Rival Sons :: Head Down

De jaren zeventig, meneer? Die zijn nooit echt weg geweest. Meer zelfs: het decennium dat u de olifantenpijpen, de oliecrisis en de zware gitaarrif gaf is hipper dan ooit. Volgende in de rij van bands als Black Mountain, Graveyard en Blood Ceremony is Rival Sons die het heilige seventies-vuur brandende houden. Trim alvast uw walrussnor, it’s gonna be a bumpy ride!

Het gaat hard met Rival Sons. In hun zesjarig bestaan ging het steil bergop met deze 4 New Yorkers. Van voorprogramma van AC/DC, over een platendeal bij vooraanstaand metallabel(!) Earache Records naar 2 platen op evenveel jaar tijd, gevolgd door een rigoureus tourschema. Zeggen dat die van Rival Sons bezige baasjes zijn, is dus een behoorlijk understatement. De vorige plaat Pressure & Time deed de critici reeds de oren spitsen, maar vond de weg niet naar het grote publiek. Dat was jammer, want Pressure & Time stond vol potige bluesrock met echo’s van Led Zeppelin, Jefferson Airplane, 10cc en Cream. Allemaal very seventies indeed. Dat de hoes ook nog eens werd ontworpen door Storm Thorgerson… nuja, het zal al wel duidelijk zijn zeker?

De hoes van Head Down werd niet ontworpen door Thorgerson, en is -als u het ons permitteert- behoorlijk spuuglelijk. Hopelijk is dat geen voorteken, want de promomachine van Earache draait overuren voor Rival Sons. Wees maar zeker, Head Down moet de grote doorbraak zijn voor deze band. En die bereik je uiteraard niet met een slechte plaat.

Ongegronde vrees, zo blijkt. Openingstrack “Keep On Swinging” staat als een huis met een aanstekelijke riff en lekkere groove. Maar het is vooral zanger Jay Buchanan die met zijn okerkleurige, soulvolle stem het nummer extra cachet geeft. Maar niet alleen Buchanan, maar de hele band is op deze plaat stevig in vorm. “You Want To” heeft een ingenieus opbouwend middenstuk dat uitmondt in een knappe climax met dito gitaarsolo. “Until The Sun Comes Up” heeft dan weer oodles aan hitpotentieel, en blijft stevig in de oren plakken. “Run From Revelation” pakt uit met een smerige slidegitaar, een stevige riff en een beest van een refrein, en is één van de hoogtepunten van Head Down.

Maar het is ook vooral de variatie van deze plaat die opvalt. Rival Sons grossiert niet enkel in bluesrock van een goed jaar, maar toont ook bedrevenheid op andere velden. “Jordan” is een uitstekende countryballad met gospelallures die ook hier weer door de stem van Buchanan naar een hoger niveau wordt getild, en “Nava” is een mooi akoestisch rustpunt. Maar niet elk nummer is een voltreffer. “All The Way” is een tongue in cheek, semi-parlando bluesnummer dat welgeteld twee keer leuk is, maar te weinig spankracht heeft om te blijven boeien, en “The Heist” is ook zeker niet slecht, maar springt er nu ook weer niet uit.

Maar met “Three Fingers” wordt de vettige blues en de rock ‘n’ roll-attitude weer van stal gehaald (“Three fingers / On the rocks”: da’s pas een stevige borrel). Maar absoluut toppunt van Head Down is het tweeluik “Manifest Destiny” dat een zéér verdienstelijke poging onderneemt om Led Zeppelin naar de kroon te steken. “Manifest Destiny Pt. 1” pakt uit met een schitterend slepende riff, psychedelische sfeer en een werkelijk geniale gitaarsolo. “Manifest Destiny Pt. 2” gaat meer voor de rechttoe-rechtaan-aanpak, maar scoort evengoed een homerun recht het stadion uit, met een glansrol voor de mondharmonica. “True” brengt de plaat naar een rustige, zalvende coda.

Voor Rival Sons is het met deze Head Down er weer maar eens boenk op. De geest van de seventies is op deze plaat weer uit de fles gelaten, en strooit weldadig met blues, stevige rock ‘n’ roll, gospel, country en hier en daar een snuifje psychedelica. Het resultaat is een knappe plaat die Rival Sons op de kaart zet als een van de interessantste rockbands van 2012. Ik zou die bakkebaarden nog maar wat laten bijgroeien. Enfin, u misschien niet, mevrouw…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vijf =