RM Hubbert :: Breaks & Bone

Hubberts vorige album, het charmante Thirteen Lost And Found, kreeg geheel onverwacht de Scottish Album Of The Year Award, wat de sympathieke bard in één slag meer aandacht bezorgde dan hem het decennium ervoor gegund werd. Dat het hem echter niet naar het hoofd gestegen is, wordt bewezen met het pretentieloze Breaks & Bone.

Dat Thirteen Lost And Found in de prijzen viel had vermoedelijk, en dat zal Hubbert zelf ook al te goed beseffen, te maken hebben met het feit dat het album ook een komen en gaan was van gasten met een iets bekendere kop en naam. Die trokken de plaat eigenlijk niet naar zich toe, maar zorgden ervoor dat het wel een groter publiek kon aanspreken. Breaks & Bone, dat wordt beschouwd als het derde deel van de trilogie die afgetrapt werd met First & Last, is opnieuw een eenvoudige soloplaat geworden: één man, één gitaar en, op de even nummers, zijn stem.

Hubbert is geen groot zanger; het heeft eerder iets van half gemurmelde praatzang die je door dat moddervette Schotse accent ook niet altijd begrijpen kan, maar het past bij de al even sobere muziek. En die neemt hier weer die typische gedaante aan: niet bepaald terneergeslagen of deprimerend, maar ook niet bepaald vrolijk of meezingbaar. Je zou het contemplatief kunnen noemen, of dromerig, hier en daar wat bitterzoet, vervuld van onbestemde gevoelens uit de grijze zone. Net dat beetje luchtiger dan pakweg Damien Jurado.

Die Jurado is echter meer een verhalenverteller, schikt z’n voorzichtig in elkaar gepaste muziek rond die portretten. Hubbert is een gitarist die vooral zijn instrument wil laten spreken en de verhalen voorlopig als ondergeschikt laat aanvoelen. Gelukkig volstaat zijn stijl nog altijd om de volle zesendertig minuten te boeien. De flamenco-invloed die live soms behoorlijk sterk aan de oppervlakte komt, is hier wat minder sterk aanwezig, maar toch voel je het soms, die licht Mediterrane invloed in de Brits klinkende folk. Vanaf “Son Of Princess, Brother Of Rambo” (een titel die trouwens verwijst naar Hubberts hond) zit je meteen in die wereld van dromen.

Daarna krijg je dus die afwisseling van instrumentale songs met gezongen materiaal. “Couch Crofting” strooit een subtiele weidsheid in het rond die je kan beschouwen als de natte, Europese tegenhanger van Cooders zongeblakerde Paris, Texas. De arpeggio’s van “Tongue Tied & Tone Deaf” zorgen weer even voor een iets vlotter tempo, maar blijven ook weer ronddrentelen in het in zichzelf gekeerde van die eerste Kings Of Convenience. Het fluisterniveau wordt amper overstegen. Mooi zijn ook die kleine details die hier en daar opduiken — de double-tracked zangpartijen in “Dec 11”, het elektronische (?) gebrom in “Bolt”.

Kortom: Breaks & Bone is een fijne en bescheiden plaat, op z’n mooist en meest breekbaar — zoals in het prachtige “For Helen” — zelfs bloedmooi, al weet het gros van de songs zich moeilijk te onderscheiden van elkaar en glijdt het misschien iets te geruisloos voorbij voor wie geen hardcore folkfanaat is. Wie het genre een warm hart toedraagt, vindt bij Hubbert dan weer een zielsverwant met goud in de vingers.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − 6 =