The Sore Losers :: Roslyn

Trek die lederen jassen maar aan. We durven nu al zeggen dat The Sore Losers een van de beste Belgische rockplaten van dit jaar heeft gemaakt.

Dat The Sore Losers amper een jaar bestond, in 2010 al zilver haalde op Humo’s Rock Rally en datzelfde jaar op Pukkelpop mocht aantreden, heeft ongetwijfeld te maken met de maturiteit van de band. Gitaristen Jan Straetemans, met ervaring in de lokale scene, en Cedric Maes, in een vorig leven actief bij El Guapo Stuntteam, imponeerden er tussen de jonge snaken — herinner u nog de single “Beyond Repair” — en konden later bassist Kevin Maenen en drummer Alessio Di Turi inlijven, van wie ze zeggen dat ze nóg betere muzikanten zijn.

Niet alleen het leeftijdsverschil tussen de bandleden is een pluspunt voor de muzikale elektriciteit die er bij de band uit Limburg in de lucht hangt, ook de uiteenlopende muzieksmaken dragen hiertoe bij. De voorliefdes voor rock, country, blues, folk en garage worden samengesmolten in een eigen geluid, dat niettemin de (voor sommigen vergeten) seventiesrock nieuw leven inblaast. Volgens de non-believers is het Raconteurs- en Rolling Stones-gehalte soms te hoog, en akkoord, in “Working Overtime” kan je niet anders dan iets van Jack White en co horen. Maar neem dat vooral aan als een compliment, jongens.

Het folknummer “Reasons”, een perfect ingepland rustpunt, is een mooi bewijs dat The Sore Losers meer kan dan alleen stevig doorrammen. Vooral in de tweede helft van de plaat zijn er catchy nummers waarmee de band je aardig op de verkeerde weg zet. Het aanvankelijk ingetogen “Us, Uniform” en bluesy “Drop Your Disguise” barsten finaal, maar op een knappe manier, toch nog uit in gitaargeweld. Een van de constanten blijft wel de straffe stem van Straetemans.

Dat Rudolf de Borst van The Datsuns — Dolf voor de vrienden — achter de knoppen zat bij de opnames, leverde Roslyn ongetwijfeld nog een paar extra’s op. Hij schreef de teksten voor het swingende feel good-nummer “Don’t Know Nothing”, dat duidelijk refereert aan The Who en waarin drummer Alessi Di Turi een glansrol speelt.

Ook duwde hij de wilde opener “Tripper”, de psychedelische garagehit “Girls Gonna Break It” en het weergaloze “Working Overtime” — niet voor niets uitgeroepen tot Hotshot op Studio Brussel — naar een hoger niveau. Resultaat: het zijn stuk voor stuk nummers die je gegarandeerd nog lang zal grijsdraaien.

Maar bij “Shakey Painters” krijg je pas echt goesting om iets kapot te trappen. Het is een dynamisch nummer dat pas op het einde echt ontploft met licht ontvlambare gitaarsolo’s — het kan niet anders dan dat het dak van de opnamestudio eraf ging bij het inspelen ervan. ‘Wild’, ‘opzwepend’ en ‘snedig’ schieten meteen te binnen bij dit feestnummer dat zich perfect leent voor een vuile rockkroeg waar liters bier worden gehesen.

Ook de afsluiter “All My Friends” is een erg tricky nummer, dat rustig uit de startblokken stapt met een akoestische gitaar en ingetogen stemmen. Led Zeppelin komt langzamerhand bovendrijven — en wat een straffe gitaarlijnen weer! Maar net als “Us, Uniform” gaat de band weer niet bepaald onzacht eindigen en komt ook de passie van Wilco weer eens bovendrijven.

The Sore Losers steken een middelvinger uit naar iedereen die tegenwoordig hip of hyperorigineel moet klinken; ze doen gewoon waarin ze goed zijn en wat ze graag doen, namelijk aanstekelijke rock-‘n-roll boordevol solo’s en vette grooves spelen. Roslyn is een portie eerlijke rock-‘n-roll, die net vuil genoeg is. Ook het grote publiek lijkt de oprechtheid van de Limburgers te smaken. Triggerfinger en The Black Box Revelation hebben er een compagnon de route bij.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − zeven =