Guillemots :: Hello Land!

Met een uitroepteken kondigde Guillemots geheel onverwacht een nieuwe plaat aan. “Een dEUS’ke doen” heet zoiets tegenwoordig. Alleen doet Guillemots het in overtreffende trap: tegen het einde van het jaar wil de groep in totaal vier platen uitbrengen. Elk ervan losjes verbonden met een seizoen en telkens met een muzikaal element als rode draad. Allemaal fun and games , maar alleen vragen we ons na de beluistering van deze late lenteworp af of dat uitroepteken niet beter een vraagteken was geweest.

Want laten we maar gewoon met de deur in huis vallen: Hello Land! is geen goeie plaat. Guillemots klinkt als een groep die stuurloos op drift is geslagen. Een sterke song, twee knappe instrumentals en vooral heel veel onuitgewerkte ideeën, veel meer heeft Hello Land! niet te bieden. Dat is bijzonder zwak voor een groep die alles in huis heeft wat men zich maar kan wensen: een zanger gezegend met een engelenstem en een shitload of soul, een zanger die bovendien als songschrijver in weerwil van de harde realiteit een onverbeterlijke romanticus blijft en dat spanningsveld in songs weet te vatten die even vertrouwd als verrassend aanvoelen; een noise-gitarist die op papier een complete miscast is, maar net daardoor verhindert dat de groep zich gemakzuchtig ergens middle of the road nestelt, en een ritmesectie die er in slaagt om dansend op een koord het geheel bij elkaar te houden, ook al rammelt het langs alle kanten.

Waarom dan toch dit schabouwelijke schouwspel? Hello Land! opent nochtans mooi met het instrumentale “Spring Bells”. Zo moet het in het hoofd van Fyfe Dangerfield klinken als het even tot rust kan komen. Daarna doet “Up On The Ride” precies wat het moet doen: de spanning lichtjes opvoeren en de volumeknop zachtjes opendraaien. Dangerfield laat horen hoe betoverend mooi zijn stem kan klinken. Alles lijkt aanwezig te zijn voor een nieuwe “Made Up Love Song #43”, maar net als je verwacht dat het ritme op hol gaat slaan, blijft het rustig voortsukkelen om uiteindelijk te verzanden in een sample die geplukt werd van een zelfhulp-audioboek. Mist de groep tegenwoordig dan zoveel zelfvertrouwen dat hij dáárin zijn heil moet zoeken? Veel zoden zet het in alle geval niet aan de dijk, want als het nummer hernomen wordt met een aangepast ritme, gebeurt dat zonder veel enthousiasme en maakt het niet meer los dan wat heupgewieg. En dat voor een groep die ons in het verleden van pure zottigheid de horlepiep heeft doen dansen, begot.

Met “Fleet” wordt het tempo zowaar nog makker en als Aristazabal Hawkes zingt dat “you are the one and I won’t let you go”, klinkt dat ongeveer zo verleidelijk als je lief — doorgaans nochtans bijzonder knap — die plots met beugel en vettig haar in een flannellen Minnie Mouse nachtjurk en met getuite lippen naar je staat te knipogen.

Maar net als je denkt “vanavond niet, liefste Guillemots” is daar “Southern Winds”, een intimistische parel van het zuiverste soort waarmee Dangerfield vorig jaar de hele Botanique het zwijgen oplegde. Maar als “Southern Winds” ons ook nu weer met verstomming slaat, is dat niet alleen omwille van de eigen pracht, maar ook omdat in de schaduw ervan de rest van Hello Land! nog zwakker lijkt. Nooit komt er iets zelfs maar aan de enkels van “Southern Winds”, of het moest het instrumentale “Byebyeland” zijn. Maar een instrumentaal nummer dat tot het beste van een plaat behoort? Dit zou hooguit knap vulsel mogen zijn.

Als Hello Land! een lichtpunt biedt tegenover zijn voorganger Walk The River, dan is het wel de mix die van het geheel niet langer een zompige brei maakt. Maar dat is de verpakking. Inhoudelijk is er niks dat zo venijnig uithaalt als de in galm gedrenkte fuzzgitaar van MC Lord Magrão die “Yesterday Is Dead” helemaal aan flarden scheurde. Hello Land! daagt nergens uit en klinkt in het beste geval als een verzameling van outtakes die de vorige platen niet haalden. De afzondering in de Noorse bergen was duidelijk heel bevorderlijk voor het creatieve proces en de groepssfeer zal er ook wel niet onder hebben geleden, maar de stortvloed aan ideeën die daaruit is voortgekomen, had een confrontatie met de harde realiteit nodig om te kunnen uitgroeien tot echte songs.

“Guillemots hoort thuis in uw hart” besloot (mvs) na het concert in de Botanique vorig jaar. Dat geloven we nog steeds, alleen behoren we daarmee tot de steeds kleiner wordende groep van believers. En als de volgende drie platen die ons voor dit jaar beloofd werden van dit niveau zijn, dan moeten ook wij ons afvragen of we nog moeten blijven wachten op een groep die dan al zeven platen ver zal zijn in zijn carrière. Dus beste Guillemots, berg dat idee van vier platen op een jaar gewoon op. Jullie zijn jezelf en de wereld een meesterwerk verschuldigd en daar moet je nu eenmaal de tijd voor nemen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 2 =