Royal Thunder :: CVI

Royal Thunder verpopte in hetzelfde metalen horzelnest als Baroness en Mastodon, maar groeide intussen uit tot een soort van bluesrock medusa. Zangeres Mlny Parsonz heeft een stem om je te verstenen, maar haar band — die ook geen progbruggetje schuwt — wil toch vooral je kont aan het schudden krijgen.

Eind 2010 debuteerde deze band met een EP op Relapse, het label dat vooral bekend staat om zijn weergaloze catalogus vol brute en complexe deathmetal en grindcore. Het voorbije jaar probeerden ze echter vooral de aandacht te trekken met een hele reeks re-releases en dingen van bedenkelijke kwaliteit, waar volgens onze oren ook het EP’tje van Royal Thunder bij thuis hoort.

Sowieso was het slechts een kwestie van tijd vooraleer ze ook bij Relapse hun retro-rock-met-neo-heks-op-zang-band hadden. Dat werd dus Royal Thunder, en daar zaten we na Jex Toth, Blood Ceremony en The Devil’s Blood niet echt meer op te wachten. De verwachtingen voor het langspeeldebuut van Royal Thunder waren bijgevolg niet erg hoog.

Zo blasé durven we soms inderdaad te zijn, dat onze scepsis al de boventoon voert nog vóór we de eerste akkoorden hebben gehoord, en dat louter op basis van context en imago. Het is het onprettige gevolg van té intense blootstelling aan label-pr en een oorkanaal dat werd vervuild door het residu van middelmatige muziek.

Gothsirene Mlny Parsonz en haar troep van behaarde moerasbluesmaniakken trokken dat echter op één twee drie recht. CVI balanceert op elegante en verleidelijke wijze op het vaak slappe koord tussen boogiënde blues en proggy hardrock, tussen retro en hip, tussen passie en berekening. Zoek niet te hard naar het tegendraadse of innoverende op deze plaat, maar laat je gewoon leiden door de muziek.

CVI opent met “Parsonz Curse”, een nummer dat drijft op lome bluesy riffs en een zangprestatie vol ingehouden woede en sluimerend venijn. Het is niet het sterkste nummer van de plaat, maar wel een erg geschikte opener. Beide gezichten van de band worden erin getoond: stevig rockende refreinen en meer zweverige passages wisselen elkaar af.

De volgende twee nummers laten horen waartoe de band in staat is als hij op beide fronten volledig loos gaat. “Whispering World” is een onweerstaanbaar smeuïge brok boogie, “Shake and Shift” een episch zweverig nummer met duidelijke invloeden van jaren ’70-progrock.

Bij de eerste luisterbeurten zal je waarschijnlijk vooral smelten voor de combinatie van Mlny’s zwoele zang met de ruigere blues riffs, later ga je ook die softe kant van de band leren appreciëren. Het valt tussen al dat geweld misschien niet dadelijk op, maar een nummer van negen minuten maken — voorzien van enkele lange solo’s, zonder dat het verveelt — is niet vanzelfsprekend.

De band wisselt het hele album door die twee ‘modi’ met elkaar af. “No Good” en “South Of Somewhere” zijn nog twee lekkere bluesrockrampetampers waarbij het onmogelijk stilstaan is. Even stilstaan bij de aard van de wereld en de kosmos, al dan niet geholpen door de juiste dosis psychedelica, dat is meer iets voor tijdens het lange, naar een climax toewerkende “Blue”. Nog broeieriger, op het occulte af zelfs, wordt het tijdens “Sleeping Witch”. Maar ook het slotnummer, “Black Water Vision”, laat een duister gevoel na wanneer de plaat uiteindelijk is afgelopen.

CVI is een plaat waarop de luisteraar weinig zal horen dat hij niet al ergens anders heeft gehoord, bij een recente groep of bij eentje van dertig jaar geleden. Wat je echter niet zo vaak hoort is zoveel passie en beleving bij dergelijke muziek. De bandchemie van Royal Thunder is onmiskenbaar en dat vertaalt zich in enkele onweerstaanbare nummers en een album dat als geheel zeer genietbaar is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − dertien =