In-kata :: Thanatopraxis

Als een band er zes jaar over doet om een nieuwe plaat op te nemen, dan levert dat doorgaans desastreuze resultaten of ingrijpende vernieuwingen op. Voor wie dacht dat In-kata intussen de geest had gegeven, heeft de band iets apart klaargestoofd. Dit is immers het geluid van een kwintet dat enkel luistert naar zijn doorgedreven perfectionisme en de luisteraar enkel wil ontmoeten op zijn eigen voorwaarden.

Doorgaans hebben we een zwak voor dat soort weerbarstigheid, maar toch wilde het aanvankelijk niet lukken tussen Thanatopraxis en ons. We vonden geen ingang in dit complexe verhaal, geen aansluiting met die muzikale taal, die steeds opnieuw met The Mars Volta wordt vergeleken. Die band vinden we eigenlijk ook nog altijd een over het paard getilde, corpulente draak die voor 80% van z’n carrière erop los masturbeerde met een even verbluffende als slaapverwekkende virtuositeit. Een paar maanden later hebben we het er soms nog moeilijk mee om de volledige rit in een ruk uit te zitten, maar hebben we toch een paar afgetekende favorieten die er wel ingaan.

Het openende tweeluik “Fasting Fools”/“They Are Coming” is een prima voorbeeld en eigenlijk ook een ideale stand van zaken als je moet uitleggen waar In-kata dezer dagen om draait. Stilistisch is het nog altijd een schizofreen zootje (wat ook mooi weerspiegeld wordt door de lijst van bands met wie het kwintet al speelde er eens bij te nemen) dat progrock, funk, metal, post-hardcore en psychedelica aandoet. Heeft dit het ene moment daadwerkelijk iets van The Mars Volta, dan gluurt Jane’s Addiction ook regelmatig om de hoek of krijg je af te rekenen met de moeilijk vast te pinnen sound van Tool of Faith No More.

Het is wel knap hoe de band een totaalpakketje biedt: de wat schrille, vaak extatische en soms hysterische stem van Wannes Cré is op een zekere manier wel gepast voor de neurotische, met chirurgenprecisie uitgevoerde crossover, die ook voorzien werd van al even opmerkelijk artwork en alarmerende teksten vol maffe verhalen over paranoia en waanvoorstellingen maar die net zo goed parabels over moderne kwesties kunnen zijn. Vooral “They Are Coming”, een volslagen dolgedraaide hufter van een song vol explosieve uitbarstingen, is een eersteklas werkstuk.

Als de band nauwer aansluit bij de mainstream rock en uitpakt met verrassend melodieuze refreinen en meerstemmige zangpartijen (zoals in songs als “A Fur Called Louise” en “Dissent”) valt nog altijd op met hoeveel zorg de songs in elkaar gestoken zijn, maar toch wordt ingeboet aan karakter. Dan liever een stuk als ”Lullaby”, dat niet zozeer terugblikt naar de eclectische rock van de jaren negentig, maar de psychedelica van de jaren zeventig en haast van de hand van Hypnos 69 had kunnen zijn. Maar eigenlijk is dit het soort plaat dat zo vaak van koers en klankkleur wijzigt, dat elk er wel een eigen favoriet op kan vinden. Of elke dag een wissel doorvoert

Net zoals “Cyanide Road” die duur van 7,5 minuten niet helemaal kan rechtvaardigen ondanks een doorrookte stonerriff, zo is de lengte van het album uiteindelijk ook het voornaamste struikelblok. Na een half uurtje begint stilaan de verzadiging op te treden en het is dan ook maar goed dat afgesloten wordt met “The Fable”, een verrassend aandoenlijk stuk dat het over een heel andere boeg gooit. Kortom: niets dan lof voor de inventiviteit en het samenspel van de band. We moeten er enkel nog in slagen om het geheel aan het hart te drukken, iets dat ons op een of andere manier blijft ontglippen. Maar we blijven proberen, dat is wel het minste.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + drie =