Give Up :: Het Paard van Troje van The Postal Service

De een was een songsmid van een onbekend en klein indiegroepje, de ander een obscure elektronica-artiest. En toch zou de plaat die ze samen opnamen uitgroeien tot een moderne klassieker die de poorten van de mainstream opende voor indiemuziek. Tien jaar later wordt Give Up van The Postal Service opnieuw uitgebracht, en blijft de vraag: hoe hebben ze dat in godsnaam klaargespeeld?

“Don’t hold your breath.” Dat was het laatste dat Ben Gibbard liet weten over de mogelijkheid van een nieuwe The Postal Serviceplaat. Want hoe volg je een plaat als Give Up op? Wat heb je nog toe te voegen aan wat over de jaren heen een van de meest iconische platen van de jaren nul is geworden? Want dat was dat debuut uiteindelijk: een mijlpaal. En daar zijn verschillende redenen voor te bedenken.

Er was om te beginnen natuurlijk het geweldige verhaal over elektronica-artiest Jimmy ‘Dntel’ Tamborello en indie-nerd Gibbard die elkaar ontmoetten via een gemeenschappelijke kennis en vrienden werden. Een eerste samenwerking kwam er voor Tamborello’s doorbraakalbum Life Is Full Of Possiblities en het was een schot in de roos. “(This Is) The Dream Of Evan And Chan” was alles wat muziek in 2001 moest hebben; een combinatie van moderne, inventieve beats en fris songschrijfwerk. Daar moest dus wel meer van komen, en het was het SubPoplabel dat het verstandige idee kreeg dat ook aan de heren te vragen.

Twee jaar lang wisselden Tamborello en Gibbard zelfgeschreven cd’tjes uit via de post. Het leverde hen niet alleen een groepsnaam op, maar ook een collectie songs die samen een debuutalbum werden. Give Up was het soort plaat die de intelligente dansmuziek van Tamborello behapbaar maakte voor een op gitaren ingesteld indiepubliek. Het waren echte songs, weet je wel; je kon ze desnoods akoestisch aan een kampvuur naspelen, maar het bleef toch opwindender om ze met alle ratelende technologie op de achtergrond te horen.

Dagboek

Het succes ging echter verder dan dat. Sluipend, als een ondergrondse veenbrand verspreidde de faam van de plaat zich naar studentenkoten en campussen. Dat was nu ook niet zo verwonderlijk. Give Up was een popplaat, zoals de 21ste eeuw die nodig had: catchy, dansbaar, maar ook intelligent en complex. Ook de wat nuffige muzieknerd, zijn oren net bevrijd van het uit de gratie gevallen post-rock, mocht dus goedkeurend toeknikken. De aanwezigheid van Tamborello was een kwaliteitsstempel, ook voor mensen die binnen geen kilometer van een popnummer zouden willen gesignaleerd worden.

Maar dat was het dus wel. Je bereikt geen harten met een intelligente mix van elektronica en traditionele songschrijfkunsten, maar met popsongs. En dat maken was ook de bedoeling geweest, aldus Gibbard. “We zijn allebei grote fans van pop, en we wilden iets aanstekelijks maken zonder ons daarvoor te verontschuldigen. Ik weet dat er mensen zijn die het de klefste, meest gesuikerde en meest gay plaat vinden die ze ooit hoorden. Wel, voor mij is dat wat wij wilden maken.”

Dat lag ook aan de teksten, die op hun eigen manier een verklaring voor het ongeziene succes van de plaat zijn. Met een zeldzame openhartigheid en directheid, ontleedt Gibbard daarin een stukgelopen relatie, en hij doet dat op een dagboekachtige manier die jonge volwassenen midscheeps kon raken. Niets ergers dan de confrontatie met je eigen hang naar miserabilisme wanneer Jen Wood in “Nothing Better” Gibbards zelfbeklag krachtig van antwoord dient met dat “You’re getting carried away, feeling sorry for yourself with these revisions and gaps in history” of dat dramatische besef “I was the one worth leaving” in opener “The District Sleeps Alone Tonight”.

Het kwam neer op die machteloze hartenkreet uit “Clark Gable”: “I want so badly to believe that there is truth and love is real / And I want life in every word to the extent that it’s absurd”; dit was de Rumours van de jaren noughties, zonder de tegenspraak van dat monument van Fleetwood Mac; op die ene keer Wood na, kon je je met Gibbard wentelen in het troostende zelfbeklag, en dramatische citaatjes pikken zoals het je uitkwam.

Project

Postal Service was de perfecte band, met de perfecte plaat, op het perfecte moment. The Strokes waren wat van hun glans verloren, nu metal eindelijk uitgezweet; er was ruimte voor iets nieuws en Gibbard en Tamborello waren daar de geknipte personen voor; de juiste pedigree in twee uiteenlopende achtergronden, en met backing vocaliste Jenny Lewis hadden ze een indiekoningin in wording in hun live line up opgenomen.

Het waren dé namen van de toekomst, op de drempel van de doorbraak. Een half jaar later zou Gibbards groepje Death Cab For Cutie zelf doorbreken met Transatlanticism, Lewis zou langzamerhand ook de beperkte cultaanhang van Rilo Kiley overstijgen. Give Up verkocht met mondjesmaat, en bleef verkopen; vijfduizend exemplaren per week telden op, en ergens in 2006 was het miljoen platen gepasseerd. Goed voor goud, de tweede keer pas dat SubPop dat kon noteren na Bleach van Nirvana.

De film Garden State had ondertussen ook een boost gegeven aan indiemuziek. “This band will change your life”, zei Natalie Portman over The Shins, maar het was eigenlijk Iron & Wine die met een klassieke cover van The Postal Services “Such Great Heights” de soundtrack domineerde. Als een Trojaans paard hadden Gibbard en Tamborello met Give Up indiemuziek de mainstream binnengebracht, en dat voelde zich daar behoorlijk comfortabel én film- en televisiemakers met hen. Voorheen was het ondenkbaar dat je op een televisieavond zowel M83 als Sigur Rós zou horen passeren, sindsdien is hippe jonge muziek niet meer weg te denken uit de soundtrack van ons leven.

Natuurlijk: het helpt ook dat Gibbard en Tamborello zo intelligent zijn om niet langer te streven naar een opvolger voor Give Up. Ooit zijn er pogingen geweest. In 2006 waren er nog geluiden als “We zijn ermee bezig” en “De songs kruipen langzamerhand, maar of ze gaan evolueren naar iets dat wandelt is niet gezegd”. Dat was toen. Nu geeft de zanger van Death Cab For Cutie toe dat het misschien wel onmogelijk is om nog met een tweede plaat te komen: “Ik denk dat mensen meer houden van het idée van een nieuwe The Postal Service-cd, dan ze van de plaat zelf zouden houden. Ze begrijpen niet dat de groep nooit anders was bedoeld dan een project; iets om plezier mee te maken. ‘t Is geen band, die leeft, ademt, en waarin mensen investeren.”

En zo is het maar net. Liever enkel dit Give Up, en weten dat daarmee alles gezegd is, dan de herinnering verpesten met een plaat die de mythe onderuit haalt. Uiteindelijk heeft Psyence Fiction van U.N.K.L.E. ook veel van zijn charme verloren sinds er drie mindere opvolgers verschenen. Maar ondertussen is er natuurlijk wel die livereünie die de hoop weer doet opflakkeren.

Maar vergeet dus vooral niet te ademen. En leg Give Up nog eens op.

The Postal Service speelt op 23 mei op het Primavera Sound Festival in Barcelona.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × drie =