Jessie Ware :: Devotion

Even slim als sensueel. Een afrodisiacum. Een groeier zoals te weinig popplaten dat zijn: puzzelstukjes vormen bij elke beluistering, afgepelde laag na afgepelde laag, een mooiere mozaïek. Allemaal goed en wel dus, die Emeli Sandé en Lana Del Rey. Maar uw popprinses van dit jaar is Jessie Ware en niemand anders.

Jessie Ware: vroeger perfect in haar sas als occasionele, wat anonieme gastzangeres bij SBTRKT en Joker, of als achtergrondzangeres in de schaduw van frontmannen als Jack Peñate. Nu minutenlang in close-up in de clip van het prachtige “Wildest Moments”, de — ja, toe maar — “Video Games” van dit jaar. En al even open en bloot op haar debuut Devotion. Ze noemt hart en paard op haar plaat, schuwt de clichés niet, maar maakt door haar zwoel-onderkoelde stem en ingenieus-subtiele plaat van “sentimenteel” weer een compliment, zoals vroeger, voor deze cynische tijden.

Devotion gaat voornamelijk over het aantrekken en afstoten in de liefde: opwindend tijdens het verleidingsspel net voor dat prille begin (zwoele singles “Running” en “110 %”, het lustopwekkende “Devotion”), pijnlijk en destructief aan het einde, wanneer de relatie nog met spuug, touw en verwijten aan elkaar hangt (“Wildest Moments”, een nummer als een steeds innigere omhelzing, “Still Love Me”). Horen daar nog bij: vertwijfeling en een enorme aanhankelijkheid (“No To Love”, “Taking In Water”). Het emotionele kompas van Ware lijkt vaak het noorden kwijt te zijn, vocaal en muzikaal zet ze echter koers naar een ontzettend straffe popplaat met de beide benen in het nu.

Maar met het hoofd soms toch naar vroeger gekeerd. Ware koppelt het mysterieus-sensuele van een Sade aan melodieën die aan die gouwe ouwe ballads van de jaren tachtig doen denken — guilty pleasures als een Gloria Estefan bijvoorbeeld (zoals in “Night Light”). Op papier of scherm een sonore nachtmerrie, op haar debuut mondt het middels slimme gitaarmotiefjes, toefjes dubstep, triphop en soul en een daverende ritmesectie of beat uit in de meest verleidelijke plaat van het jaar. Ogen blinken ondeugend, maar de wijsvinger maakt een ssssst …-gebaar op vertwijfelde lippen. “Sweet Talk” knipoogt dan weer naar Prince.

Wat dat alles tot een haast onberispelijk geheel smeedt, is de ontzettend beheerste zang van Ware. Ondanks haar verleden als achtergrondzangeres blijft de vocale trukendoos dicht, al heeft die van haar duidelijk een diepe bodem. Daardoor schuwen de songs drama zoals vleermuizen het daglicht. Enkel in “Taking In Water” klinken de echo’s van een Whitney Houston uit haar begindagen te stevig door. Oppassen voor de toekomst. Maar het is die beheersing die van oppervlakkigheid geilheid maakt en van “Wildest Moments” zo’n standbeeld. Ook dat mag verbazen aangezien Kid Harpoon meeschreef, verantwoordelijk voor een duiveluitdrijving of drie op Ceremonials van Florence.

Zelfs de halve misstap “No To Love” wordt halverwege nog gered, wanneer een catchy gitaarlijntje de al een paar keer opgewarmde r&b-kost een lekkere drive meegeeft. Het equivalent van per ongeluk en toch elegant in een plas trappen. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Let’s not.

Er gebeurt immers immens veel op de achtergrond, met vocale arrangementen, melodieën en subtiele synthpartijtjes die zich pas na enkele luisterbeurten in slow motion van hun camouflage ontdoen zoals een jong, bedeesd koppel zich de allereerste keer van hun kleren in elkaars bijzijn. In “Swan Song” bijvoorbeeld, het titelnummer, “Something Inside”. Wanneer niet, eigenlijk. Het meest beloftevolle popmeisje van de afgelopen paar jaar? Nog veel meer, maar laat haar dat maar bewijzen de komende jaren. Een plaat als een verleidingsspel dus. Al is van afstoten de komende tijd alvast geen sprake hier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + 11 =