Snowbird :: Moon

Dertig jaar na de release van het nog steeds verbluffende Treasure lijkt een van de grondleggers van Cocteau Twins eindelijk werk te maken van een sequel van de cultgroep. Het resulterende project komt echter met de beste wil van de wereld nog niet tot aan de kleine teen van de klasse van weleer.

Vaste medewerker Simon Raymonde zat na de split van Cocteau Twins zonder stem om zijn bevreemdende etherische composities te vervolledigen; indiepopnimf Stephanie Dosen worstelde op haar soloplaten met een gebrek aan diepgang in haar arrangementen — van complementariteit gesproken! Dosen werd na haar tweede langspeler A Lily For The Spectre aanvankelijk opgepikt als gastzangeres voor Massive Attacks Heligoland; de band waarmee ex-Cocteau Twins-frontvrouw Elizabeth Fraser haar grootste hit (“Teardrop”) scoorde. De spreekwoordelijke cirkel lijkt met de geboorte van Snowbird dus geheel rond te zijn.

Al van bij de eerste noten van Moon wordt echter pijnlijk duidelijk dat je hier bezwaarlijk van Twins 2.0 kan spreken. Raymondes orkestraties lijken nu eerder het hart te willen verwarmen dan het bloed te laten stollen.
Daarenboven ontbreekt de kristalheldere Dosen het randje dat van Fraser net zo’n sterke frontvrouw maakte; die unieke stem die zich meteen in je hersenstam plant. De momenten waarop Moon probeert te intrigeren, slagen dus niet in hun missie. “Porcelain” wil een spanningsveld van licht en duisternis creëren, maar eindigt in een theatrale klank die van enige authentieke emotie gespeend is. De opener “I Heard The Owl Call My Name”, een brave versie van het solowerk van Anneke Van Giersbergen, laat een poging om etherische natuurklanken te baren eindigen in een wandeling door de Efteling. Wanneer elke poging om obscuur of mysterieus te doen overboord wordt gegooid, zoals in de gezapige meewieger “Come To The Woods”, krijgt het materiaal meer sfeer, hoewel dit ook als geluidsbehang van de plaatselijke koffiebar dienst kan doen.

In de zoeter klinkende melodieën gedijt Dosens stem nochtans beter. “Where Foxes Hide” heeft een charmerende sprookjesfolkmelodie met een melancholisch kantje. Deze track had echter net zo goed op A Lily For The Spectre kunnen staan. Ironisch gezien zijn de beste momenten van Raymondes nieuwe hersenspinsel net de tracks die tot het betere solowerk van Dosen gerekend zouden kunnen worden; de betoverende pianoballade “Amelia” bijvoorbeeld.

Op het kinderachtige wiegelied “We Carry White Mice” na staan er geen echte soffen op Moon, maar deze opzet had zoveel meer kunnen zijn. Helemaal in de staart begint Raymonde op “Heart Of The Woods” met elektronica te experimenteren, wat alleen maar laat vermoeden dat deze samenwerking alsnog iets speciaals kan opleveren dat de krachten van beide partijen laat versmelten. Voorlopig klinkt het album als het voorprogramma van dit project.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + vijftien =