Lorn :: Ask The Dust

Debuteren op het label van Flying Lotus (Brainfeeder) in 2010 om twee jaar later de opvolger op het legendarische Ninja Tune Label uit te brengen en die plaat maar meteen Ask The Dust te dopen naar de gelijknamige en alom geroemde roman van John “Wait Until Spring, Bandini” Fante? Eén ding is zeker: de Amerikaanse Marcus Ortega, beter gekend onder zijn artiestennaam Lorn, zal in 2012 niet van de radar verdwijnen.

Met recht en rede overigens, want net als op het debuut Nothing Else smeedt de DJ/producer stijlen en invloeden om tot een zinderend geheel dat zich net zozeer in de dubsteptraditie kan plaatsen als er even mijlenver vandaan staat en veeleer aansluiting zoekt bij minimale electro of aanspoelende ambientwave geïnjecteerd met jaren tachtig paranoia. Toch verdwaalt niemand binnen het klankenlabyrinth van Ask The Dust. Zolang de auditieve draad van Ariadne, in dit geval een gevoel van verlatenheid en minimalisme, maar niet uit de handen glipt, blijft het aangenaam want gecontroleerd vertoeven in de opgeroepen duisterheid en echoënde zelfreflecties.

Zelfs zonder naar Fantes verhaal te verwijzen, geeft de albumtitel al weer dat de antwoorden op deze plaat niet te vinden zijn in een vrolijke ganzenpas of een opbeurende melodie. Samen met de collagecover , die net zo goed verwijst naar Dalí als naar de laatmiddeleeuwse danse macabre, wordt de toon treffend gezet voor een album dat nergens de weg van de minste weerstand kiest maar voluit voor een gevoel van vervreemding en beknelling gaat. “Mercy” zet meteen de toon door de plaat op gang te trekken met ronkende motorklanken en kurkdroge marsbeats die clashen met echoënde ruimtegeluiden die zich in een vervuild universum ophouden.

Het duo “Ghosst” en “Ghosst(s)” heeft op zijn bijna gelijklopende titels na weinig gemeen op het eerste gehoor. De eerste song is een op snoeiharde beats en brommende baslijnen voortgedreven track, terwijl de tweede opteert voor een zwaarmoedige cello die gekoppeld wordt aan een echoënde zang, afwezige drumslagen en buitenwereldse klanken. Ook in het grimmige, zichzelf voortslepende “Diamond” wordt met een menselijke stem gewerkt, hoewel deze ode aan Lovecraftse dieptes van een heel andere orde is. “Weigh Me Down” kiest voor een derde invalshoek waarbij de eerste hiphopstapjes en zijn verwevenheid met electro en alternatieve disco in herinnering gebracht worden.

Nog meer schizofrenie valt te horen in het ongemakkelijk aanvoelende “Dead Dogs”, dat breakbeats en slepende galmen verzoent tot een dromerig geheel dat zich in de vorige eeuw situeert, zij het dan wel in een andere dimensie. Het treffend getitelde “Everything Is Violence” biedt geen soelaas, al zorgt het nummer door zijn band met dubstep (de atmosferische variant) voor een belangrijk houvast. Ook “I Better” kan met enige goodwill binnen het brede dubstepgenre geplaatst worden. Het is — niet geheel verbazingwekkend — het genre dat in de meeste (lees: een handvol) tracks op Ask The Dust op het voorplan treedt, zij het steeds in een andere opbouw en met een andere invulling.

Zo kiest “The Well”, misschien wel de meest zuivere dubsteptrack, in de laatste twee minuten voor pure sfeer en blijft “The Gun” een heel nummer lang spelen met dezelfde paar ingrediënten zonder dat het gebrek aan variatie opvalt. Wel opvallend is dat net binnen de opeenvolging van ‘dubstep’nummers Lorn niet alleen het vermelde “Dead Dogs” propt, maar ook een stuiterende track als “Chchurch” (met een heerlijk intermezzo) waardoor de hap-slik-wegopbouw die even opdook meteen terug verbannen wordt naar het vagevuur. Op Ask The Dust verwordt de muziek nooit zomaar tot achtergrond, daarvoor is het te grillig en te nukkig van opbouw. Slaand en zalvend wordt de luisteraar meegesleurd in de wereld van het album.

Nothing Else van Lorn was een proeve van kunnen en een belofte voor de toekomst, maar bleef vasthaken op een teveel aan ideeën en een tekort aan ademruimte. Het was het album van een gretige beeldenstormer die nog niet besefte dat behoedzaamheid soms meer kan teweeg brengen dan luid geschreeuw. Op Ask The Dust zijn die schreeuwpartijen meer gedoseerd en krijgen de ideeën tijd om te rijpen. Het maakt de belofte van het debuut waar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − zeven =