The Raven

Een mens zou het tegenwoordig haast vergeten, maar er is ooit een periode geweest dat horrorverhalen niet vooral als inspiratiebron dienden voor lamentabele films op pyjamafuiven van schrikachtige tieners, maar op literair vlak serious business waren, en zowel bij de critici als bij het publiek op veel bijval konden rekenen. Een kleine twee eeuwen geleden probeerde een Amerikaanse schrijver van veelal macabere en gruwelijke gedichten en kortverhalen zelfs alleen van zijn schrijven te leven – iets wat in die tijd amper mogelijk was. Edgar Allan Poe leidde dan ook geen evident leven en had veel financiële problemen, die tezamen met zijn ietwat mysterieuze dood (hij werd op een blauwe maandag compleet verward en op sterven na dood gevonden op een bank in Baltimore) een stevig aandeel hebben gehad in de mythevorming die sindsdien over ’s mans leven ontstaan is. 163 jaar nadat Poe de geest gaf, hebben al die legenden aanleiding gegeven tot, jawel, een toch wel behoorlijk lamentabele film.

Want vergis u niet, hoewel The Raven zich qua titel beroept op Poe’s bekende gedicht over een sprekende raaf die een student met liefdesverdriet met een bezoekje vereert, is het géén verfilming van dat gedicht, maar wel een poging om te achterhalen wat de schrijver uit Boston de laatste weken van zijn leven heeft uitgespookt, en hoe hij op die bank in Baltimore is terecht gekomen. Enig spektakel wordt door scenaristen Ben Livingston en Hannah Shakespeare (jaloers dat wij zijn op die achternaam!) niet geschuwd: blijkt dat er in Baltimore een seriemoordenaar aan het werk is die zich laat inspireren door de moorden die in Poe’s werk beschreven worden. De intussen aan lager wal geraakte schrijver (John Cusack) wordt dan ook door politie-inspecteur Fields (Luke Evans) bij het onderzoek betrokken. Ondertussen kidnapt de moordenaar op het jaarlijkse bal van Captain Hamilton (Brendan Gleeson) diens dochter Emily (Alice Eve), niet toevallig ook de love interest van onze Edgar, en laat hij aan de schrijver weten dat hij in de krant een verhaal moet schrijven aan de hand van de moorden die gepleegd worden, wil hij Emily ooit terugzien.

Qua intertekstualiteit biedt dat enorme mogelijkheden, en dan nog wel op een manier die al die referenties ook nog een plaats geeft in de plot, zonder de kijker voortdurend in de ribben t porren om te zeggen hoeveel knipogen er in de hele film wel verscholen zitten. En, we moeten daar eerlijk in zijn: het idee van fictie die feiten inspireert, spreekt tot de verbeelding – zeker als de fictie uit Poe’s hersenpan komt. Ook de toevoeging dat die feiten tot een nieuw werk van fictie leiden (bent u nog mee?) biedt mogelijkheden, die jammer genoeg niet voldoende benut worden. De verwijzingen beperken zich bovendien niet tot Poe’s verhalen, maar herinneren ook aan films als The Phantom of the Opera (het zou me overigens niets verbazen mocht de balscène uit dat verhaal op zijn beurt gebaseerd zijn op Poe’s The Masque of the Red Death) of Dario Argento’s Opera (het befaamde sleutelgatshot uit die film wordt hier in twee delen overgedaan).

Waar Dario Argento, sowieso al een beetje een overschat regisseur, in Opera echter resoluut de kaart van barokke cult trok, durft V For Vendetta-regisseur James McTeigue niet voor de volle 100 procent zijn eigen ding te doen, en de toegevingen naar het grote publiek komen de sfeer van de film niet ten goede. Wanneer McTeigue met momenten dan toch all the way gaat en obscure referenties naar nog obscuurdere films als Django Kill uit zijn hoed tovert, leidt dat tot een ontzettend belachelijk contrast. Tel daarbij dat hoofdrolspelers als John Cusack en Luke Evans zich aan een nogal pathetische vorm van overacteren wagen, dat wellicht niet had misstaan in de Hammercatalogus van de jaren 70, en dat Alice Eve pijnlijk duidelijk maakt waarom ze nog nooit echt een uitdagende rol heeft gekregen – wanneer ze een gedichtje moet reciteren, doet ze dat dan ook niet veel beter dan een verlegen meisje voor een klaslokaal. (Slimme keuze dus om haar de helft van de film lang in een kist onder de grond te steken.)

Het is bovendien moeilijk om te bepalen welk publiek de makers van The Raven nu net voor ogen hebben, want ook op dat gebied valt de film nogal tussen wal en schip. De Poe-fanatici zullen zich ongetwijfeld kunnen amuseren met het spotten van Poe’s verhalen in de uitgevoerde moorden – gaande van een mooi in beeld gebrachte scène uit The Murders in the Rue Morgue tot een net iets te veel aan Zack Snyder herinnerende sequens die de executietechniek uit The Pit and the Pendulum visualiseert – maar zullen zich dan weer ergeren aan de wel erg sensationele draai die aan Poe’s figuur werd gegeven. Het is niet ondenkbaar dat de man wel eens te diep in het glas keek, maar je gaat ons niet vertellen dat de schrijver van een strak geconstrueerd gedicht als The Raven niets anders deed dan in straalbezopen toestand zich zoveel mogelijk problemen op de hals te halen.

De scenaristen hebben gelukkig niet de neiging om hun detectiveverhaal – het was tenslotte Edgar Allan Poe die de detectiveroman min of meer uitvond – voortdurend te voorzien van willekeurige verdachten, waarvan de kijker net daardoor meteen weet dat zij het zeker niet gedaan hebben. (Dan Brown heeft die neiging bijvoorbeeld wel). Maar hoewel dat de plot dan wel een aardig stukje vooruit helpt, kan het de mankementen van The Raven niet maskeren. Weinig redenen waarom een mens deze film een eerste, laat staan een tweede keer zou bekijken. Of, in de woorden van de meester: ‘Quoth the raven: “Nevermore!”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + 1 =