Ceramic Dog :: Your Turn

De voorbije zes jaar zagen we meestergitarist Ribot drie keer live aan het werk met Ceramic Dog, en het ging om een stijgende lijn die twee jaar geleden resulteerde in een spetterend concert in de Récyclart dat liet horen dat de immer in beweging blijvende band z’n draai definitief gevonden had. En als er gepiekt werd, dan gebeurde dat op verbluffende wijze, iets dat nu ook geldt voor het tweede album Your Turn.

Debuutplaat Party Intellectuals (2008) had met de oudere concerten gemeen dat de kwaliteit soms wat ongelijk was en dat het inlassen van halfslachtige experimentjes ten koste ging van de samenhang van het geheel. Dat euvel is intussen grotendeels verholpen, want Your Turn volgt een iets traditioneler, maar vooral songgerichter parcours, al kan je opnieuw spreken van een wat ongelijke kwaliteit, die ervoor zorgt dat een potentieel spectaculaire plaat een iets menselijker, minder feilloos gelaat krijgt. Rest ons ook nog de melding dat we ons voor deze recensie baseerden op de vinylversie, die drie songs minder bevat dan de cd-versie: “Ritual Slaughter”, “Special Snowflake” en “Take 5”, terwijl die laatste een geniale interpretatie van Paul Desmonds klassieker zou zijn. You tell us.

Als er al bedenkingen zijn over Your Turn, dan hebben die weinig te maken met de manier waarop beide vinylhelften van start gaan, want je krijgt telkens een een-tweetje gepresenteerd dat aankomt als een regelrechte muilpeer. Met jazz, laat staan met arty gepingel, heeft “Lies My Body Told Me” dan ook niks te maken. Dit is onheilszwangere en primitief stompende voodoorock, met snerende zangpartijen die zo weggeplukt lijken bij The Stooges’ “1969”, botte powerakkoorden en de furie van oorverdovende rock-‘n-roll. Bassist/multi-instrumentalist Shahzad Ismaily en drummer Ches Smith, beide in staat tot schijnheilig raffinement, staan hier garant voor een loeiharde stuwing die het trio naar de hoogdagen van Hendrix & co. stuurt. Het bevat meteen ook de eerste gitaarsolo uit een reeks die Ribots status als een van dé gitaristen van de voorbije decennia onderstreept.

De instrumentale titelsong moet daar amper voor onderdoen: dit is hyperstrakke, dansbare jamrock met een enorme swing, het heeft haast iets van Motorpsycho in psychedelische popmodus. Onweerstaanbare muziek voor alle gelegenheden. Tot daar heb je het gevoel een van de platen van het jaar in handen te hebben, een besef dat herhaald wordt op kant B, waar James Oppenheimers protestgedicht “Bread And Roses” (1911), ooit een strijdlied voor arbeiders die vochten voor betere lonen en werkomstandigheden, wordt omgebouwd door een ontvlambare brok barricadenrock, met kloppende zenuwen, hard pompend hart en opruiende overgave. Een piek die wordt aangehouden in de zalige schizofrenie van “Prayer”, waar referenties als The Minutemen en J. Mascis in opduiken. Ook al schudt hij ze waarschijnlijk uit de mouw in z’n slaap, het blijft prachtig.

De resterende albumhelften bekomen daarna amper van die vliegende start. Het sarcastisch gescandeerde “Masters Of The Internet” doet niet veel moeite om z’n intenties duidelijk te maken met openingslijnen als “Download this music for free / we like it when you do / we don’t have homes or families to feed / we’re not human like you”: een terecht opgestoken middenvinger, maar muzikaal helaas wat drammerig. Komt daar nog eens bij dat “Ain’t Gonna Let Them Turn Us Around”, dat aangekondigd wordt door het weinig om het lijf hebbende marsstukje “Avanti Populo”, al te kampen heeft met hetzelfde probleem: een boodschap die verpakt wordt in weinig tot de verbeelding sprekende muziek, i.c. een ska-achtig afleggertje uit de Camper Van Beethoven-school.

Dan vergaat het het tweede deel wat beter, marcheermuziek à la Tom Waits van “Mr. Pants Goes To Hollywood” en het aan de country swing van Dan Hicks verwante “The Kid Is Back!”, waarop gasten Eszter Balint (lustig meekwetterend als een echte Lickette) en Arto Lindsay komen meespelen. Afsluiten gebeurt dan weer met het al even excentrieke “We Are The Professionals”: een combinatie van kermisrock en Beastie Boys raps. Net als de meerderheid van de songs behoorlijk geinig en vastberaden om het vakje van de afgeborstelde jazzhoek koste wat kost te vermijden, maar na meerdere beluisteringen vooral adolescentenvertier. Dat maakt Your Turn helaas ook wat ongelijk. Het je-m’en-foutisme is natuurlijk erg rock-‘n-roll en past bij het fantastische zomerweer dat er staat aan te komen, maar het ondermijnt tegelijkertijd ook die knetterende intensiteit en het engagement van de hoogtepunten waar die album helften mee aftrappen. Your Turn blijft een goede plaat van een wereldband, maar is niet vrij van enkele frustrerende momenten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 11 =