Trash Talk :: 119

Trash Talk blijft een buitenbeentje in de punkwereld. De Californische DIY-band staat met één voet in de rauwe underground, met de andere in de mainstream, en verkeert hiermee in een luxepositie. Muzikaal blijven Lee Spielman en co dan ook grotendeels trouw aan hun hyperagressieve sound.

Dankzij de hype rond de band gecreëerd werd, speelde Trash Talk de laatste jaren niet alleen in zweterige kelders en woonkamers die geïmproviseerde punkclubs werden, maar stond de band ook op de grote festivalpodia van onder meer Primavera, Roskilde en Pukkelpop. Trash Talk mag dan wel extreem opgefokt klinken, zijn moderne hardcore punk trekt veel publiek aan. Dat heeft ongetwijfeld te maken uitzinnige taferelen die de concerten opleveren. Circle- en moshpits, groepsduiken en tentpaal klimmen: het hoort er allemaal bij.

Om de buzz rond de band in alternatieve middens in stand te houden, werd onlangs via Pitchfork een korte documentaire over het tourleven van de band op de wereld losgelaten. Maar dat de altijd furieuze brulboei Spielman geen deftige opvoeding gekregen heeft en dat de andere bandleden evenmin doetjes zijn, wisten we al. Ook de beelden van hun favoriete hobby’s, skaten en wiet paffen, waren niet bepaald verrassend. Maar sinds ze tekenden bij Odd Future weten we dus dat de eeuwige pubers beste vriendjes zijn met het al even hippe en gelijknamige rapcollectief van Tyler, the Creator.

Vrij voorspelbaar dat hun vriendschap resulteert in een nummertje. In “Blossom & Burn” komen Hodgy Beats en Tyler, The Creator de longen uit hun lijf schreeuwen. Dat levert een best wel gevaarlijke punksong op, maar zeker niet het beste van Trash Talk. Dat gevoel overheerst ook tijdens het beluisteren van de plaat. Op bijna 22 minuten werden 14 nummers geperst. Je zou een dozijn snelle nummers verwachten die je compleet wegblazen. Inderdaad, “Fuck Nostalgia” en “Apathy” razen lekker door, maar het explosieve effect van de eerste Trash Talk-platen — Trash talk en Eyes & Nines — is verdwenen. Hetzelfde geldt voor “My Rules”, “F.E.B.N.” en “Dogman”. Vraag ons niet hoe deze nummers klinken, want veel hebben we er niet van opgestoken.

Tot zover de roekeloze, hypersnelle punk. Vier nummers, die al meer structuur vertonen, steken er bovenuit. Trash Talk en ontwikkeling: het lijkt toch samen te gaan. In de op powerchord gestutte nummers openers “Eat That Cycle” en “Exile On Broadway” klinkt de band meezingbaarder dan ooit. De tragere, hardcore-getinte nummers drijven dan weer op een heerlijke groove. “Reasons” heeft de meest onweerstaanbare riff van de plaat. Met “Uncivil Disobedience” hebben we nog eens een Trash Talk-nummer dat tegelijk ophitsend en spannend is.

U voelde het wellicht al aankomen. 119 is niet de beste plaat van Trash Talk. Of het een opstapje is naar een originelere plaat, durven te betwijfelen. De kans de Californiërs ons ooit nog zullen verbazen, zoals ze met hun eerste platen deden, is klein. Het blijven tenslotte balorige punkers in hart en nieren. Muzikaal volwassen zal Trash Talk allicht nooit worden. En dat hoeft ook niet, want wat zal er dan van de band overblijven?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − zes =