The Samuel Jackson Five :: ‘’Het was nooit het plan om een puur instrumentale band te zijn’’

Na de release van hun uitstekende derde plaat Goodbye Melody Mountain in 2008 was het enkele jaren stil rond de Noorse instrumentale rockband The Samuel Jackson Five. Midden 2011 schoot de band terug in actie met een korte Europese tour en de opnames voor een nieuwe titelloze plaat die onlangs werd uitgebracht.

Thomas Meidell (gitaar, keyboards): We hadden eigenlijk een werktitel die “They Should’ve Kept Our Mouths Shut” luidde.
Thomas Kaldhol (gitaar): Maar die voelde uiteindelijk te veel aan als een inside joke, aangezien we met vocals experimenteerden op de plaat. Het werkte dus niet echt als titel, en dan geraakten we het maar niet eens over een echte titel, dus kozen we maar om de plaat geen titel mee te geven.
Thomas Meidell: Het was niet alsof we vonden dat deze plaat onze sound beter vertegenwoordigde dan onze vorige platen, maar in zekere zin is het wel een soort “reboot” geweest om aan deze plaat te beginnen, dus op dat vlak is het wel toepasselijk.

enola: Het meest duidelijke verschil met de vorige platen is dat jullie hier voor de eerste keer echt prominent met vocals gewerkt hebben. Kwam dat als een natuurlijke evolutie of is er toch heel wat discussie over geweest binnen de band?
Meidell:
We hebben er eigenlijk altijd over gepraat om vocals te gebruiken, vooral sinds 2007. Het was nooit het plan om een puur instrumentale band te zijn, dat gebeurde gewoon omdat de vocalisten die wel in de band hebben gezeten er ofwel om een of andere reden niet echt bij pasten of te druk bezig waren met andere projecten. Bij verstek zijn we dan maar een instrumentale band geworden.
Kaldhol: We hebben vroeger ook vaak songs laten vallen omdat ze niet werkten zonder vocals, wat eigenlijk erg stom is. Het was dus meer een proces van onszelf open te stellen in plaats van te begrenzen.
Stian Tangerud (drums): “Tremulous Silence” hadden we eigenlijk al een hele tijd liggen, het was zelfs oorspronkelijk bedoeld om op Goodbye Melody Mountain te staan.

enola: Jullie hebben er nochtans niet voor gekozen om jullie eigen stemmen te gebruiken, maar hebben er andere zangers voor gevraagd. Hoe hebben jullie dan gekozen voor deze zangers?
Meidell:
De zanger op “Tremulous Silence”, Pål (Angelskår, zanger bij Minor Majority, gvdb) is een friend-of-a-friend-of-a-friend die in een erg low-key Noorse folkpopband speelt. Hem kozen we vooral omwille van de absurditeit van het gegeven dat hij bij ons zou zingen. In Noorwegen zou niemand dat verwachten. En wat betreft Truls Heggero die op “Ten Crept In” zingt, ik heb nog in zijn backing band gespeeld toen hij een soloproject had enkele jaren geleden. Hij heeft ook op onze vorige albums al wat vocals ingezongen. We houden wel van het karakter van zijn stem, omdat het zo’n uitgesproken,vrouwelijk karakter heeft.
Tangerud: Ik heb zelfs een review gelezen waarin ze zeiden dat het door een meisje werd gezongen. (lacht) Hij is nochtans heel duidelijk mannelijk, en groot.
Meidell: En Thomas Bratlie zingt in de band Rhumble In Rhodos, vrij bekend in Noorwegen. We vonden hun muziek goed, ’t is een coole kerel en zijn stem is erg speciaal. Klinkt wat als een laser. (imiteert lasergeluiden)
Tangerud: Allemaal dus interessante stemmen, met een uitgesproken karakter en ook allemaal uit Oslo, dat is natuurlijk ook gemakkelijk.

enola: Zijn het dan geen songs die gedoemd zijn om enkel een leven op plaat te hebben, of spelen jullie ze live met andere vocals?
Tangerud:
Op onze release party waren de zangers mee, en nu, op tour, spelen we sommige ervan live, maar dan met vocals door Thomas Meidell en Jonny (Knuts, gvdb). Iets minder laser, meer normaal. We variëren wel wat in welke nummers we spelen. Sowieso hebben we een dertigtal nummers die we live kunnen spelen, dus de setlist is bijna nooit hetzelfde.

enola: Het lijkt ook dat jullie niet echt een idee hebben van wat er juist zal uitkomen wanneer jullie de studio intrekken.
Meidell:
Meestal hebben we toch wel het ruwe kaderwerk voor een song voor we opnemen, soms zelfs met de belangrijkste melodieën erop en eraan. Maar inderdaad, we bouwen er vaak beetje bij beetje aan verder in de studio. Meestal druk ik zelfs gewoon op “record” en speel ik er allerlei stupid shit over. Soms verwijderen we dat meteen, andere keren houden we het.
Tangerud: Hetzelfde gebeurt dan ook met onze vrienden, die gewoon langskomen en partijen inspelen. Cello, viool, klarinet, saxofoon, extra drums. We zijn heel dankbaar dat we zo’n getalenteerde vrienden hebben.
Meidell: Ja, en vaak hebben ze ook een geschiedenis met de band. De violist heeft bijvoorbeeld op al onze platen gespeeld, de saxofonist en de klarinettist op de laatste drie. Zij kunnen dus heel gemakkelijk een bepaalde toon of kwaliteit toevoegen aan de muziek.

