300: Rise of an Empire

In 2006 maakte de wereld kennis met koning Leonidas van Sparta en 300 figuranten-zonder-t-shirt die een eindeloze stroom Midden-Oosterse barbaren in de pan hakten. Of in ieder geval met de gespierde filmversie ervan. Wie 300 toen zag, ging met een warm gevoel naar huis. Of het nu de strak gechoreografeerde actiescènes, de inmiddels klassieke oneliners of de borsten van Lena Headey waren die de meeste aandacht trokken, de filmwerd een fenomeen. Acht jaar later zat niemand nog echt te wachten op een sequel, maar daar had producent Zack Snyder geen boodschap aan. Vandaar, 300: Rise of an Empire.

Sorry, we moeten al meteen een foutje rechtzetten. Rise of an Empire is strikt genomen geen sequel. Het verhaal speelt zich namelijk grotendeels voor en tijdens de gebeurtenissen van het origineel af. En ook nog een beetje daarna. De film verklaart waar de veroveringsdrang van Xerxes (de Perzische God-koning uit het eerste deel) vandaan komt en wat er gebeurt nadat de 300 Spartanen gevallen zijn. Dat verhaal hier navertellen zou een maat voor niets zijn, omdat het eerlijk gezegd ook een beetje irrelevant is. De voorgeschiedenis wordt in een mooi vormgegeven proloog uitgebreid uit de doeken gedaan. Wie daarna toch moeite heeft om te volgen wordt regelmatig weer up to speed gebracht door dramatische voice-overs en korte flashbacks die tonen wat er in het begin van de film gebeurd is. Het volstaat te zeggen dat er een Held is (Themistokles, gespeeld door nobele onbekende Sullivan Stapleton), een Vijand (Artemisia, u herkent Eva Green) en nog een handvol edelfiguranten waarvan er een paar doodgaan en een paar niet. Wie het origineel heeft gezien, zal wat bekende gezichten herkennen (Lena Headey als Gorgo, David Wenham als de eenogige verteller Dilios en natuurlijk Rodrigo Santoro als Xerxes), maar kennis van de eerste film is allerminst een vereiste.

Dus nee, voor het verhaal moet u niet gaan kijken. Voor de acteerprestaties overigens ook niet. De atletische présence van de acteurs was tijdens de audities duidelijk belangrijker dan hun flexibele mimiek. Vooral hoofdrolspeler Stapleton blinkt uit in houterigheid: zijn gelaatsuitdrukking lijkt te schipperen tussen ‘onversaagd’ en ‘ik vind mijn mama niet’. Zelfs Eva Green balanceert op het randje van de geloofwaardigheid. Maar die doet op een gegeven moment dan weer haar bovenstukje uit, wat veel goed maakt.

Maar goed, wie had zich dan ook verwacht aan een Griekse tragedie? Zolang het verhaal niet al te veel gaten vertoont en een redelijk geloofwaardige achtergrond schetst, zijn we al lang tevreden. Wat wel wringt, zeker voor liefhebbers van het origineel, is het gebrek aan wervende oneliners. Vooral Stapletons laatste motivational speech werkt eerder op de lachspieren: ‘jongens, ik heb het verknoeid, als jullie willen mogen jullie nu naar huis gaan’. Geef ons dan maar ‘tonight – we dine – in HELL’! We kunnen die zin zelfs niet schrijven zonder te grijnzen.

Nee, bij een film als deze gaat het natuurlijk vooral om die scènes waarin bloed vloeit en hoofden rollen. En die zijn wél behoorlijk indrukwekkend. Net zoals 300 de digitale actie een stapje hoger tilde, zo verkent Rise of an Empire interessant nieuw terrein wat 3D betreft. Hier geen (of alleszins: minder) pijlen die richting scherm zoeven of zwaarden waar je voor moet wegduiken. De derde dimensie wordt eerder gebruikt om je meer in het schouwspel te betrekken, met shots die de chaos en grootschaligheid van de gevechten benadrukken zonder onoverzichtelijk te worden. De eerste veldslag is fantastisch in beeld gebracht, met een Stapleton die bijna over het slagveld lijkt te dansen en brutale actie die letterlijk van het scherm spat. Armen worden afgehakt, hoofden vliegen heen en weer en de Perziërs worden op de meest creatieve manieren over de kling gejaagd. Later wordt de actie wat slordiger, wat rommeliger – en tijdens één van de zeeslagen wordt je suspension of disbelief wel heel erg op de proef gesteld – maar de film moet op geen enkel moment onderdoen voor anderen in het genre, of zelfs voor het origineel. De soundtrack van Junkie XL draagt ook zijn steentje bij; dreunende trommels en elektronisch gekrijs gooien je meteen in het midden van de actie.

Helaas lijdt Rise of an Empire aan hetzelfde syndroom als andere actiefilms: op een gegeven moment moet er ook gepraat worden. En dan toont de film zijn zwakte. Het eerste halfuur bestaat uit weinig meeslepende origin stories van de belangrijkste personages, de dialogen zijn mak en het geneuzel over vrijheid en vaderland lijkt rechtstreeks uit het origineel geplukt. Ook visueel scoort de film minder goed als er geen bloed vloeit. 3D komt tijdens gesprekken sowieso niet tot zijn recht, maar hier is het helemaal dramatisch. Regisseur Noam Murro heeft duidelijk zijn best gedaan om de praatscènes interessant te maken, maar hij vervalt daarbij in een ongeïnspireerd spelletje met de beeldscherpte.

De moraal van het verhaal is eenvoudig: zolang de Grieken en Perzen elkaar de kop in kunnen slaan, is Rise of an Empire een topper. Houdt het strijdgewoel op, dan blijft er bitter weinig over om vrolijk van te worden. Zo gauw er iemand een zwaard trekt, kan je niet anders dan naar het puntje van je stoel schuiven en genieten van het spektakel. Helaas wordt de gewelddadige pracht al te vaak onderbroken door ronduit saaie scènes die de aandacht weer naar het absoluut overbodige verhaal leiden.

Murro bewijst in elk geval dat hij schitterende actiesequenties kan regisseren, en dat belooft voor de toekomst. Dat hij alleen leert dat hij van Black Sabbath af moet blijven. Die remix van War Pigs tijdens de aftiteling had echt niet gehoeven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 5 =