Horses On Fire :: Any Kind Of Storm

Engelse rockbands zijn de belangrijkste inspiratiebron voor hun tweede plaat, dat hadden we al door tijdens de eerste luisterbeurt. De invloeden mogen er bij de vier rockers van Horses On Fire dan wel vingerdik opliggen — en dat geven ze zelf ook toe — met Any Kind Of Storm ontgroeien ze hopelijk de status van voorprogrammaband.

Band Of Skulls, Rivals Sons, Mark Lanegan Band, The Stranglers, Status Quo en — we zijn nog niet klaar — Triggerfinger: het zijn allemaal mooie namen van wie Horses On Fire het voorprogramma mocht verzorgen. Allemaal goed en wel, maar welke band droomt er niet van om zélf als headliner concertzalen tot de nok te vullen? Sinds 2008 bewandelt de Gentse band een (misschien iets te) klassiek parcours voor een Belgische rockband. Met de hulp van Lange Polle van Triggerfinger kwam er dat EP’tje en Ian Clement van Wallace Vanborn zat achter de knoppen bij hun debuutplaat. Maar Horses On Fire wilde ditmaal iets meer dan enkel goeie, stevige rock maken.

En of dat schrijfproces een storm werd. De band leerde échte songs schrijven; de titel slaat niet alleen op de diversiteit van de plaat. Het andere geluid — associeer Horses On Fire niet langer alleen met Queens Of The Stage, The Black Keys of The White Stripes — is er dankzij producer en dEUS-drummer Stéphane Misseghers. De rode draad? Pakkende popinvloeden verwerkt in de gitaarrock. “Supersonic Libertine” én gastmuzikant Steven Janssens (Mark Lanegan) drukken je meteen met de neus op de feiten (versta: solo’s). De opener rockt lekker weg, maar Horses On Fire kiest schaamteloos voor een poppy refrein.

Maar dan heb je “Looking Up To The Trees” nog niet gehoord, een bijna Queen-achtig pianolied met halverwege een melodische gitaaruitbarsting en elke keer opnieuw dat verrukkelijke refrein. Of “Hollywood Gathering”: een single met hitpotentieel die vreemd genoeg nog niet werd opgepikt door Studio Brussel, terwijl het nummer alles in zich heeft om breed geapprecieerd te worden. “Go Out Loud” is als popexperiment iets minder geslaagd, terwijl zanger-gitarist Michélé De Feudis wel zijn best doet om de vrouwelijke luisteraar mee te krijgen.

Gelukkig vergeet Horses On Fire het stoere, mannelijke geweld niet. Zo is “Houdini” gebaseerd op bijna dezelfde riff waarrond het swingen is. Ook “Battle Royale”, meer opgebouwd rond repetitieve krachtige drums, is iets als ongegeneerd rocken op zijn Brits en ontpopt zich dankzij het meeschreeuwbare refrein tot een van de beste nummers op de plaat. “Red Fire” is dan weer een lekkere brok bluesrock, waarbij De Feudis alle vocale registers opengooit om als een exacte kopie van Tom “Kasabian” Meighan te klinken.

Nog een kleine misser is “Giant Hand”. Je voelt dat er een iets minder luchtig songthema wordt behandeld en hoort De Feudis zijn strot andermaal opentrekken; muzikaal zit er echter maar één lijn in. Horses On Fire maakt dat weliswaar ruimschoots goed met het titelnummer, de hevigste en meest schreeuwerige song op de plaat, die desondanks braaf blijft klinken, en vooral “What Else Can I Do”, een prachtige ballade die je terugbrengt naar de Beatles-jaren.

Horses On Fire mag tegenwoordig dan wel (pop)rock volgens het boekje maken, de perfectie waarmee ze dat doen, is onevenaarbaar. Die moeilijke klus levert dan ook een echte Belgische en coherente rockplaat op. Zo’n band past perfect in De Afrekening. Waaro wacht u nog om te stemmen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + 13 =