Glacial :: On Jones Beach

Lee Ranaldo is heimelijk altijd onze held bij Sonic Youth geweest. Een steekhoudend argument hebben we daar nooit voor gehad. Misschien hebben we het nu eenmaal voor figuren in de schaduw van een dominante(re) figuur. Of het is de samenwerking met jazzdrummer William Hooker. Of het talent om melodie en noise op onvergetelijke manier te combineren (“Mote” is zo met voorsprong onze favoriete SY-song). Met On Jones Beach, dat hoogstwaarschijnlijk onder de radar gaat blijven, krijgen we er nog maar eens een mogelijk argument bij.

Van het uitbuiten van een high profile kan je hier alleszins niemand beschuldigen. Hoewel Glacial al zo’n decennium op gezette tijdstippen samen op een podium te vinden is, is On Jones Beach, een enkele bijdrage aan een compilatie buiten beschouwing gelaten, de debuutrelease van het trio. De muziek is trouwens niet bepaald recent te noemen, want al opgenomen in Sonic Youths Echo Crayon-studio in 2005. Blijkbaar was het gewoon wachten op het juiste moment of de juiste persoon om dit uit te brengen, want het album is absoluut een unieke toevoeging aan de discografie van de deelnemende muzikanten.

Naast Ranaldo wordt de band vervolledigd door de Australische percussionist Tony Buck, die vooral bekend is van de marathonperformances met The Necks en, door de gestaag opbouwende structuren waar die band zich doorgaans mee bezighoudt, al vaker de meest geduldige drummer ter wereld genoemd; en tenslotte ook de Nieuw-Zeelandse gitarist en doedelzakspeler David Watson. Dat laatste is een instrument dat niet bepaald in verband gebracht wordt met de wereld van improvisatie en noise, maar gezien de eigenaardige speelwijze is natuurlijk wel meteen de link met de wereld van de drone gelegd.

On Jones Beach bestaat uit één lange track van bijna vijftig minuten die zo traag opgebouwd wordt dat je pas na een kwartier kan spreken van een waarneembaar ritme. Bij een licht verontwaardigde recensent leidde het online onlangs tot een ontboezeming van formaat (“If this is the music of men at the peak of their drone pyramid, then I will happily spin nothing but Carley Rae Jepsen for the remainder of my days”), maar het is dan ook een album dat met het nodige geduld beluisterd moet worden. De golven feedback en skronk lijken willekeurig, maar zijn het zelden. Dit draait om focus.

De controle die hier wordt uitgeoefend, zowel door Ranaldo in de lange aanloop, als door Buck, die zich schijnbaar eindeloos amuseert met klingelende, schuifelende en rinkelende percussie, is indrukwekkend. De groepsimprovisatie vloeit dan ook met een vanzelfsprekend gemak tussen de wereld van drone, minimalisme, noise en zelfs ambient. De ingetogen terugkeer naar de stilte voelt haast aan als een bezinningsmoment, terwijl het tegen de stoner/psych aanleunend stuk met het eenvoudige ritme een pure trance bezorgt.

De aanwezigheid van de doedelzak, die pas echt duidelijk wordt na bijna twintig minuten, geeft de plaat natuurlijk een extra excentriek karakter. Het samengaan met Ranaldo’s gitaartexturen is subtiel en bezwerend en in combinatie met het tribale drumwerk haast een met peyote opgewekte koortsdroom. De voorwaarde is enkel dat je de voelsprieten wakker houdt, want dit is zoveel meer dan een gratuite feedbacksessie voor geweldenaars.

Het album is verkrijgbaar in gelimiteerde LP-oplage en als download. De LP bevat een verkorte versie van 42 minuten, maar je krijgt er de volledige versie van 48 minuten digitaal bij, net als drie bonus tracks, opgenomen in 2003 en 2006, die Watson niet enkel op doedelzak laten horen, maar ook op gitaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 5 =