Tom Odell :: Long Way Down

Zelden een plaat meegemaakt die zo gewelddadig door onze strot werd geramd als Long Way Down. Tom Odell, het nieuwe wonderkind van de Britse popscene, werd tussen de soep en de fish ‘n chips opgehemeld als de mannelijke redder van het Angelsaksische lied. Vergeet Adele en negeer Emeli Sandé; Tom Odell has arrived!

Lily Allen mag in haar handjes klappen; Europa loopt storm voor haar pupil. De grote zomerfestivals ontvangen de blonde pianist met open armen en merken tegelijkertijd geduldig op hoe hun populariteit stijgt bij een moeilijk bereikbaar marktsegment; je mag er donder op zeggen dat de minimumleeftijdtijd op Rock Werchter dit jaar weer wat lager ligt. Tom Odell lijkt wat te lijden onder het Thirty Seconds To Mars-syndroom: aanvaardbare muziek gebracht door een hypergestileerd marketingfenomeen. Van op de hoes van Long Way Down kijken Odells blauwe piepers me smachtend aan. Zijn blonde lokken liggen perfect verwaaid over zijn gezicht. Alles aan de foto straalt uit dat Odell erg zijn best moest doen om zo nonchalant mogelijk te zijn. Tommeke, Tommeke, Tommeke, wat doe je nu…

Op de keper beschouwd is er maar één reden waarom Odells ster momenteel zo helder schijnt aan het firmament; “Another Love”, een prachtig breekbaar nummer met lichte gospelinvloeden waarop de jongeman de pijn van het eerste gebroken hart bezingt. Het nummer en de bijhorende EP – handig verpakt als Songs From Another Love– genereerden zoveel buzz dat Long Way Down al weken voor de release beschouwd werd als het Brits debuut van het jaar. Hoe je die verwachtingen kan waarmaken met zo’n stinker van een album is, om maar even in de sfeer te blijven, completely beyond me. Het album luistert als het geromantiseerde dagboek van een puisterige puber die zijn tijd al dagdromend doorbrengt en zijn diepste zielenroerselen zo clichématig mogelijk neerschrijft. “Lose myself in teenage lies”, een regel uit het tenenkrullende vehikel “Sense” vat de tekstuele nonsens die Odell op zijn luisteraar afvuurt perfect samen. Net zoals iedere man op de rand van volwassenheid lijkt ook hij weigerachtig om het laatste stadium op weg naar emotionele wasdom te aanvaarden, maar moet je daarom je eigen infantiele twijfels op de wereld loslaten?

Het absolute gebrek aan muzikale variatie is het tweede grote pijnpunt op het album. Los van “Another Love” staat er op Long Way Down slechts één ander nummer dat de moeite waard is om meermaals te beluisteren: “Can’t Stand”. Geheel toevallig klinkt dat nummer als een licht aangepaste versie van Odells successingle waarop hetzelfde uitgemolken thema nogmaals wordt behandeld. Het feit dat beide nummers al aangeboden werden op Songs From Another Love, maakt Odells debuut eigenlijk hopeloos overbodig. Vulsel, dat is het enige woord waarmee de andere nummers accuraat mee omschreven kunnen worden. Inspiratieloze variaties op een succesformule waarbij de ooh’s en de aah’s je in mum van tijd knock-out slaan. Gevaarlijk, zo’n debuutplaat.

Is er dan helemaal niets dat in Odells voordeel spreekt? Niets dat kan rechtvaardigen waarom we de blonde slungel toch een kans zouden moeten geven? Oh, jawel hoor. Ondanks zijn jonge leeftijd slaagt Odell er blindelings in om zijn stem wel de maturiteit mee te geven die zijn muziek zo mist. Combineer dat met technisch hoog pianospel en je hebt in principe een artiest die een geloofwaardige carrière kan uitbouwen. In de veronderstelling dat Lilly Allen dat goed vindt, natuurlijk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − elf =