Dntel :: Aimlessness

Met zijn vierde officiële album Aimlessness neemt Dntel — aka Jimmy Tamborello — afstand van de klare electro-folklijn, die hij minutieus uitstippelde op de vorig jaar (in deluxe editie) heruitgebrachte instant klassieker Life Is Full of Possibilities en de Sub Pop-worp Dumb Luck uit 2007. Nummer 4 vindt terug meer aansluiting bij het abstracte glitchy patchwork uit zijn beginperiode. En met een beetje goede wil kan je tussen de niet aflatende knetterende ruis zelfs een moody conceptplaat ontwaren.

Zijn ontmoeting met DJ Koze in thuisbasis L.A. en de daaropvolgende verhuis naar diens Berlijnse label Pampa Records zijn ongetwijfeld medebepalend geweest voor de muzikale heroriëntering. Koze fungeerde als overzees klankbord en mentor tijdens de opnames. En hij zag in Dntel de uitgelezen partner om zijn ietwat onderkoelde, minimalistische portfolio, met acts als Isolée en Robag Wruhme, een diffuser en meer kosmopolitisch cachet aan te meten. Tekenend voor de nieuwe aanpak is de gewijzigde incorporatie van de gastvocalisten. Terwijl je vroeger het gevoel had dat de nummers op maat van de invités werden geschreven, staan deze laatsten nu eerder ten dienste van het uitgekiende masterplan. Als mood katalysator en liaison officer par excellence weet hij de vocale interventies van Baths en Night Jewel netjes in zijn blury universum in te passen.

En je moet het maar durven: “Aimlessness” als titel kiezen. Doelloosheid kan duiden op “niet meer weten van welk hout pijlen maken“. Het kan echter ook betekenen dat je als soloartiest annex controlefreak even alles loslaat. De armen los naast het lichaam en de nekspieren even losgooien. Het random prikken resulteert in een rondstuiterende auditieve stream of consciousness die op het einde van de rit toch een ongewilde eenheid oplevert. Vink in het geval van Dntel de tweede optie maar aan.

Openingstrack “waitingfortherest II” is “Morgenstimmung” van Edvard Grieg door de glitchmangel gehaald. Een haperende Nilfisk-ode aan het ochtendlijk ontwaken. Halverwege het nummer voel je plots de onweerstaanbare drang om “Schip ahoy!” te bulderen. “Jitters” start met verdwaalde af- en aanrollende zeegolven en ontpopt zich vervolgens tot een dartele polyfonisch up-tempo spring-in-het-veld. Binnen zonder kloppen. De welgekomen verfrissing van een parelende gin-tonic die voor je neus wordt gedropt op een zonovergoten terras. “Bright Night” is zowat de benchmarking blauwdruk van het album. Na de geruststellende intro word je plots overvallen door episch trompet- en hoorngeschal. “The Emperor’s at the gate!”. Erg jazzy qua aanvoelen én opbouw: main theme – freewheelen – main theme.

“Still”,”My Orphaned Son” en de Orbitaliaanse stijloefening “Santa Ana Winds” lijken een beetje ziek in hetzelfde bedje: net iets te veel lamleggende repetitieve herhaling van dat ene riedeltje zonder verdere verrassende wendingen. Bij de eerste tonen ga je op ’t puntje van de stoel zitten. Wachten tot de rijpe zweer openbarst en de gele pus tegen de brilglazen uiteenspat. Maar dit gebeurt niet en de tracks degraderen op die manier een beetje tot eeuwige beloftes.

Hobbykok Tamborello scharrelt in zijn vrije tijd blijkbaar ook graag wat rond in zijn overwoekerde geluidentuin op zoek naar smaakbepalende ingrediënten voor zijn pruttelende melting pot.
En wat zien we daarin zoal ronddrijven? Een vleugje whirling tristesse, het handelsmerk van pakweg Ametsub, Aardvarck, Plaid of Nosaj Thing. Een scheut modulerende intelligent techno omsingeld door minimalistische pianopartijen à la Steve Reich of Michael Nymann. Zijn drang naar experiment levert soms ook een striking novelty op. Zo mondt “Trudge” mits wat bijsturende fantasie uit in een ogenschijnlijk nieuw genre: clicks & cuts techno-jazz. De rechttoe rechtaan technodreun, aangemoedigd door een voorbijdenderende stoomtrein, wordt subtiel verminkt door cut & mashed up live-drumsamples en irritant modulerende synthstoten.

Outro “Paper Landscape” (opgebouwd rond een sample uit “Engel Der Luft” van Krautrock-adepten Popol Vuh) geeft plots aan dat het gedaan is en we naar huis mogen. De laatste doet het licht uit…

Muzikale meerwaardezoekers, die zich hebben aangesloten bij het Dntel-legioen na zijn vorige meer toegankelijke releases, gaan nu vermoedelijk even het noorden kwijt zijn. Ze staan in het kniehoge gras op de zachte berm wat beduusd en verweesd te staren naar de voorbijtrekkende gedefragmenteerde Circus Tamborello-karavaan. Gewoon even geduld hebben, meisjes en jongens. Als je erin slaagt de sterkhouders netjes aaneen te rijgen, blijkt “Aimlessness” een onderhuidse groeiplaat te zijn, die bij elke beluistering aan consistentie en uniformiteit wint.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 2 =