Mark Sultan :: Whatever I Want, Whenever I Want

Een paar jaar geleden besloot garagerocker Mark Sultan, beter bekend als BBQ van The King Khan & BBQ Show, het eens in zijn eentje te proberen. Er volgden twee platen waarmee hij langzaam maar zeker in de richting van het psychedelische rockgenre evolueerde. Het bleef echter twee keer bij vrij voorzichtige probeersels, met het gevolg dat Sultan met Whatever I Want, Whenever I Want hoge verwachtingen heeft in te lossen.

Mark Sultan is een artiest die in ieder geval al uitblinkt in één discipline: het maken van nostalgische rock-‘n-roll met vette knipoogjes naar Elvis Presley, Buddy Holly en Little Richard. Daarmee kon hij het publiek al meerdere keren overtuigen. Aanvankelijk nog onder het alter ego BBQ met Tie Your Noose, later onder zijn huidige artiestennaam met platen als The Sultanic Verses en $. Maar ook het geluid van The King Khan & BBQ Show, een groep met funkrocker King Khan, wist Sultan met de typische nostalgische jukeboxklanken helemaal mee te bepalen.

Wat Tie Your Noose echter van platen als The Sultanic Verses en $ onderscheidde, is dat Sultan op de twee laatste platen knipoogjes naar psychedelische rockgroepen als The Velvet Underground en Pink Floyd uitdeelde. Hiermee wist hij wel te charmeren, want op The Sultanic Verses bewaarde hij dat bijvoorbeeld als verrassing voor het einde, terwijl hij $ net besloot te openen met een minder typisch nummer als “Icicles”. In beide gevallen bleef het echter bij kleine fantasietjes waarmee hij geen al te grote risico’s nam en dus haast niet op zijn bek kon gaan.

Dat is met Whatever I Want, Whenever I Want enigszins anders, omdat het in de eerste plaats niet één plaat is, maar eigenlijk twee platen getiteld Whatever I Want en Whenever I Want. Oorspronkelijk werden ze alleen maar op vinyl en apart van elkaar uitgebracht, maar uiteindelijk besloot Sultan dan toch maar toe te geven en beiden op één enkele plaat uit te brengen. Dat heeft het album zeker geen goed gedaan, omdat Sultans muziek in het verleden net altijd overtuigend overkwam omdat de formule kort en krachtig was. Bovendien onderneemt Sultan hier meer pogingen om met het psychedelische rockgenre te experimenteren, met het gevolg dat Whatever I Want, Whenever I Want een moeilijkere plaat is geworden.

Met “Axis Abraxis”, het openingsnummer van Whatever I Want, is nochtans niets mis. Het is een typisch klassiek rocknummer waarvan Sultan er wel dertien in een dozijn heeft gemaakt en waarmee het plaatje even een eenvoudig vervolg op $ lijkt te worden. Dat is echter buiten het tweepolige “Calloused Hands” gerekend, waarmee het publiek een eerste keer getuige mag zijn van Sultans experimenteerdrang. Het nummer begint heel klassiek, maar wordt naar het einde toe regelmatig onderbroken door spacerockachtige noise om af en toe toch nog eens naar de klassieke formule terug te keren Het maakt pijnlijk duidelijk dat Sultan eigenlijk niet goed weet hoe hij beide uitersten met elkaar kan verzoenen. Dat hij toch iets beter kan, bewijst “Graveyard Eyes”, een nummer waarin hij zijn typische vocals op een bedje van dromerige Velvet Undergroundklanken laat zweven.

Dat Sultan er niet in slaagt het psychedelische genre veel eer te bewijzen, is echter niet het enige minpunt. Want naast het feit dat Whatever I Want en Whenever I Want samen een vijfentwintigtal nummers bevatten, probeert Sultan op de koop toe met te veel verschillende muziekgenres te flirten. Een luid punknummer als “Quit The Human Race” was bijvoorbeeld een leuk idee voor Sultans punkgroep Mind Controls geweest, maar hier werkt het eerder enerverend omdat het totaal geen meerwaarde biedt.

Met het tweede luik Whenever I Want doet Sultan het evenmin goed. Het plaatje lijdt onder precies dezelfde fouten als Whatever I Want en met een titel als “Keep Em Satisfied Pt. 1” krijg het zelfs een vreemde bijklank. Alsof Sultan niet meer vanuit eigen overtuiging, maar eerder vanuit peer pressure muziek maakt. Het recept is in ieder geval nog altijd hetzelfde, want waar nummers “Satisfied And Lazy” en “Pancakes” erg klassiek klinken, is “For Those Who Don’t Exist” nog maar eens een poging om met het psychedelische te spelen en zelfs een saxofoon boven te halen om het nummer een jazzy kleurtje te geven. Dergelijke experimentjes zijn weliswaar leuk wanneer je ze voor de eerste keer hoort opduiken, maar wanneer een artiest na drie platen nog altijd anticipeert op iets dat toch maar nooit lijkt te komen, begint het meer op de zenuwen te werken dan dat het vruchten afwerpt.

Het wordt dus hoog tijd dat Sultan knopen doorhakt. Veel platen uitbrengen kan best een pluspunt zijn, maar enkel en alleen als men er effectief iets mee doet en niet eeuwig in de grijze zone blijft hangen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf − een =