Merol :: ”Meid, ik wíl die artiest zijn die jou een beetje laat schrikken”

No more misses nice Merol. Op Leve de feeks ontbindt de Nederlandse zangeres haar duivels, en krijgen we pas écht een kwade Merel Baldé te horen. Passeren op die derde plaat de revue: de male gaze, lichaamsroutines en… schaamlippen. “Ik merkte dat ik op mijn vorige platen nog veel te voorzichtig was.”

enola: Wist je meteen: het wordt zo’n plaat, eentje waarbij ik van alles op tafel wil leggen over het leven van de vrouw?

Merel Baldé: “Ja. En daar wilde ik mezelf niet voor schamen. Ik merkte immers dat ik in oudere liedjes wel eens dingen aanstipte, maar nooit helemaal benoemde. Als ik in “Ziet ze dan niet” zong “hoe ze faket dat het is gelukt / Ook al is het haar nog nooit gelukt”, dan gaat dat natuurlijk over orgasmes, maar dan weggemoffeld in één zinnetje in het tweede couplet van een albumtrack. Deze keer dacht ik: dit verdient gewoon een heel nummer.”

“Hetzelfde met “Uitstekende kut”. Ik had het in “Sexy genoeg” (dat ze zong met Jungle By Night – red.) al eens over ‘labia gekort’. Twee woordjes, voor een onderwerp dat al heel lang speelt en waar ik al heel lang iets mee wil doen. Op één of andere manier is deze keer een schaamteloosheid in mijn pen gekropen: fuck it. Dat heeft me echt bevrijd. Voor mij zit daar de punk in. Ik druk alles heel letterlijk uit, ik zoek geen metaforen meer.”

enola: Je vond inspiratie in feministische protestliedjes uit de jaren zeventig. Waarover spreken we dan?

Baldé: “Over heel veel muziek die je nu niet meer kunt terugluisteren. Ze is verdwenen, dus ik heb er enkel de teksten van kunnen lezen. Van De Kontramienen, bijvoorbeeld, een vrouwelijke cabaretgroep. Dan moest ik snel ophouden te denken dat ik met “Hou je bek en bef me” het wiel had uitgevonden. Er zijn tal van mensen me voorgegaan. De Kontramienen had bijvoorbeeld al een nummer “Als ik niet klaarkom”, maar ook liedjes over menstruatie. Dan denk ik wel “oh wow”. Eigenlijk is dat allemaal al gebeurd, maar die muziek is in de vergetelheid geraakt. Daarom heb ik begin dit jaar ook “Er is een land waar vrouwen willen wonen”, een tekst van Joke Smit, uitgebracht, een oud feministisch nummer: opdat het niet vergeten wordt.”

“Die liedjes zijn nog steeds goed en zó actueel. Maar zo gaat het altijd met vrouwen in de geschiedenis: ze worden uitgewist. Daarom wilde ik daar eens flink in duiken.”

enola: Een nummer uit die tijd ging “De heksen zijn terug, recht uit de hel. De heksen zijn terug met vlammende haren. De heksen zijn terug en ze zijn niet meer weg te slaan.” Eigenlijk is je titel “Leve de feeks” gewoon een update van dat idee, niet?

Baldé: “Oh ja. Ik zing in “Hardnekkig” ook “de heksenjacht gaat door”, ook nu nog. Ik ben in de geschiedenis van de heksenvervolgingen gedoken. Dan val je toch ook achterover. Ik heb me meermaals afgevraagd ‘waarom weet ik dit niet?’ Ik dacht bij dat woord aan een vrouw met een puntmuts en een bezemsteel, terwijl het gewoon een geschiedenis van femicide is, van vrouwen die stelselmatig werden vermoord omdat ze afweken van de norm, op welke manier dan ook. En dat is gewoon toegedekt. Daarom vind ik dat we het woord heksenjacht ook niet moeten bovenhalen als een man een trial by media ondergaat. Dat is inherent een vrouwenwoord, en als je dat dan gebruikt, laat je gewoon zien hoe weinig we eigenlijk weten van die geschiedenis.”

“Weet je, dat vind ik zo leuk aan muziek maken. Dat ik dat soort dingen daar allemaal in kan verwerken.”

enola: Wanneer kwam het woord “feeks” bovendrijven?

