een uitstekende gitarist binnen de vrije jazz, als speelpartner van goed volk als Rodrigo Amado en Gabriel Ferrandini en van zijn uitstekende Humanization 4tet. Daarin kan hij soms behoorlijk potig van leer trekken en de al energieke muziek een extra elektrisch randje bezorgen, maar dit album is andere koek. Heel andere koek.

De uitgebreide liner notes van Rui Eduardo Paes plaatsen het in een traditie van de eeuw die van start ging met Russolo’s essay “L’Arte dei Rumori” (‘The Art Of Noise’) en via (onder andere) Varèse, Schaeffer, Cage en Lou Reeds Metal Machine Music in onze tijd belandt met het machinetheater (geen compliment) van Merzbow & co. Deze opname wil daar tegenin gaan door terug te keren naar de basis. Geen digitale variant dus, maar een confrontatie tussen mens en instrument dat als geen ander als symbool kwam te staan van de geïndustrialiseerde maatschappij. Lopes doet het met enkel gitaar, pedalen en volume. Maar dat volstaat. Het album gaat van start met zo’n ‘blijft die plaat nu hangen?’-moment, waarbij gepiep eindeloos lang blijft duren. Het blijkt feedback te zijn, die met mondjesmaat onderbroken wordt door ingrepen, manipulaties die wringen, verbuigen en voor extreme dynamiek zorgen tussen momenten van ongestoord feedbackminimalisme.

De tweede albumhelft laat die piepende rode draad achterwege en laat de gitarist horen in de weer met een aantal gitaarbewerkingen. Die komen er soms haast stotterend uit, als gulpjes kapotte textuur, afgewisseld met stille ruis, maar worden gaandeweg extraverter, bruter. Hier en daar wordt geknipoogd naar de New Yorkse gitaarnoisetraditie, maar Lopes blijft ver weg van de werelden van doorsnee noiserock en kiest voor het terrein van ontregelde klank met overstuurde fuzz, wahwah en delay-effecten. Het resultaat is, meer nog dan bij Comte, een puur klankverhaal dat kiest voor de abstractie (eigenlijk een contradictio in terminis, want Lopes gaat net zo goed naar de essentie) op een even halsstarrige als geïnspireerde manier.

Het album verscheen in een oplage van 100 stuks, enkel vinyl.

Alan Licht – Four Years Older (Editions Mego)

De laatste in de rij is er eentje van de New Yorker Alan Licht, die ook actief is als muziekjournalist en ook al 15 jaar voor The Wire schrijft. Zijn liefde voor muziek werd definitief op gang gebracht door Steve Reichs Music For 18 Musicians en die heeft er ook zijn sporen in achtergelaten. De 45-jarige gitarist weet immers als geen ander de werelden van minimalisme, noise en avant-garde te verenigen. Keiji Haino, Jim O’Rourke en Oren Ambarchi, het zijn allemaal referenties, en niet toevallig muzikanten waar Licht al mee samenwerkte. Hij was bovendien ook te horen aan de zijde van Lee Ranaldo en Loren Mazzacane Connors. Dat zegt het een en ander over zijn muzikale habitat.

Het tweedelige Four Years Older bevat twee verwante stukken die met een tijdsverschil van vier jaar opgenomen werden. Het oudste, “Four Years Earlier”, is een live opname en klinkt ook zo. Het is meteen gieren en huilen, een aanval die geladen is met duizelingwekkende effecten. Haast ongelooflijk dat je hier te maken hebt met een single take zonder overdubs. Doet het nu eens wat denken aan de dissonante masturbatie van Sonic Youth of het uitzinnige fretwerk van Eddie van Halen, dan heeft het soms ook iets van ziedende tape-experimenten of auditieve nachtmerries. Zoals bij Gary Lucas, maar dan fucking luid en extreem. Het is meedogenloos intens(iev)e muziek, soms heeft het iets van luisteren naar een aardbeving in een op hol geslagen lunapark.

De recentere opname, “Four Years Later”, komt uit de studio en klinkt een pak ‘beter’, wat het delirische effect dubbel zo sterk maakt. Hier krijgt de sound een sterker naar elektronica neigend randje, al zit er ook een passage in die mikt op de majestueuze grandeur van Chatham en Branca, met massieve akkoorden en bakken galm. Om daarna weer te belanden op het terrein van uitzinnig Haino-achtig gefriemel, compleet dolgedraaid, extatisch, de gitaar vooruitgestoken als een kloppend fallussymbool. Een aanval op de zintuigen die je murw slaat, maar met een beetje geluk haast tastbaar wordt in z’n euforische waanzin. Verpulverend.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + 13 =