The Samuel Jackson Five :: The Samuel Jackson Five

Na drie vrijwel volledig instrumentale platen introduceert The Samuel Jackson Five (kortweg SJ5) op zijn vierde zelfgetitelde boreling enkele nummers met erg prominente vocals, een daad die door sommige fans haast als een vorm van blasfemie wordt onthaald. Wist Do Make Say Think, een band die wel wat gelijkenissen met SJ5 vertoont, met een dergelijk gebruik van vocals op You, You’re A History In Rust vooral hun klankpalet uit te breiden, dan is dit bij The Samuel Jackson Five helaas minder een onverdeeld succes geworden.

Nochtans is het niet alsof ze zo’n enorme stijlbreuk vormen, die drie nummers met vocals: "Electric Crayons" (met Thomas Bratlie van Rhumble In Rhodos), "Ten Crept In" (met Truls Heggero van onder meer Lukestar) en "Tremulous Silence" (met Pål Angelskår van Minor Majority). Allemaal passen ze binnen het reeds bekende geluid zo ergens tussen postrock, mathrock en indierock in (met vooral nadruk op dat laatste). Misschien wat harder en minder gevarieerd dan anders, maar uiteindelijk kloppen de vocals wel binnen het bredere plaatje. Het probleem is dan ook niet zozeer dat The Samuel Jackson Five op deze vierde plaat anders (laat staan slecht) klinkt, dan wel lichtjes ongeïnspireerd bij momenten. Was voorganger Goodbye Melody Mountain een bescheiden meesterwerkje dat getuigde van een melodiegevoel en een compositorisch genie waarmee ze het gros van de postrockbands ver achter zich lieten, dan valt The Samuel Jackson Five heel wat lichter uit en zijn enkele van de nummers, waaronder ook die met vocals, niet erg indrukwekkend te noemen.

Neem nu "What Floats Her Boat", een kort nummer dat uit niet veel meer bestaat dan aanslagen op een gitaar met een stevige delay erop. Het klinkt vooral als een riff waar de band niet meteen iets anders mee wist aan te vangen. Elders weet de band namelijk wel te overtuigen in een kort nummer met afsluiter "Low Entropy", een lieflijk folky getokkelde gitaartrack opgeleukt met wat synths. Perfect als afsluiter na het groovende geweld van voorganger "… And Then We Met The Locals" dat zes minuten lang tussen krautrock, balkan hoempapa en gitaargeweld laveert met een drive en bombast die het tot een van de absolute hoogtepunten van de plaat maakt.

Wel weer eerder inspiratieloos is "Race To The Self-Destruct Button", waarin de band bijna verstoken lijkt van hun typische melodiegevoel, maar twee minuten lang rockt als een doordeweekse mathrockband. Niet slecht, maar ook niet echt memorabel. Gelukkig herbergt The Samuel Jackson Five ook genoeg nummers die het oude niveau hoog weten te houden. Zo bijvoorbeeld de enthousiaste opener "Never-Ending Now" waarin een aanstekelijke gamelansynth de plak zwaait, of het zwaar rockende "MOCKBA" (de Russische naam van Moskou in Cyrillische letters). Het dichtst in de buurt van Goodbye Melody Mountain komt de band op "A Perennial Candidate", waarbij thema’s steeds verschuiven, een hele vrachtwagen aan instrumenten (alsook wat "oohs" en "aahs") melodieën bijdraagt, en de band zodoende aantoont dat een goed nummer niet enkel uit één of twee riffs moet bestaan. De beste melodie op de plaat is wellicht te vinden in "Radio Gagarin", waarin onder meer een piano en mandoline een aanstekelijk polyritme verzorgen, maar hierbij is het dan wel spijtig dat de band er niet veel meer mee weet aan te vangen en de rest van het nummer door atmosferisch geneuzel laat domineren.

Hoewel u uit het voorgaande misschien de indruk krijgt dat The Samuel Jackson Five platte kak zou zijn, is dat allerminst het geval. Alleen zijn we misschien gewoon rotverwend geweest door de twee uitstekende voorgaande platen van de band, waardoor deze vierde ietwat magerder uitvalt. Anderzijds is het echter ook duidelijk dat het kerngeluid van de band aan het verschuiven is, en dat is een evolutie die we enkel kunnen toejuichen en ons nu al doet uitkijken naar een volgende plaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × een =