Baldé: “Een columnist heeft me in De Telegraaf ‘de rode seksfeeks’ genoemd. Daar moest ik heel erg om lachen, ik vond het een goeie titel. En het is heel erg exemplarisch voor hoe je als vrouw wordt gereduceerd tot waar je over zingt. Ik ben uiteindelijk blijven haken aan dat woord ‘feeks’ omdat ik al bezig was met die heks, en de andere vrouwelijke archetypes als de moeder-maagd, de hoer,… ‘Feeks’ paste heel hard in dat rijtje, en viel helemaal samen met alle onderwerpen op de plaat.”

“En in tegenstelling tot Shakespeare zing ik niet over het temmen, maar over de bevrijding van de feeks. Dat ik een mannelijke columnist nodig heb gehad om me daartoe te inspireren!”

enola: Je hebt er een geuzennaam van gemaakt.

Baldé: “Precies. Ik heb het geclaimd en me eigen gemaakt. Daarom was het vervolgens ook fijn om in een liedje in te gaan op hoe vrouwen worden gedefinieerd. Dat hele vrouw zijn wordt soms gereduceerd tot genre, zoals ‘all-female band’. En dat zie ik overal terug.”

enola: “Zoveel soorten smurfen, maar er is maar één smurfin”, stel je vast.

Baldé: (lacht breed) “Die is goed hé! En het is toch zo. Je hebt Lolsmurf, Klussmurf, Brilsmurf,… En dan is er Smurfin, wiens eigenschap gewoon is dat ze vrouw is. Dat maakt voor mij één klap helder hoe het zit.”

enola: Niet om tekenaar Peyo te verdedigen, maar je kunt natuurlijk ook zeggen: “arme Lolsmurf mag alleen maar lollig zijn. Smurfin mag het hele scala bespelen.” Misschien is haar Smurfin-zijn daarin net een rijkdom?

Baldé: “Ja, maar dan…. Neen, dat is wel een goed punt, maar toch: je zet het vrouw-zijn toch gelijk aan één eigenschap. Alsof dat maar één kleurtje is, eigenlijk. Maar je hebt gelijk. Brilsmurf moet ook bevrijd worden van het feit dat hij alleen maar dat is. En Lolsmurf moet ook bevrijd worden van al die lolligheid.”

enola: Je las ook Anja Meulenbelts De schaamte voorbij, een monument van de tweede feministische golf uit de jaren zeventig.

Baldé: “Ze is een geweldige schrijfster. Ik heb de titel ook letterlijk in een liedje verwerkt. Want ze schrijft niet alleen over wat feminisme haar heeft gebracht, maar ook over haar lichaam en seks, allemaal onderwerpen op de plaat. Eigenlijk is het vooral pijnlijk dat ik me daar in herken, want dat boek is vijftig jaar oud, en nog altijd gaan we gebukt onder die male gaze, een bepaalde schoonheidsnorm waar we aan moeten voldoen.”

enola: Toen ik “Skinroutinebikinilijn” hoorde, moest ik heel hard denken aan iets wat een vriendin mij recent vertelde. Ze is begin de veertig, en was zo blij dat ze eindelijk de leeftijd had bereikt waarop die male gaze van haar wegviel. “Laat het maar gaan hangen”, zei ze.

Baldé: “Dat herken ik wel. Op een bepaald moment was ik me aan het realiseren: ‘ben ik me nou weer aan het scheren, een peeling aan het inplannen?’ Alsof zo’n gezichtsbehandeling niet heel veel geld kost, en het doet uiteindelijk ook niet echt heel veel. Maar ja, op een gegeven moment heb je daarin gewoontes ontwikkeld. Je kijkt ook naar jezelf en andere lichamen door die mannelijke bril. Omdat de beauty-industrie daar een soort lat heeft gelegd, die onhaalbaar is. En ik merkte plots dat ik dat gewoon niet meer wilde. Ik was gewoon té 34 voor dat soort dingen.”

“Ik heb de laatste jaren veel gelezen over het feminisme, en dat begint er nu zo’n beetje uit te komen. Het zat er natuurlijk altijd wat in, maar nu heb ik veel bewuster gekozen: ik ga me niet meer inhouden. Ik wilde me na Naar de haaien & weer terug weer verder ontwikkelen, het mocht iets meer durf hebben. Ik voelde dat er veel in me zat te borrelen, dat ik meer te vertellen had.”

enola: Op je vierendertigste ben je het “Lekker met de meiden” natuurlijk een beetje voorbij.

