Dans Dans :: Dans Dans

Bestov, 2012

Een droom die we steeds hebben gekoesterd, is dat er vroeg of
laat een volwaardige psychedelische rockgroep uit de eigen bodem
zou verrijzen. Even leek het bij ijdele hoop of een korte vlaag van
nostalgie te blijven, maar kijk: daar is Dans Dans. Het zit de
groep in ieder geval mee, want op internationaal vlak is
psychedelica aan een fabuleuze opmars bezig. Samen met de lange
tijd verguisde progrock, is psychedelica een genre dat opnieuw in
de lift zit. Jongeren luisteren opnieuw spontaan naar
oudemensenmuziek als Cream, Pink Floyd en Jefferson Airplaine,
terwijl rijzende muzikanten tegelijkertijd gebruik maken van al dat
erfgoed om nieuwe dingen uit te proberen. Dankzij de hybride
muziekcultuur van de 21ste eeuw krijgen al die genres een tweede
leven.

Dat een trio als Dans Dans daar nu de vruchten van kan plukken,
is echter niet alleen het gevolg van toeval of geluk. Met Bert
Dockx (Flying
Horseman
), Fred Jacques (Lyenn) en Steven Cassiers (Dez Mona) achter de
instrumenten heb je line-up om van te watertanden én waarvan je ook
weet dat ze er iets unieks van zullen maken. Allen hebben ze hun
sporen al verdiend in andere settings en bezettingen, maar
Dans Dans lijkt op een of andere manier een collectieve
jongensdroom die in vervulling gaat (wiens droom moet u zelf
uitmaken, ndvr.). Momenteel toert de groep in Vlaanderen met live
uitvoeringen van de zes tracks op het debuutalbum (en naar verluidt
ook een aantal andere verrassingen). Dans Dans belooft niet enkel
een interessante luisterervaring, maar ook een authentiek spektakel
te zijn.

Van alle nummers is ‘Freedom Suite Pt. 2’ ongetwijfeld hetgene
dat dichtst in de buurt komt van een live-uitvoering. Luisteraars
worden daarbij naar het verleden geslingerd, door een hypnotische
basdeun (een soort van continuüm in het nummer), furieuze
drumslagen en een ongetemd gitaargeluid die allen enigszins
vertrouwd aanvoelen. ‘Freedom Suite Pt. 2’ heeft diep in zich iets
van de melodieuze kracht van King Crimson, maar ook het vleugje
exotisme van het Mahavishnu Orchestra (en let bijvoorbeeld ook op
het gebruik van vocale samples). Dat het geheel ook niet zozeer aan
één genre of stijl valt toe te wijzen, is het resultaat van een
melting pot bestaande uit rock, blues, jazz,
fusion en psychedelica. Inspiratie troef.

Dat brute en ongeslepen kantje wordt vanaf ‘River Man’ echter
ingeruild voor een meer bedeesde stijl waarbij de klemtoon op een
langzame opbouw ligt. Dat vertaalt zich in zachte belletjes op de
achtergrond, een minimalistisch basritme en een bloedmooi
elektrisch snarenspel dat uit een album van Marc Ribot lijkt
weggeplukt. Gitarist Dockx heeft in ieder geval de authenticiteit
om dit te doen, maar houdt het ook enigszins onvoorspelbaar (met
effecten en allerlei harmonische richtingen). Wat is de
eindbestemming van ‘River Man’? Het is een vraag die slechts met
mondjesmaat wordt beantwoord. Een bestemming die van ondergeschikt
belang is aan het onderweg zijn, want het genot zit vooral in het
luisteren hoe de muziek langzaam nieuwe hoofdstukken aansnijdt.

Echt onder de indruk worden we pas van ‘Waterpoort’, dat een
soort van fusie is tussen deep rooted
blues (opnieuw dankzij samples) en woestijnrock. Dat
tweede wordt vooral duidelijk na een opvallende melodieuze wending
(op gitaar) rond de tweede minuut. We verlaten op dat moment de
delta van de Mississippi en begeven ons naar het Apachegebied. De
manier waarop die invloeden versmolten raken – wat tot in de
details lijkt georkestreerd – is een indrukwekkende prestatie.
Hoewel ‘Waterpoort’ misschien wat scherpe kantjes mist – een echte
uitbarsting had gemogen in plaats van een graduele catharsis – is
het zowel een speltechnisch juweeltje als bijzonder genietbare
muziek.

Vanaf dan gaat eigenlijk niet meer fout met ‘Dans Dans’. Het
strakke drumritme en de mysterieuze harmonie van ‘El Is a Sound of
Joy’ zorgen voor onmiddellijke prikkeling, maar daar blijft het
geenszins bij. Vooral die plotse melodieuze omwenteling doet ons
wederom verstommen: het is ook de gelegenheid waarop Dockx volledig
zijn eigen ding begint te doen en met een aantal krachtige
solomomenten ons voortdurend blijft geselen (in positieve zin
weliswaar). Experiment en noise zijn bij momenten niet zo ver weg,
maar geven het geheel nog net dat tikkeltje meer.

‘Misterioso’ haalt het sterkste in de groep naar boven. Het
begint opnieuw met een traag opbouwend continuüm van geluid en
ritme, een vleugje exotisme, samengeperst in een geheel dat
minutenlang geolied blijft draaien. De keuze van ‘ingrediënten’ is
telkens uitstekend en voorzichtig afgewogen: er zit geen vet aan de
muziek, geen overdadige tierlantijntjes. De compositie ‘Misterioso’
is vormelijk tot een minimum herleid, maar blijft voor afwisseling
zorgen en wekt een aardige portie spanning op. En hoewel een
eruptie op zich laat wachten, is het plezier van op het puntje van
je stoel te zitten, de voornaamste kracht van deze muziek.

Afsluitend nummer ‘Languidity’ beroept zich op een ietwat andere
inspiratie dan zijn voorganger. Het gitaargeluid is vrij scherp en
doordringend, terwijl het basritme eerder aan de gezapige kant
aanvoelt. ‘Languidity’ is een donkere ballade waar overgave – van
de muzikanten – centraal lijkt te staan. In de sneller lopende
stukken hoor je gitarist Dockx op bevlogen wijze spelen, maar krijg
je ook een goede indruk van het slagwerk dat Cassiers op de drums
verricht. Bijzonder pittig en tegelijk een welgekozen eindpunt van
het album.

Wat er precies achter de titel en de groepsnaam ‘Dans Dans’
schuilgaat, is ons niet geheel duidelijk. Wat we wel weten, is dat
het trio nu al een plaats kan claimen in onze eindejaarslijst.
Psychedelische rock van eigen bodem, die bovendien ook nog apart en
verfrissend klinkt: daar worden we een klein beetje wild van.

http://www.bestov.be/
http://lyenn.net/

http://www.dezmona.com/

http://www.facebook.com/home.php?#!/pages/Flying-Horseman/101093433287262

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 4 =