Oproer, chaos, en wilde gitaren: voor wie het gemist had, kwam PiL in Trix even laten horen wie nu eigenlijk postpunk heeft uitgevonden. Het was bij momenten gek hoe modérn de band klonk.
“You’re so quiet!” John Lydon, de man die antagonisme tot kunstvorm heeft verheven, vindt het maar niets. Meermaals zal hij laten merken dat het wilder mag, dat we op zijn minst mogen laten horen dat we bestaan, al was het maar door de handen op elkaar te slaan. John ‘Johnny Rotten’ Lydon die aanspoort tot meeklappen? We hadden het niet zien aankomen, maar het is wat het is. Bij PiL mag al eens iets meer, zo blijkt. En wie ooit bij Sex Pistols zong, heeft sowieso niets meer te bewijzen.
Toch lijkt het soms alsof dat Public Image Ltd, net omdat het Lydons tweede bandje is, nooit echt de juiste erkenning heeft gekregen. Alsof het altijd maar een bijgedachte was. En dat is natuurlijk onzin. Het is pas bij die groep, toen hij manager Malcolm McLarens situationistisch gestook achter zich kon laten, dat Lydon zich ook muzikaal ging ontwikkelen, en met bassist Jah Wobble en gitarist Keith Levene een nieuwe muzikale taal vond.
Levene en Wobble zijn er al lang niet meer bij, drummer Mark Roberts is er zelfs pas van vorig jaar bij, maar PiL is sinds 2009 opnieuw actief, en liet in Trix horen dat het nog niet versleten is. Van bij opener “Home” liet de verwaaide Rasputin die onder de naam Lu Edmonds door het leven gaat geweldige new wave-gitaren horen, bassist Scott Firth leunde op een barkruk om zijn gezegende leeftijd te stutten, maar haalde ondertussen wel heerlijke loopjes uit zijn instrument.
Hoe heerlijk sneed die gitaar van “Death Disco”, hoe potig een “World Destruction” dat de band leende van het project dat Lydon ooit met hiphop-producer Afrika Bambaataa had. “This Is Not A Love Song” kwam dan weer op een pompend Talking Headsritme uit dat laatste nummer gekropen, terwijl Edmonds nog een nieuwe gitaar aangereikt kreeg.
En Lydon daar maar overheen krijsen; een man die nooit een microfoon had mogen krijgen, maar door het succes van Sex Pistols bevestigde dat het kon. Enkel zo kon die sneer een zangstijl worden, een unieke stempel op alles wat hij aanraakt. Logisch dus dat ook Leftfields “Open Up” gecoverd wordt waarvoor Lydon gastzang deed; het is minstens even hard van hem als van het Britse dansduo.
Het hoogtepunt kregen we echter net daarvoor met een episch gerekt “Warrior” dat doorbeukte en daverde als een op hol geslagen trein. “Rise” had op papier even goed kunnen zijn, maar wordt even hard uitgesponnen, maar dan om de band voor te stellen. Hoe goed dat nummer ook is, het had de helft korter gekund. Neen, dan bleek de puntige riff van “Public Image” net voordien veel scherper.
En zo hoorde je hoe alles waar we de laatste jaren lekker op gingen, zijn wortels bij deze band vond. In “Know Now” was de kinetische gekte van Shame voelbaar, het gebrulde “Fuck Off” waarmee “Shoom” werd afgetrapt (na de cynische introductie “This is a song inspired by my aggravating, vicious father who I miss very much”) had uit de mond van Joe Talbot kunnen weerklinken. In “Flowers Of Romance” haalde Edmonds dan weer een strijkstok over zijn snaren, hamerde Roberts een Einstürzende Neubauten-achtige monotone dreun; motorik.
Lydon is de laatste jaren al dubieus uit de hoek gekomen, gedraagt zich te vaak als het zot Jerommeke van de punk, alsof hij wil testen hoe lang hij getolereerd wordt. Vanavond maakte dat geen hol uit, en stond hij nog steeds in het oog van de muzikale relevantie. PiL was opwindend genoeg dat je ze deze zomer eens uit het oudezakkencircuit tussen jonge bandjes zou willen zien spelen. Die zouden wel eens kunnen opkijken van dit stelletje zestigers en zeventigers.




Was er die avond. Wel eerder vertrokken. Johny was kennelijk verkouden en snoot zijn neus meerdere malen en spuugde werkelijk overal. Ik werd er misselijk van.