A Perdre la Raison

Door alle hetze rond ‘onze’ Matthias Schoenaerts en zijn – overigens uitstekende – acteerprestaties in Rundskop en De Rouille et d’Os zou men haast vergeten dat er – als we dan toch de patriottistische toer opgaan – nog andere landgenoten zijn die excelleren op filmgebied én in de smaak vallen bij filmcritici en juryleden. Zo slaagde Emilie Dequenne er op het recentste Filmfestival van Cannes in om binnen het onderdeel Un Certain Regard een speciale prijs toebedeeld te krijgen voor haar rol in A Perdre La Raison. En ook Brussels regisseur Joachim Lafosse kreeg de nodige egards voor zijn laatste vrucht. Of Matthias de prijs voor beste acteur had moeten wegkapen voor de ogen van – voormalige Nicolas Winding Refn-muze – Mads Mikkelsen laten we in het midden. Dat Dequenne, dertien jaar na de Gouden Palm voor haar doorleefde rol in Rosetta van de gebroeders Dardenne – nog zo’n Belgische trots – wederom de jury weet te overtuigen van haar acteerkwaliteiten is gezien haar weergaloze rol in A Perdre La Raison meer dan terecht.

Nochtans kon Lafosse aanvankelijk op weinig bijval rekenen voor zijn laatste filmproject, dat losjes gebaseerd is op het gezinsdrama in Nijvel waarbij Geneviève Lhermitte haar vijf kinderen doodde. De gevoelige thematiek en overeenkomsten met het – vrij recente – drama veroorzaakten een storm van protest. Toegegeven, moest deze materie in de handen van een minder getalenteerd regisseur terecht gekomen zijn, het zou er een stuk minder eerbiedig aan toegegaan zijn. Gelukkig opteert de Brusselaar voor een film die wars van enige zucht naar sensatie, moralisering of sentimentaliteit louter wil tonen hoe een tragedie van die proporties in werking treedt. Geïnspireerd door zijn verontwaardiging en nieuwsgierigheid naar het waarom van de feiten – wie heeft zich nog niet afgevraagd wat iemand bezielt om de eigen kinderen te doden – zette Lafosse dan ook koppig door.

Ondanks de akelige afloop van de gebeurtenissen, die al vanaf de eerste scène aan de hand van vier witte kleine doodskisten duidelijk wordt, ziet het er aanvankelijk allemaal rooskleurig uit voor Murielle (Emilie Dequenne) en de Marokkaanse Mounir (Tahar Rahim). De smoorverliefde twintigers besluiten al gauw om in het huwelijksbootje te stappen en ook een eerste kind laat niet lang op zich wachten. Dat Mounir zijn studies onderbreekt en het koppel maar weinig financiële zekerheid heeft, wordt ruim gecompenseerd door de steun van Mounirs ‘adoptievader’ André Pinget (Niels Arestrup), die hem in zijn dokterspraktijk laat werken en beiden in zijn huis onderbrengt. Wanneer drie kinderen later de interne spanningen oplopen en het te kleine huis een verlammend effect hebben op Emilie tracht ze – tevergeefs – de greep van pater familias André op het gezin te verzwakken. Terwijl Emilie steeds verder lijkt weg te zakken in een depressie, verenigen André en Mounir zich als een eenstemmig front.

In de opbouw naar de gruwelijke apotheose, die je doorheen de hele film voelt zinderen, werkt Lafosse de personages op een ingetogen en genuanceerde manier uit. Zowel Mounir, André als Murielle zijn dader noch slachtoffer, maar mensen van vlees en bloed wiens motivaties niet het onderwerp zijn van moraliserende verklaringen. Een – eventueel – oordeel moet je als kijker met andere woorden zelf vellen, zodat de uiteindelijke slotscène eerder een krop in de keel veroorzaakt dan een veroordelende vinger doet opsteken. Overigens knap dat Lafosse één van de meest gruwelijke tragedies die men zich kan voorstellen zo integer naar het scherm weet te vertalen.

Ook de acteurs, stuk voor stuk grote talenten, voorzien de film van een menselijk gelaat. Tahar Rahim – een acteur die het teleurstellende avonturenepos Black Gold draaglijk wist te maken en het meesterlijke Un Prophète nog geweldiger – maakt een geloofwaardige metamorfose door van een naïeve twintiger naar een gespannen vader van vier. Bovendien bewijst de chemie tussen Rahim en Niels Arestrup dat beide acteurs sinds Un Prophète een gedroomd acteerduo zijn. Arestrup is eveneens uitstekend als de slinkse autoritaire, maar tegelijk charismatische dokter – en dus niet your average bad guy. Het is toch vooral de jeugdige Dequenne die met zoveel overtuigingskracht staat te acteren dat de wanhoop en het gebrek aan bewegingsvrijheid haast tastbaar worden. Gaandeweg transformeert ze van levenslustige, ravissante jonge vrouw naar slonzige, futloze moeder die van de ene kamer naar de andere sloft en weinig meer om handen lijkt te hebben dan het ene na het andere kind te baren – als een ware broedkip – en het huishouden draaiende te houden. Haar moedeloze houding, vettige haren, toenemende wallen en steeds doffer wordende ogen illustreren op een intense wijze de toenemende depressie.

In vergelijking met de acteerprestaties komt de visuele stijl dan ook een beetje gewoontjes over. Daarenboven hadden sommige, eentonige, scènes van ons gerust overboord gegooid mogen worden. Toch missen de talrijke close–ups hun verstikkend effect niet. Dat er op visueel vlak weinig te beleven valt, wordt dan ook gecompenseerd door de claustrofobische sfeer die de ménage à trois omgeeft. In handen van de bekwame Joachim Lafosse krijgt het gezinsdrama met andere woorden het elan van een respectvol en integer relaas dat, zoals de regisseur het zelf verwoordt, het ondenkbare denkbaar tracht te maken. Laat al die doordeweekse, sensationeel–dramatische weekendfilms daar maar eens een puntje aan zuigen!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 1 =