Baldé: “Ja. Daarom niets slechts over dat nummer, maar ik voel daar nu wel een soort vrijblijvendheid in. Ook in andere liedjes waar ik heel veel ironie als stijlfiguur heb gebruikt. Ik wilde het op Leve de feeks dichterbij gaan zoeken. Want ik voel me altijd het meest aangesproken door kunst waarvan je voelt dat er skin in the game is, die iets wil blootleggen of toch een statement maakt. Er moet een soort rebellie in zitten, en ik vond dat ik zelf ook maar eens die kant moest op gaan.”

“Een mens verandert, hé. Laatst kreeg ik een berichtje van iemand die me stuurde ‘ik vind het super leuk wat je allemaal doet. Maar ik moet zeggen, de laatste tijd schrik ik wel soms een beetje.’ Toen dacht ik ‘maar meid, ik wíl die artiest zijn die jou een beetje laat schrikken.’ Ik wil niet altijd maar hetzelfde doen, dat ben ik niet. Ik wil mezelf net zo goed blijven verrassen. Ach, je kan niet iedereen bekoren. Dat is nu eenmaal zo. Als ik dat had gewild, had ik wel andere muziek gemaakt. En toch geloof ik heilig dat mijn muziek wel voor iedereen kan zijn, zelfs al slaat natuurlijk niet iedereen er op aan. En dat is helemaal ok.”

enola: Je al dan niet aanwezige kinderwens hangt ook met nadruk over Leve de feeks. Het lijkt me inderdaad een mindfuck van jewelste hoe je als vrouw gedwongen wordt om onder druk van een tikkende lichaamsklok je daar een mening over te vormen.

Baldé: “Je kunt inderdaad niet anders dan je je ertoe verhouden. Dat geldt voor mensen zonder baarmoeder natuurlijk ook.”

enola: Het document met de songtekst van “Baby” dat je doorstuurde, bevatte per ongeluk ook je kladversies. Het voelt alsof je héél lang hebt moeten zoeken naar de juiste manier om je over kinderen hebben uit te drukken.

Baldé: (een beetje ongemakkelijk) “Dat was natuurlijk de bedoeling niet. Dat vind ik wel heel kwetsbaar, opeens. Nu ja, je hebt het dus gelezen. Het is inderdaad erg zoeken, soms. Er gaan regelmatig iets van twintig pagina’s vooraf aan de definitieve tekst. En dan is het puzzelen wat ik gebruik en wat niet. En aan “Baby” heb ik heel lang gesleuteld, want het is één lange gedachtengang waarin ik ook wilde dat de luisteraar heen en weer wordt geslingerd. Ik mocht mezelf dus tegenspreken.”

“Er is een heel schrijfproces voor de song. Juist met deze plaat ben ik net begonnen met de teksten, en de inhoud. Ik ben als een schrijver aan de slag gegaan, en dan pas ben ik aan de muziek gaan werken. Dat liep heel lekker, want daardoor kon ik in de studio supervrij zijn. Ik was immers al zelfverzekerd. Ik had de code al gekraakt, ik wist waarover het liedje moest gaan. Zie het als theater: het script moet al geschreven zijn, dan kun je op de vloer zoeken welke vorm het moet krijgen. Je kunt nog altijd alles van tafel vegen, maar het is wel fijn dat ik al wist waarover ik het wilde hebben. Het denken was gebeurd, de studio kon zo het hart, de emotie en de intuïtie zijn.”

enola: In “Baby” stel je de pertinente vraag “wil ik het nou echt, of omdat het hoort?” Kinderen krijgen lijkt soms inderdaad een maatschappelijke evidentie. Mensen moeten zich verantwoorden als ze geen kinderen willen, nooit wordt de vraag gesteld waarom iemand per se een kind wil.

Baldé: “Huisje, boompje, beestje blijft de norm hé. Gelukkig verandert dat wel iets, maar inderdaad: waarom stellen we niet de vraag waarom iemand een kind wil. Die keuze heeft immers veel meer impact op de wereld. En ook voor het leven dat je op de wereld zet is dat eigenlijk een best belangrijke kwestie.”

enola: “Mag het ook als ik twijfel?”, vraag je.

