Elbow :: The Take Off And Landing Of Everything

Aan Guy Garvey is geen groot cynicus verloren gegaan. Met woord en stem transformeert hij elke zweem van cynisme in troost. En troost zit ’m vaak meer in kleine woorden dan in grote gebaren. Die boodschap heeft Elbow op z’n zesde plaat uitstekend begrepen. Het effect is dan ook totaal.

Want wanneer troost z’n effect niet mist, ontstaat er berusting. En dat is net wat The Take Off … een uur lang uitstraalt, in de beste betekenis van het woord. Elbows zesde plaat volgt na een relatiebreuk van Garvey, maar is hun meest romantische plaat tot nu toe. Dit gaat niet om verbitterd achteromkijken, maar over de balans opmaken wanneer je de 40 nadert en er stilaan meer jaren achter dan voor je liggen – “I’m reaching the age when decisions are made on the life and the liver” mijmert Garvey in “Fly Boy Blue / Lunette”. Dat er in de aanloop naar dit album naast de rouw om een relatie, ook geboortes en huwelijken van de overige bandleden gevierd werden, maakt The Take Off weer zo’n Elbow-plaat die zich laat beluisteren als een handleiding bij het leven, waar we indertijd, toen we hier ongevraagd op de wereld kwamen, naar konden fluiten.

Dit is dan ook meer dan ooit Garvey’s plaat: de band schreef en musiceert in functie van zijn teksten en stem. The Take Off is op muziek gezette poëzie, romantiek als glimlachende weemoed. “Was the universe in rehearsal for us?” mijmert Garvey in het bloedmooie openingsnummer “This Blue World”, een afscheidsserenade aan zijn ex. Maar de hele plaat staat bol van zulke lijnen: “I am the beau who loved her in every song” klinkt het in het grillige “Charge” terwijl een van de prachtigste nummers die Elbow ooit geschreven heeft, “Real Life (Angel)” uitmondt in niets minder dan een rillingen bezorgend eerbetoon aan “you with the eyes ever met not forgotten”. Ook zijn drinkebroers krijgen een schouderklop in “My Sad Captains”, terwijl New York gesalueerd wordt omdat die stad ervoor zorgde dat Garvey zijn hoofd niet liet hangen, maar zichzelf in deze nieuwe songs terugvond.

Zulke verzen moeten niet met te veel toeters en bellen worden opgeluisterd, en dat gebeurt dan ook niet. Vaak verstillende songs worden heel langzaam opgebouwd, maar bereiken nooit een climax. Sfeer primeert boven ontlading. In plaats daarvan kennen de drie mooiste nummers “This Blue World”, “Fly Boy Blue/Lunette” en “Real Life (Angel)” (dat wat aan “Reckoner” van Radiohead doet denken) een verrassende tempowissel die de songs een paar niveaus hoger tilt en vooral een paar lagen dieper laat raken. De muzikale zonsopgang “New York Morning” vindt nog de meeste aansluiting bij Elbows vorige platen, maar mikt niet zomaar op armengezwaai. De enige keer dat het tempo op The Take Off echt de hoogte ingaat, is op de licht psychedelische titelsong die uitmondt in een orgie van Garvey’s vocalen zonder dat het een kakofonie wordt of een orgelpunt wordt bereikt.

Die tempowisselingen en soms vervreemdende klanken die doen denken aan debuut “Asleep In The Back” verzoenen zich dus met weeë, van behaagzucht ontdane melodieën en zanglijnen die soms toch naar “The Seldom Seen Kid” neigen. In slotnummer “The Blanket Of Night” (over strandende bootvluchtelingen, de vreemde eend op deze plaat) counteren lelijke synths het emotioneel aanzwellende refrein bijvoorbeeld: Elbow zoekt de vervreemding weer wat op, maar valt op deze plaat vooral terug op z’n minimalisme van weleer. Muzikaal maakt de band dus ook de balans op, zonder dat The Take Off expliciet vergelijkingen oproept. De balans tussen intimistisch en groots helt weer over naar het eerste, en dat is een aangename verrassing: Garvey voelde zich in de slipstream van het wisselvallige Build A Rocket, Boys! misschien iets te goed in z’n rol als volksmenner. Na het huwelijk met het grote publiek dankzij “One Day Like This”, volgde een wittebroodsperiode in grotere zalen die de band verleidden om iets te hard die “anthems” op te zoeken.

Die grotere zalen doet de groep op de komende tournee ook weer aan, maar dit album is absoluut niet op die maat geschreven. Elbow heeft een ver openstaande valkuil ontweken met een pakkende, in zichzelf gekeerde plaat die het fors aangedikte publiek tenminste serieus neemt. Elbow heeft zich verzoend met z’n status – in dat en meerdere opzichten hebben ze misschien wel hun In Rainbows gemaakt. Op dit niveau wordt Elbows oeuvre de perfecte allesomvattende soundtrack bij het leven. Of zoals Garvey in “My Sad Captains” een toast uitbrengt, whisky in de hand: “To the here and now and who we are”. Het zal wel zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + 12 =