Conduits :: Conduits

De Amerikaanse staat Nebraska heeft nog nooit een noemenswaardige bijdrage geleverd aan de muziekgeschiedenis. Het titelloze debuut van Conduits zal daar geen verandering in brengen, maar met beide voeten stevig gebetonneerd in shoegaze en droompop weet de groep wel drie kwartier lang te boeien.

Met “On Top Of The Hill” barst de plaat onmiddellijk open als een opkomende zon en blijft vervolgens vier minuten lang zinderen als een bloedhete zomerdag. Het zijn echter de enige vier minuten waarin Conduits volop in het zonlicht baadt, want daarna wordt er voortdurend getwijfeld tussen avondschemer en pikdonkere nacht, zonder dat die duisternis ooit echt beangstigend is. Nooit het grofkorrelige zwart van een cult classic, maar ook nooit het glossy, high definition zwart van een Hollywood blockbuster.

Na de kleine zonnestorm van “On Top Of The Hill” verandert de toon dan ook drastisch als bas en drum “Misery Train” vastpinnen op een statische groove die alleen wordt verstoord door enkele accentslagen die als stroomstoten door het nummer worden gejaagd en gitaren die het nummer aan flarden willen rijten. Dit is het geluid van een groep die op elkaar is ingespeeld als een Zwitsers polshorloge, maar dan een zonder opzichtige blingbling: in plaats van de aandacht naar zich toe te trekken, verweeft zangeres Jenna Morrison haar stem vakkundig met de andere instrumenten. Al kunnen we ook niet helemaal ontkennen dat het geen al te beste zet zou zijn om haar dertien-in-een-dozijn-stem al te nadrukkelijk in de spotlights te plaatsen.

Als er dan toch een muzikant in het oog springt, dan misschien drummer Roger Lewis die op “The Wonder” een ritme neerlegt als een tic nerveux. Drie minuten lang komt Conduits in de buurt van een popsong, but not quite, en als het nerveuze ritme geheel onaangekondigd wordt ingeruild voor een smeulende Krautrockgroove, wordt elke hoop op een hit de kop ingedrukt. Conduits slaat resoluut een zijweg van een of andere lost highway in en laat zich overmannen door complete duisternis.

Maar omdat trop te veel en te veel trop zou zijn, wordt de chaos waarin “The Wonder” ontaardt slim gecontrasteerd met de verstilde rust van “On The Day”. Het is niet alleen binnen de songs zelf dat Conduits vaak knap weet te doseren, ook de tracklist werd minutieus uitgebalanceerd.

Toch laat Conduits met “Blood” in extremis nog een steek vallen die door afsluiter “Well” echter snel wordt uitgewist. Uitgestrekt en winters roept het herinneringen op aan Sigur Rós ten tijde van (), maar dan met een vergeten zangeres van Hooverphonic aan de microfoon. Net zoals “On The Day” doet ook “Well” ons trouwens afvragen of dit nu is hoe Hooverphonic zou klinken als Alex Callier in een parallel universum een shoegazer zou zijn.

Het verguisde stofzuigergeluid valt nergens te bespeuren, alles klinkt vol en krachtig en toch zweverig, maar desondanks zal niemand Conduits binnenhalen als de grote vernieuwers van het genre. Daarvoor kijkt u best even naar bijvoorbeeld het New Yorkse duo ZaZa. Maar wie de mixtape-test doet (probeer een nummer te selecteren voor een mixtape), moet vaststellen dat het erg moeilijk is om een nummer los te weken uit het geheel en dat is tegelijkertijd de grote sterkte en zwakte van Conduits. Want ook al blijft het niveau blijft over de hele lijn nagenoeg constant, de klap op de vuurpijl blijft uit en daardoor gaan we na elke luisterbeurt opnieuw twijfelen. Conduits slaagt er in om zijn eigen beperkingen te overstijgen en verheft zich boven de middelmaat, maar ook niet meer dan dat. En dan is het maar de vraag of dat voldoende is opdat we ons deze plaat over een jaar nog zullen herinneren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + 20 =