enola: Op die manier creëer je natuurlijk ook een geluid dat je nooit exact kan naspelen live. Hoe zie je de relatie tussen de albums en de liveshows?
Meidell:
Het zijn twee verschillende zaken. Het is wel belangrijk dat je live ook die memorabele melodieën kan spelen en die singalong¬-kwaliteit kan meegeven, maar dat is vaak niet op hetzelfde instrument als op plaat. In essentie is het gewoon dezelfde band, maar we bekijken de songs vanuit een andere hoek. De extra muzikanten geven het album een zekere meerwaarde, maar een concert is natuurlijk een eenmalig gebeuren, dus moet je andere nadrukken leggen.
Kaldhol: Vaak spelen we live zelfs dingen die we in de studio nooit zelf hebben gespeeld. Je speelt andere rollen in de studio dan live. Het zou ook gewoon saai zijn om hetzelfde te spelen natuurlijk. Maar nee, we zijn zeker niet meer een studioband dan een liveband.

enola: De Noorse muziekscene staat bekend als erg creatief en is ook vrij goed erkend in de rest van Europa met enkele grotere bands zoals bijvoorbeeld Jaga Jazzist en Motorpsycho. Waar zien jullie je in die scene, en vinden jullie dat er echt kan gesproken worden van een scene?
Meidell:
Er zijn veel bands die bij momenten op elkaar botsen, maar een scene is het niet echt. Er zijn veeleer veel kleine scenes die op een parallel niveau bestaan, en waar wij eigenlijk nooit echt deel van hebben uitgemaakt.
Kaldhol: Er zijn ook maar zo’n vijf miljoen Noren, en daarvan zijn er niet zo veel die van instrumentale of alternatieve muziek houden. Voor ons is de scene zeker groter down here dan in Noorwegen zelf.
Meidell: Jaga Jazzist en veel gelijkaardige bands zijn ook allemaal geschoolde muzikanten die uit conservatoria komen. Ze hebben veel meer dan wij contact met de jazz-scene. We hebben wel contact met Jaga Jazzist hoor, soms nemen we zelfs op in dezelfde studio, het zijn goede mensen, maar ik denk niet dat we zoveel gemeenschappelijk hebben, afgezien van dat we beide uit Noorwegen komen en instrumentale muziek maken. Maar we zien het wel als een eer om met hen vergeleken te worden. Zij spelen natuurlijk ook gewoon op een ander niveau, proberen te leven van hun muziek, terwijl wij er allemaal gewone jobs op nahouden en dit puur voor het plezier doen.
Tangerud: Overigens niet naar de zin van alle vrouwen van de bandleden. (lacht) We hebben al wat kwade berichten en mails gehad tijdens deze tour.

enola: Jullie lijken er niet echt een probleem mee te hebben om als postrock omschreven te worden, terwijl veel andere bands, die vaak veel meer aan de vermeende stijlkenmerken van het genre conformeren, er radicaal tegen zijn om dat etiket opgekleefd te krijgen. Hoe verklaar je dat?
Meidell:
We laten het gewoon over aan de luisteraars. Als zij het postrock willen noemen, mogen ze, voor ons maakt het niet echt uit. Maar ja, wat is postrock eigenlijk, weet je, niemand kan het echt zeggen. Het kan instrumentale rock betekenen, maar dan ook weer niet, bijvoorbeeld met Sigur Rós. We hebben belangrijkere dingen te doen dan ons zorgen maken over genres, dus laten we het gewoon over aan de luisteraar.
Kaldhol: We hebben er dan ook helemaal geen problemen mee om op een postrockfestival zoals Dunk! Festival te spelen. Ik denk dat we bij dergelijke evenementen zelfs een fresh breeze kunnen zijn voor het publiek, omdat we in vergelijking met andere bands veel meer melodieën laten horen en wat lichter klinken.

enola: Die melodieën lijken inderdaad erg centraal te staan in het bandgeluid. Is een nummer van The Samuel Jackson Five altijd ook een beetje zoektocht naar een uitgesproken melodie?
Meidell:
Ja, als we geen sterke melodie vinden, bergen we het idee gewoon op of gooien we het zelfs weg. We hebben wel enkele songs die meer sfeergericht werken, zoals tot op zekere hoogte de kortere titeltracks op Easily Misunderstood en Goodbye Melody Mountain. Bottom line is dat we een goede melodie nodig hebben, anders is het niet de moeite om er aan te werken. Yeah, we like our pop music. (hilariteit)

enola: Die melodieën zijn vaak ook erg frivool en soms zelfs bijna grappig. Is humor een beetje het zesde bandlid?
Meidell:
Misschien niet noodzakelijk humor, maar meer speelsheid of ondeugendheid.
Kaldhol: Ja, in plaats van de hele tijd zo fucking serieus en donker te zijn, en van (spreekt met diepe, serieuze stem) “onze muziek is belangrijk, hou je mond en luister.” Dat soort band zijn we niet.

enola: Het publiek mag dus dronken zijn en doorheen nummers schreeuwen bij liveconcerten?
Meidell:
Bij voorkeur, ja. (hilariteit)
Tangerud: Een van onze beste shows hebben we gespeeld in Macedonië, in een kleine donkere kelder vol dronken Macedoniërs. Meer punk dan postrock, maar het paste perfect bij ons. Ze waren de hele tijd foto’s aan het nemen en aan het zingen en dansen, zelfs op het podium. Raw and real, really fun.
Meidell: We houden er ook wel van om wat afwisseling te hebben hoor, dus een stil luisterend publiek is zeker ook goed. Het zou maar saai zijn om elke keer hetzelfde concert te spelen. Na het perfect georganiseerde Dunk! Festival speelden we bijvoorbeeld in Nancy in een kelder waar niemand leek te weten wat er ging gebeuren. Daarom ook dat onze sets altijd verschillend zijn, we passen dat wel wat aan naargelang de zaal, maar amuseren doen we ons sowieso.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 3 =