Star Trek Into Darkness

Als er iemand de dag van vandaag in Hollywood op handen wordt gedragen, dan is het wel J.J. Abrams. Samen met Joss Whedon strijdt hij voor de titel van ‘koning der nerds’, een strijd die hij vanaf 2015 met Star Wars: Episode VII stevig naar zich toe zal trekken. In een periode van zeven jaar heeft Abrams zich opgewerkt van prominent tv-producent tot essentiële creatieve schakel in het grote blockbuster-gebeuren. Heb je een franchise die nood heeft aan een nieuw likje verf, dan is Abrams de man die je moet bellen. Zo reanimeerde hij de Mission: Impossible-reeks en maakte hij Star Trek klaar om zich te presenteren aan de huidige multiplexbezoeker. Hij mag dan geen geniaal filmmaker zijn, maar hij weet verdomd goed hoe hij entertainment moet brengen. Dat komt opnieuw bovendrijven in Star Trek Into Darkness, een nieuw avontuur van de Starship Enterprise dat al je zintuigen aanvalt, maar narratief op veilig speelt.

Star Trek Into Darkness opent met de allures van een Bondfilm. Kirk (Chris Pine) en Bones (Karl Urban) bevinden zich op de planeet Nibiru, waar ze al snel achterna worden gezeten door een stel inboorlingen. Ondertussen begeeft Spock (Zachary Quinto) zich in een vulkaan om te voorkomen dat deze uitbarst en de plaatselijke bevolking uitroeit. Spock raakt in de problemen en Kirk onthult de Enterprise aan de inheemse stam om Spock te redden, wat indruist tegen de zogenaamde Prime Directive. Kirk wordt gedegradeerd, terwijl het Starfleet Commando in hoogste staat van paraatheid verkeert na een desastreuze aanslag in Londen. Brein achter de aanslag is John Harrison (Benedict Cumberbatch), een voormalig lid van Starfleet. Wanneer Harrison ook een aanslag pleegt op het hoofdkwartier van Starfleet is het hek helemaal van de dam en gaan Spock en Kirk hem achterna.

Dus, wat is het eerste wat je verwacht van dit soort zomers scifi-spektakel? Juist, dat je kirt van plezier tijdens het kijken. Deden we dat? Wees maar zeker! Star Trek Into Darkness is een film die in nog meer dan zijn voorganger op spektakel en actie steunt. Abrams gunt je als kijker weinig rust om te bekomen en knalt van het ene set piece naar het andere. Van een achtervolging op een vreemde planeet naar een debacle met enkele Klingons tot intergalactisch geslalom tussen ruimtebrokstukken. De daverende muziek van Abrams-protegé Michael Giacchino begeleidt het allemaal met evenveel enthousiasme.

Dat alles zorgt ervoor dat dat je constant in je stoel zit te trillen van opwinding, wat uiteindelijk een leep trucje blijkt van Abrams om de oppervlakkigheid van zijn plot te maskeren. Want eens je even voorbij al het bombastische wapengekletter kijkt, overvalt je een groot “been there, done that”-gevoel. En dan hebben we het niet over de gelijkenissen met vorige Star Trek-films, maar wel over plotelementen die de laatste jaren zo frequent voorkomen in Hollywoodspektakels die meer trachten te zijn dan de zoveelste popcornprent, dat het een ergerlijke trend wordt. Ik durf hem bijna niet te vernoemen, maar de bron van dat kwaad is nog steeds The Dark Knight. Sindsdien wil elke blockbuster een volwassen uitstraling hebben en gewicht in zijn narratief steken. Vijanden kunnen niet boosaardig genoeg meer zijn. En let vooral op een plotelement dat ook al te zien was in Skyfall, The Avengers en de eerder genoemde Batman-film. Leentjebuur spelen mag, als het tactvol gebeurt en als je de lijn naar andere blockbusters niet al te duidelijk te trekken is.

We zijn op het punt gekomen dat we als bioscoopganger iets meer mogen verwachten van Abrams en zijn scenaristen Damon Lindelof, Roberto Orci en Alex Kurtzman. Dit zijn zonder twijfel getalenteerde mensen, maar ze lijken er nooit in te slagen dat talent in volle bloei te laten komen. De plot van Star Trek Into Darkness treft ons dan ook als iets te gemakzuchtig voor Hollywoods nieuwe ‘wonderkinderen’. Op een bepaald moment wordt ons de grootste uitdaging in de geschiedenis van de Enterprise belooft, wat uiteindelijk nog blijkt mee te vallen. Abrams suggereert ook slachtoffers, maar krabbelt uiteindelijk altijd braaf terug. Een groter stel cojones had deze film zeker niet misstaan. Abrams en co. zijn mannen waarvan je hoopt dat ze gaan proberen om de verwachtingen te overstijgen. Spijtig genoeg bleven we achter met een licht teleurgesteld gevoel dat ze uiteindelijk toch weer voor de veilige weg hebben gekozen.

Maar voor wie zich daar geen sikkepit van aantrekt is er zoals gezegd genoeg te genieten. Het ziet er ook allemaal verblindend mooi uit. De special effects zijn top-notch en productioneel ziet het er allemaal zeer afgelikt uit (buiten *kuch* een lens flare hier en daar *kuch*). Ook de acteurs lijken zich thuis te voelen in het Star Trek-universum van Abrams. Uitblinkers zijn Zachary Quinto en Benedict Cumberbatch. Quinto is geweldig als de logische en van emoties ontdane Spock. Dat zorgt voor leuke wisselwerkingen met flapuit Kirk. De pogingen tot humor zijn niet altijd even geslaagd, maar kom. Cumberbatch is dan weer de dreiging zelve en spreekt alsof hij een vibrator in zijn keel heeft zitten. De Brit voelt zich goed in zijn vel als opperslechterik (ja ja, we zwijgen) en stelt dan ook niet teleur.

Als sequel is Star Trek Into Darkness zéér recht voor de raap en doet hij wat hij moet doen. Spijtig genoeg gaat dat niet gepaard met veel originaliteit. De eerste Star Trek had nog een degelijke ruggengraat omwille van de hele ontstaansgeschiedenis en de introductie tot de geestige herinterpretaties van de bekende personages. Darkness is duidelijk een film die bedoeld is als het tweede luik in een trilogie. Gefaald als film is dit niet en hij beloont zeker op vlak van entertainment, maar onze verwachtingen lagen toch iets hoger. Het is te hopen dat Abrams met Star Wars alle registers opentrekt om dat universum terug te brengen naar de glorie die het verdient. We believe in you, J.J.!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − tien =