RM Hubbert :: Thirteen Lost And Found

Met sommige artiesten klikt het meteen. Bij oppervlakkige beluistering heeft een figuur als Hubbert misschien niet veel te melden, maar toen we hem een paar maanden geleden aan het werk zagen in het voorprogramma van Adian Moffat en Bill Wells, hing het publiek meteen aan z’n lippen. De man is er in geslaagd om die spontane charme ook om te zetten op z’n tweede album, waarvoor hij een stel bekende en minder bekende vrienden uitnodigde.

Hubbert maakt al jaren deel uit van de bloeiende muziekscène in Glasgow. Aanvankelijk deed hij het als gitarist van de ter ziele gegane rockband El Hombre Trajeado (al hun releases zijn voor een stuiver te bestellen via Bandcamp), daarna als solo-artiest. Debuutplaat First And Last (2010) was meteen een schot in de roos en werd uiteindelijk opgepikt door het in Glasgow gevestigde Chemikal Underground, dat nu ook ‘s mans tweede op de markt gooit. Meest opvallend is daarbij het rijtje gasten dat Hubbert kwamen helpen bij het songschrijven en de opnames.

Daarbij zitten o.m. Alex Kapranos van Franz Ferdinand (die ook tekende voor de productie), hier in een eerder onopvallende rol, maar ook Aidan Moffat, wiens gortdroge parlando ook nu weer de show steelt. Ander volk: Emma Pollock (The Delgados) en folkklepper Alasdair Roberts, die het album uitgeleide doet met een prachtige authentieke folksong en een moddervet accent. Een bezetting die van song tot song wisselt had kunnen leiden tot een gebrek aan samenhang en inconsistentie, maar dat is iets dat Hubbert en co. handig weten te omzeilen.

Z’n imponerende spel op de akoestische gitaar is immers een constante, en de indruk die hij live maakte, wordt ook hier bevestigd: de man heeft een oor voor knappe, licht melancholische melodieën en weet die hier en daar wat op te smukken met een flamencotoets, zoals in solostuk “Switches Part 2”, waarin hij zichzelf ritmisch begeleid via de klankkast van de gitaar, of “Gus Am Bris An Latha”, een duet met banjospeler John Ferguson. De instrumentale stukken, die in de meerderheid zijn, zijn stuk voor stuk verzonken in een peinzende stemming, vaak pastoraal en filmisch. Ze zouden perfect dienst kunnen doen in intimistische arthouse cinema.

Hoewel de muziek van een heel andere orde is, begrijp je ook snel dat hij, net als William Elliott Whitmore, niet enkel in het rootscircuit te horen is, maar ook al vaak de hort op kan gaan met luide rockbands. Waren dat voor Whitmore knallers als Clutch en Converge, dan speelde Hubbert al voor streekgenoten Mogwai en GY!BE. Het zijn ook enkele van de gasten die het meeste zullen verrassen of aandacht opeisen: Moffat met het getoonzette kortverhaal “Car Song”, terwijl “Sunbeam Melts The Hour” vooral opvalt door de erg Oosters aandoende vocalen van Hanna Tuulikki.

Een stuk met delicate piano doet vaag wat denken aan het soberste van Sparklehorse, terwijl vrouwelijke zang en strijkers in “Half Light” vooral desolaatheid en fragiliteit uitademen. Dat Hubbert er in slaagt om al deze indrukken en emoties te verenigen zonder op z’n bek te gaan, strekt hem tot eer. Het maakt van Thirteen Lost And Found dan ook een fascinerend samengaan van bescheidenheid (en het daaruit voortvloeiende gebrek aan hits, aanstellerij en trucen van de foor) en talent. Een kleinood om te ontdekken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − tien =