A Clean Kitchen Is A Happy Kitchen :: The History of Music: A Mosaic

Bootsie Butsenzeller en Craig Ward zijn al een tijdje samen in de weer als A Clean Kitchen Is A Happy Kitchen, een groep die een beetje in de schaduw staat van hun samenwerkingen met knap volk als dEUS, DAAU, Chantal Acda, Kapitein Winokio en — bij uitbreiding — zowat heel muzikaal Antwerpen. Uit die schaduw treden wordt allerminst gemakkelijk, want het gaat hier om muzikale terreur die, sedert het rekruteren van bassist Paul Lamont (ex-Hitch), alleen maar doeltreffender is geworden.

De nieuwsgierige fan van bovenvermelde muzikanten is bij deze gewaarschuwd: het gaat er tamelijk heftig aan toe in deze versie van de muziekgeschiedenis. Dit is het werk van lawaaimakers die samenhokten om nu eens met niks of niemand rekening te houden en gewoon te rammen tot het op is. Dus, al die willen te kaap’ren varen …

In opener ”Innocence Fading” lijkt Ward met de moed der wanhoop messcherpe en verwrongen klanken uit zijn gitaar te persen om toch maar het hoofd te kunnen bieden aan de bulderdrang van de ritmesectie. Door z’n logge bas en hakkende drums is de link met Shellac natuurlijk vlug gelegd, maar er is meer aan de hand. Butsenzeller drumt bijwijlen met een creativiteit die meer met jazz en prog-rock van doen heeft dan met het spartaans gebeuk van Todd Trainer, terwijl Ward zich gitaargewijs al helemaal niet laat begrenzen door welk genre dan ook. “My Sinister Trousers” is daar een knap voorbeeld van en laat je alle hoeken van de kamer zien, alvorens onder begeleiding van een mishandelde blokfluit (?) uit te sterven. Dat het niet altijd alle kanten tegelijk hoeft op te gaan, toont het trio “Patronise”, “Brown” en “Floyd Is Warped”. Het zijn stuk voor stuk venijnige lappen noise-rock die met behulp van de sloganeske zang een momentaan hoogtepunt vormen.

De drie heren wisselen elkaar af aan de microfoon, maar het vergt een geoefend paar oren om het onderscheid te kunnen maken. Meestal zit de stem diep begraven onder een dikke laag gekraak, als betrof het een telefoonlijn van barslechte kwaliteit. De stemmen spelen dan ook meestal een ondergeschikte rol en doen eerder dienst als bijkomend instrument. Wanneer ze op “The History Of Music: A Musaic (Part 6)” toch de overhand nemen, dan klinken ze als een soort spookachtig gereutel dat in horrorfilms thuishoort. Het verhoogt alleen maar het gevoel van dreiging die de muziek uitstraalt.

Het bijzondere aan A Clean Kitchen Is A Happy Kitchen is hoe losjes het allemaal klinkt – ook dat hebben de heren gemeen met de meer avontuurlijke vorm van jazz. Hun tweede plaat lijkt soms het resultaat te zijn van spontane improvisaties maar gaat op de juiste momenten weer netjes richting structuur, waardoor het altijd boeiend blijft. Dat is zeker een vooruitgang ten opzichte van het titelloze debuut, dat nog wel wat te lijden had onder de alle-remmen-los-aanpak. Dit keer is het resultaat helemaal ‘af’ en verrassend eigenzinnig, want ook al ligt de invloed van Shellac er vingerdik op, A Clean Kitchen Is A Happy Kitchen heeft wel degelijk een eigen gezicht. Het is dat van een donker, sinister figuur wiens pad je liever niet kruist tijdens een nachtelijke stadswandeling.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 2 =