Baldé: “Dat speelt heel erg bij mij. Ik heb dat oergevoel van een kinderwens nooit zo gevoeld. Er zit een soort heiligheid rond het moeder-zijn die me afschrikt, want ik weet niets zeker in het leven. Ik twijfel me overal kapot over, terwijl een kind krijgen wel heel erg ingrijpend is. Die verantwoordelijkheid kun je niet terugdraaien. Dus denk ik de ene dag dat ik het wel wil, de andere dag ‘alsjeblieft niet’. Het voelt toch alsof dat er niet mag zijn, die ambivalentie. Alsof je het pas verdient als het echt zo’n vaststaande wens is.”

“Tot ik met moeders ging praten die zeiden dat ze zelfs na de geboorte nog altijd konden dubben of dat nu de juiste keuze was. Het is geen toeval dat het woord ‘spijtmoeder’ bestaat, naast ‘niet-moeder’ en ‘gelukkige moeder’. Volgens mij kun je die allemaal in één zijn, is het niet of-of. Eigenlijk ben ik blij dat ik hier zo over nadenk. Wat het ook zal worden, het zal weloverwogen zijn, niet omdat het zo hoort. En eigenlijk gaat dat voor veel dingen op, net zo goed voor die schoonheidsnorm. Je moet het niet doen omdat het hoort, maar omdat je dat zelf wil.”

enola: Was je altijd al een kind dat zich tegen de norm verzette?

Baldé: “Er heeft toch altijd een soort baldadigheid in mij gezeten. Ik vind het leuk om de boel een beetje op te schudden en de norm te bevragen. Ik merk dat ik dat ook het meest waardeer bij andere kunstenaars: dat ze wat trappen en schoppen. Je moet in het echte leven al zo hard binnen de lijntjes kleuren en je aan de regels houden. Het is net vet dat je in kunst de heilige huisjes in elkaar kunt trappen.”

enola: Toen ik zag dat je met producer Jeroen de Pessemier van The Subs in zee ging, had ik verwacht dat je verder zou surfen op je nogal clubby filmmusical Diep in de nacht. Dat is het niet helemaal geworden.

Baldé: “Neen. Ik wilde gewoon eens met iemand werken die volstrekt nieuw voor me was. Ik was altijd een grote fan van The Subs, dus ik hoopte met hem een soort van frisse start te kunnen maken, dat doordat hij nieuw voor me is, ik ook nieuw kon worden. We hebben één sessie gedaan om elkaar wat af te tasten, en het klikte meteen. Hij is heel erg van de modulaire synths en het elektronische, maar hij kan dat ook heel mooi combineren met meer rockachtige elementen als een gitaar. We zijn dus heel snel met die combinatie gaan werken, waarop hij ook nog eens af en toe een lade percussie opentrok, of wat live drums opnam. Toen besefte ik dat dat precies de vibe was waar ik naar op zoek was; een benadering die niet alleen elektronisch is, waardoor er wat meer ruimte in de liedjes komt.”

“Ik wilde voor deze plaat dat alles wat ruiger en harder klonk. Deze teksten vroegen om wat meer uitgesproken muziek. Het is allemaal zo radicaal en eerlijk, dat het niet al te zoetgevooisd mocht zijn. Het is nog steeds pop, maar toch wat minder lieflijk. Ook de zang mag soms al eens wat meer uit de bocht vliegen. Uiteindelijk ben ik opgegroeid met rock. Dat was mijn eerste liefde, dus dat kantje heb ik deze keer een beetje toegelaten.”

enola: Je vermeldt invloeden zo breed als Peaches, Wet Leg, Amyl & The Sniffers en Björk. Was dat het referentiekader waarmee je naar Jeroen trok?

Baldé: “Bij hem heb ik vooral Peaches neergelegd. Ik vind haar als artiest, waar ze voor staat, heel erg inspirerend. Ook van haar muziek hou ik. Het is best minimaal, gewoon drum, bas en stem, en de rauwheid daarvan is echt vet. Jeroen is ook een Peaches-fan, dus dat zat meteen goed. En dat zijn we dan verder gaan uitbreiden. Hij kwam met allemaal acts die ik niet kende, zoals DJ Fuckoff, Jensen Interceptor, Drexciya, Anetha en andere elektronische acts.”

“Björk vind ik een voorbeeld omwille van haar range, hoe breed ze kan gaan in emotie, de theatraliteit die ze in haar zang kan leggen. En Amyl & The Sniffers hoor je volgens mij ook wel terug, vooral in de manier van performen.”

enola: Je plant voor je komende concerten een rockshow?

Baldé: “Ik merk dat ik zo veel vertrouwen heb in de kern van de liedjes, dat het zichzelf zal vertellen. Ik heb geen dansers nodig, de boodschap staat op zichzelf. Meer dan een vette lichtshow met een vette band – waar ik ook een gitarist aan heb toegevoegd – wordt het niet. Al wil ik wel uitpakken met mijn outfits, want die zijn ook onderdeel van het verhaal. Voor het overige wil ik die show als actrice heel goed gaan spelen. Daar zit het vooral in, denk ik. Ik moet het goed overbrengen. Ik hoef er helemaal geen dingen op te plakken.”

enola: Je benadert het als actrice?

Baldé: “Eigenlijk wel, want elk liedje vraagt een andere bewegingskwaliteit. Het komt net als in het theater neer op een tekst zo geloofwaardig mogelijk over te brengen. En dat vraagt dat je nadenkt: helpt het daarbij als ik sta te dansen, of moet ik het juist stilstaand brengen? Je kunt niet elk liedje vrolijk staan springen, zoals het publiek doet, want dan komt de tekst niet over.”

“Het vertrekt dus bij ‘wat vraagt een bepaald nummer van mij’, en daarin moet ik ook durven om niet te pleasen door lekker te blijven bewegen, glimlachen… Want dan ga ik weg van de intentie van het nummer. Soms is een liedje gewoon stoïcijns, boos, moet je die tekst schreeuwen. Dat is veel moeilijker en spannender om te doen dan gewoon lekker dansen en zingen. Ik sta op het podium met alleen een microfoonstand en een lichtsetting, ook dat is bewust. Alles is een keuze, overal zit betekenis in. Het is mijn grootste ergernis om te zien dat een artiest daar niet over heeft nagedacht. Dat er een soort nonchalance of zo in zit. Dan denk ik: ‘huh?’ Ik proef in de Nederlandse popmuziek wel eens een afkeer van je best doen, of van het woord theater. Want dat staat synoniem voor spektakel, maar dat is niet zo. Ik vind gewoon dat je je vak serieus moet nemen, al was het maar door je stem op te warmen voor een show, en te zorgen dat je elk woord juist plaatst.”

enola: Je hebt ondertussen in de grootste zalen gestaan. Mis je soms nog het kleine podium?

Baldé: “Ik ben in elk geval blij dat ik die fase heb gehad. Ik geloof heel hard dat je een betere artiest wordt als je eerst voor tien man in pakweg de Charlatan hebt gestaan, en niet meteen in de Lotto Arena mocht starten. Doordat ik dat gedaan heb, weet ik dat ik alles aan kan. Zet mij op een verjaardagspartijtje voor drie mensen, en ik kan ze de tent uit rocken. Dat komt wel goed.”

“Ik vind die grote podia wel eens ingewikkeld. Dan moet ik mezelf dwingen om mensen in de ogen te kijken. ‘Kijk naar die koppies op de eerste rij’, want dat is het connectiepunt met de rest van de massa. Neen, stiekem vind ik het dus toch het leukst in kleinere zalen. Natuurlijk heb ik daarom die love pit ingevoerd, omdat ik niet alleen die onverschrokken vrouw met haar popstar-allure op het podium wil zijn, maar ook gewoon het meisje dat zelf naar concerten gaat. Ik wil die twee kanten laten zien, en het is fijn om daarin een soort transparantie of kwetsbaarheid te laten zien door letterlijk in het publiek te gaan staan en te zeggen, ‘hé jongens, ik ben ook één van jullie.'”

Leve de feeks is nu uit.

ammehoela
Beeld:
Hannah Bruynzeel, Cleo Campert

recent

PIL

5 mei 2026Trix, Antwerpen

Oproer, chaos, en wilde gitaren: voor wie het gemist...

Primavera

Damiano Michieletto komt eigenlijk uit de wereld van de...

Los Tigres

Films over mensen die per toeval op een illegale...

Love Me Tender

Clémence (de in Luxemburg geboren actrice Vicky Krieps die...

Kneecap :: Fenian

Snoeihard gaat Kneecap tekeer op zijn tweede album. Wie...

verwant

Vorig artikel
Volgend artikel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in